Iets over de lexicografie van het Westerlauwers Fries
Index:
Het Lexicon Frisicum (1872)
Het Friesch Woordenboek (1900-1911)
Lexicografie bij de Fryske Akademy
Het Woordenboek der Friese Taal
Andere woordenboeken en -lijsten van de Fryske Akademy
Lexicografie buiten de Fryske Akademy
Tot besluit
Literatuur
Inleiding
De naam Joast Hiddes Halbertsma (1789-1869) is in het voorgaande al twee keer gevallen. Halbertsma is dan ook de ware 'Pionier der neuwestfriesischen [...] Lexikographie' (Århammar 1990:2025). Hij was de eerste die uitgebreide verzamelingen (Nieuw)fries taalmateriaal aanlegde en ook de eerste die zulk materiaal in woordenboekvorm beschreef. De dood heeft verhinderd dat Halbertsma zijn werk af kon maken. Postuum is in 1872 het Lexicon Frisicum verschenen met materiaal dat al in handschrift klaar lag, het gedeelte A tot Feer.
In 1879 besloten de Staten van Friesland dat er een volledig woordenboek van het Nieuwfries zou komen. met als uitgangspunt o.a. het Lexicon Frisicum en het aan de provincie Friesland nagelaten materiaal van Halbertsma. Tamelijk snel na het verschijnen van dat nieuwe woordenboek, met de titel Friesch Woordenboek (1900-1911), werd er gewezen op de lacunes die erin zaten en werd er aangedrongen op een completer woordenboek. Uiteindelijk zou dat mede uitlopen op de oprichting van de Fryske Akademy (FA) in 1938, die zich ontwikkelde tot het centrum van de Nieuwfriese lexicografie. Het hoofdproject van de FA werd het wetenschappelijke Wurdboek fan de Fryske Taal/Woordenboek der Friese Taal (WFT), [235] waar op dit moment 11 delen van uitgekomen zijn. In december 1998 zullen dat er 15 zijn. Rondom het WFT-project is en wordt een serie hand- en dialectwoordenboeken samengesteld.
Het Lexicon Frisicum van J.H. Halbertsma
Laat ieder die het onvoltooide woordenboek van den wakkeren
Fries ten hand neemt, het lezen zooals de bij honing zoekt, en
hij zal het nimmer onvoldaan uit de hand leggen. Kern 1874:84
Halbertsma's taalkundige ideeën en uitgangspunten zijn fragmentarisch terug te vinden in vele stukken van zijn hand. In de inleiding tot Aanteekeningen op het vierde deel van den Spiegel Historiael van Jacop van Maerlant (1851) geeft Halbertsma een min of meer aaneengesloten overzicht van zijn ideeën over taal. De taal komt voort uit onze geest, die een aangeboren vermogen heeft om zich beelden te vormen. Door een aangeboren, instinctief en onbewust werkend mechanisme zet de mens die beelden om in klanken en vormt hij zichzelf een complete grammatica. Zelfs de analfabeet verbuigt de woorden zoals het moet en praat volgens [236] de regels van de syntaxis, zonder dat hij daar ook maar iets van begrijpt. De taal is dus 'de schepping van het volk zelven', waar het volk 'zich zelven in heeft uitgedrukt en opgenomen'. 'Uit het diepste der nationale ziel [ ... ] opgeweld', is de taal 'die ziel, die natie zelve' (Halbertsma 1851:3). 3 Uit het bovenstaande volgt logisch wat Halbertsma ziet als de taak van de grammaticus: het is 'de hoogste en de laatste roeping van den grammaticus, om de wetten, volgens welke de analogia innata zich uit, te verspieden, en in plaats van de regels zijner willekeur aan de taal op te dringen, voor die wetten, als de stem der godheid in den mensch, eerbiedig het hoofd te buigen' (Halbertsma 1851:2).
Als romanticus was Halbertsma niet tevreden met het beschrijven van alleen het eigentijdse Westerlauwers Fries in al zijn facetten. Hij had een woordenboek voor ogen 'dat den geheelen woordenschat van al de Friesche volksstammen, uit den overouden tijd tot den huidigen dag, zou bevatten' (Buitenrust Hettema 1888:II). In de praktijk wordt in het Lexicon Frisicum echter aan het Middel- en het Oudfries en ook aan het Fries buiten Westerlauwers Friesland relatief weinig aandacht geschonken. Halbertsma heeft zich nogal verkeken op het werk dat het schrijven van zo'n woordenboek meebrengt. In 1829 meldt hij al dat een 'Latijnsch woordenboek van het Friesch [ ... ] op de inlassching van een honderdtal woorden wacht om naar mijn maatstafje voltooid te heten' (Halbertsma 1829:IV). Hoewel germanisten van naam regelmatig op spoedige voltooiing van het woordenboek aandringen, komt dat er maar niet van. Halbertsma pakt heel veel andere projecten aan en hij gaat maar door met het verzamelen van materiaal. Het ene na het andere opschrijfboekje raakt vol. In 1859, drie jaar na zijn emeritaat als dominee in Deventer, schrijft hij al het losse materiaal over in twee grote manuscripten, die de basis vormden voor het latere woordenboek. Beide manuscripten, handschriften A en B, zijn op de Provinciale Bibliotheek van Friesland aanwezig. Kopieën daarvan zijn bij de FA en bij het Frysk Ynstitút van de RUG in Groningen. Halbertsma heeft tot aan zijn dood in 1869 gewerkt aan het woordenboek, Wat hij er van klaar had, het traject A-Feer, is in 1872 postuum uitgegeven door zijn zoon Tjalling.
Halbertsma schreef zijn woordenboek vooral voor een internationaal publiek van taalwetenschappers. Met het oog op de doelgroep is de keuze voor het Latijn als voertaal van het woordenboek te verklaren en te [237] verdedigen (Sybrandy 1969:135). Jongsma (1933:91) is echter van mening dat Halbertsma voor de 'gewone' Fries een korte vertaling in het Nederlands had moeten toevoegen. Hij citeert met instemming Eekhoff (1873:60), die meent dat Halbertsma te weinig oog had voor de 'groote ontwikkeling van den lust voor taalstudie'. Vooral de 'ongeleerden' in Friesland zelf hadden nu niets aan het Lexicon.
Uit de (Latijnse) inleiding op het Lexicon Frisicum leren we dat Tjalling Halbertsma het betreurde dat zijn vader voor het Latijn gekozen had in het woordenboek. In de eerste plaats omdat daardoor vaak onnodig lange omschrijvingen gebruikt moesten worden, en in de tweede plaats omdat Halbertsma senior zich nogal eens vergiste met zijn Latijn. Sybrandy (1969:139) nuanceert het laatste bezwaar enigszins. Volgens hem staat het Latijn van een woordenboek in een heel andere traditie dan het zogenaamde klassieke Latijn. De woordenboeken die Halbertsma gebruikte, bijvoorbeeld dat van Kiliaan, hebben dezelfde Latijnse 'fouten' als het Lexicon. Bij het beoordelen van Halbertsma's Latijn zou daar meer rekening mee moeten worden gehouden. Dat de kwaliteit van het Latijn uit het woordenboek nogal wisselend is, bestrijdt Sybrandy overigens niet.
Het Lexicon is niet alfabetisch ingericht. Eerst wordt een grondwoord gegeven en daarna afleidingen en samenstellingen die met dat woord gevormd zijn. Het spreekt vanzelf dat Halbertsma's manier van ordenen de toegankelijkheid van het woordenboek niet ten goede komt. Zonder het register dat Tjalling Halbertsma op het woordenboek gemaakt heeft, zou het soms volkomen onmogelijk zijn om iets in het Lexicon te vinden. Voor een deel komt dat omdat Halbertsma niet altijd even systematisch te werk is gegaan.
Vanwege de fouten in het Lexicon Frisicum, de onsystematische werkwijze, de onvolledigheid en andere onvolkomenheden, meent Jongsma (1933:97) dat het ons niet al te zeer hoeft te spijten dat Halbertsma het Lexicon niet af heeft kunnen maken. Brouwer (1941:23) is echter van mening dat 'niemand en niets ons het ontbreken van Halbertsma's vervolgen op het eerste deel kan vergoeden'. Brouwer spreekt in de geest van Grimm, die in 1856 aan Halbertsma schrijft: 'Ihre landsleute wären [240] undankbar wenn sie nicht Ihr andenken getreu bewahren' (Sijmons 1885:27).(naar index)
Het Friesch Woordenboek van Waling Dykstra e.a.5
De eerste bewerker werd G. Colmjon, die eind 1884 stierf Hij had toen het traject A tot J klaar. Gedeputeerde Staten wezen op 30 juli 1885 de schrijver en taalkenner Waling Dykstra (1821-1914) aan als zijn opvolger. Zes jaar later, april 1891, had die het woordenboek in manuscript klaar. Maar het bleek dat er geen eenheid in het werk zat. Dat kwam vooral omdat Colmjon Halbertsma's werkwijze gevolgd had en Dykstra wat vrijer te werk was gegaan. Eind 1891 besloten Provinciale Staten het werk voort te zetten volgens een nieuwe regeling. Om het woordenboekwerk op een hoger peil te brengen en ook wegens het Latijn, dat gebruikt zou worden bij de vertalingen, werd in 1892 de taalkundige Foeke Buitenrust Hettema (1862-1922) erbij gehaald om mede de laatste hand aan het woordenboek te leggen. Men stond wel enigszins wantrouwend tegenover Hettema, aangezien hij, als medestander van Kollewijn, de spellinghervormer van het Nederlands, als te modern werd beschouwd. Vooral met Van Blom zou Hettema op een aantal punten ernstig van mening verschillen.
Hettema had nogal wat bezwaren tegen het werk zoals hij het aantrof Het was volgens hem niet systematisch genoeg en hij achtte de spelling [241] die in het woordenboek gebruikt werd niet geschikt om de uitspraak aan te geven. Daarom pleitte hij, met het oog op niet-Friese gebruikers, voor het apart aangeven van de uitspraak. Uiteindelijk is eigenlijk alleen de uitspraak van de zogenaamde brekingsgevallen (bijv. sg. beam [bI.@m] versus plur. beammen [bjEm@n]) in het woordenboek aangegeven, maar ook weer niet overal.
Hettema was vooral slecht te spreken over de wijze van verwerken van de citaten uit het werk van Friese schrijvers in het woordenboek. De citaten werden niet alleen omgezet in de geldende spelling, maar ook nogal eens bewerkt. Het was echter te laat om daar nog wat aan te veranderen. Hettema was een groot voorstander van het geven van zoveel mogelijk citaten, omdat volgens hem de betekenissen van de woorden beter aangegeven konden worden door te laten zien hoe die gebruikt werden dan door korte vertalingen.
Al gauw maakte Hettema ook bezwaar tegen het geven van vertalingen in het Latijn en in de moderne talen; alleen het Nederlands was wel genoeg volgens hem. Bovendien vond hij het Latijn niet geschikt om te gebruiken bij het vertalen van levende volkstaal. De commissie van toezicht was het aanvankelijk niet met hem eens, maar in het uiteindelijke woordenboek zijn verreweg de meeste vertalingen in het Nederlands.
In 1896 werd begonnen met de publicatie, in afleveringen, van het woordenboek. Toen konden ook buitenstaanders hun oordeel geven over het werk. Van de besprekers Siebs (1897), Van Helten (1898) en Gallée (1897) kreeg Hettema op sommige van zijn strijdpunten met Van Blom gelijk. Alle drie hebben ze kritiek op de voor niet-Friezen ondoorzichtige spelling, die verhelderd had moeten worden door een fonetische transcriptie. Siebs klaagde over de onsystematische opzet van [242] het woordenboek: de vertalingen van de lemmata werden steeds weer in een andere taal gegeven; de wijze van citeren was niet altijd gelijk en niet alle Friese zegswijzen en uitdrukkingen waren in het Nederlands vertaald. Van Helten zag het woordenboek als een verzameling Friese woorden en uitdrukkingen in de geijkte Friese schrijftaal en in de dialecten, met te weinig aandacht voor een wetenschappelijke beschrijving van het nog bestaande taalmateriaal.
Niettegenstaande de steun van wetenschappelijke kant voor Hettema, ging de strijd tussen hem en Van Blom gewoon door. Nadat Van Blom zijn positie in de commissie van toezicht had versterkt, stuurden Gedeputeerde Staten Hettema en Dykstra een nieuwe regeling van het werk toe. Hettema kon het daar niet mee eens zijn en in 1899 stapte hij op. Het woordenboekwerk werd door Dykstra en Feitsma voortgezet volgens de wensen van Van Blom. In 1905 kreeg Feitsma ook ontslag. Zowel Buitenrust Hettema (1900) als Feitsma (1905) heeft later zijn ontevredenheid over de gang van zaken bij het Friesch Woordenboek naar buiten gebracht.
Lexicografie bij de Fryske Akademy9
Het Wurdboek fan de Fryske Taal/Woordenboek der Friese Taal
In 1950 werd een adviescommissie voor het woordenboek ingesteld en toen kwam er wat meer schot in de zaak. Er werden weer vrijwilligers opgeroepen om de verzameling van 125.000 fiches in de cartotheek uit te breiden. Als een soort van vingeroefening werd ondertussen [244] gewerkt aan een Fries-Nederlands/Nederlands-Fries handwoordenboek (zie verder hieronder).
In 1954 had een woordenboekcommissie zich gebogen over de opbouw van de cartotheek. De commissie kwam tot de conclusie dat op grond van de 300.000 kaartjes die tot dan toe verzameld waren, geen wetenschappelijk woordenboek geschreven kon worden. Kritiekpunten waren onder meer dat er in de cartotheek te weinig materiaal zat van woorden die al in het Friesch Woordenboek stonden, en dat de excerpeurs te weinig aandacht besteed hadden aan de functiewoorden. De commissie adviseerde om een tweede cartotheek te realiseren, waar stukken tekst integraal in opgenomen moesten worden. Met hulp van vrijwilligers werd in de jaren 1956 tot en met 1958 de tweede cartotheek opgebouwd, die de naam van trochsneedapparaat (doorsneeapparaat) kreeg. Daar zaten toen alle woorden in uit een selectie van 4875 pagina's tekst uit de periode 1800-1950. De oude cartotheek, in de wandeling het 'âlde apparaat' genoemd, werd telkens nog bijgewerkt.
Eind 1958 werden de contouren van het woordenboek wat beter zichtbaar. Er werd toen gedacht aan een niet-normatief woordenboek van het Fries vanaf 1800, met ongeveer de grootte van een Van Dale. Sipma, inmiddels geen FA-voorzitter meer, was van mening dat de voertaal van het woordenboek het Fries moest zijn en daarmee gooide hij de knuppel in het hoenderhok. In de woordenboekcommissie kon men het niet eens worden over de voertaalkwestie. Sommige leden kozen om wetenschappelijke en ideologische redenen voor het Fries. De lexicografen in de commissie waren voor het Nederlands als voertaal, met als argumenten dat daardoor beknopter gewerkt kon worden en dat door het Nederlands het woordenboek beter toegankelijk zou zijn voor niet-Friestaligen. Uiteindelijk legde het bestuur van de Fryske Akademy de beslissing in handen van wetenschappelijk directeur prof dr. J.H. Brouwer. Die koos om redenen van praktische bruikbaarheid voor mensen in en buiten Friesland, en ook vanwege de mogelijkheden om subsidie te krijgen, voor het Nederlands als voertaal. Het bestuur nam die keuze over. Het laatste woord over de voertaal van het woordenboek was echter nog niet gezegd.
In 1960 had de redactie in Oanwizingen by it skriuwen fan it GFW (Great Frysk Wurdboek)10regels opgesteld waar men zich bij het redigeren aan moest houden. Toen kon, eindelijk, het schrijven beginnen. Het [245] tempo lag echter al gauw niet zo hoog meer, o.a. doordat de redactie zich ook met andere zaken dan woordenboekschrijven bezig moest houden. De oude cartotheek werd nog wel steeds bijgewerkt.
In 1982 bracht dr. L.G. Jansma, wetenschappelijk directeur van de FA, op grond van wetenschappelijke en ideologische argumenten, de voertaalkwestie weer naar voren, Dat veroorzaakte veel opschudding binnen en buiten de FA. Het grootste deel van de toen zittende woordenboekredactie was, om praktische redenen, tegen een eentalig WFT. Het zou alleen maar langer duren voor het WFT gepubliceerd zou kunnen worden en het project zou er veel te duur van worden. Een meerderheid van het FA-hoofdbestuur steunde echter Jansma, en in januari 1983 werd besloten om de voertaal van het WFT te veranderen. Maar de minister van Onderwijs en Wetenschappen stak daar een stokje voor. Het bestuur legde zich bij het besluit van de minister neer en toen stond niets meer publicatie van het WFT in de weg.
Eind 1984 verscheen het eerste deel van het WFT, waar o.a. in te lezen was dat er nog een 15 à 16 delen zouden volgen. Later bleek dat die schatting te laag was; er wordt nu gedacht aan 22 delen. Vergeleken met de oorspronkelijk geraamde grootte van ongeveer een Van Dale, is het project in de loop van de jaren dus aanmerkelijk ambitieuzer van opzet geworden.
Het WFT zoals het ten slotte geworden is, kan omschreven worden als: een wetenschappelijk, alfabetisch, in het Nederlands verklarend, historisch woordenboek, dat het Fries van de periode 1800-1975 beschrijft. Door de keuze voor het Nederlands als voertaal heeft het woordenboek een hybridisch karakter gekregen. Aan de ene kant is het een verklarend woordenboek, doordat er omschrijvende definities gebruikt worden, en aan de andere kant is het een vertaalwoordenboek, doordat er vaak wordt volstaan met een vertaling. Dat laatste is vooral het geval bij samengestelde woorden. Sommige van de jongste generatie redacteuren hebben meer en meer de neiging betekenisomschrijvingen te geven waar volgens de 'Aanwijzingen voor het gebruik' (WFT deel I, p. xxv) een korte vertaling had kunnen volstaan.
Door de recensenten is het WFT over het algemeen gunstig ontvangen. Er is nogal eens commentaar op het etymologische deel van de artikels, omdat dat meestal slechts bestaat uit verwijzingen naar andere talen (zie bijvoorbeeld Niebaum (1986:129), Tiersma (1986:282), [246] Heestermans (1988:80) en Århammar (1990:2027). Tiersma (1986:280, 283) is van mening dat er wat meer aandacht had kunnen zijn voor de gebruiker buiten Nederland. Hij vindt het minder gelukkig dat bij de betekenisomschrijvingen of de vertalingen de Engelse equivalenten niet gegeven worden. Verder meent hij dat er voor de buitenlandse gebruiker te veel kennis van de fonologie en de spelling van het Fries voorondersteld wordt, waardoor hij het te vaak zonder uitspraakinformatie moet stellen.
Andere woordenboeken en -lijsten van de FA
In 1952 kwam een Nederlands-Fries woordenboek uit, dat echter niet het tweede deel van het LFW is, maar het tweede deel van een nieuw Frysk Wurdboek. Pas in 1956 kwam het eerste deel, Fries-Nederlands, uit. Bij het schrijven van beide woordenboeken is gebruik gemaakt van de FA-cartotheek. Het woordenboek van 1956 wordt in het voorwoord zelfs gepresenteerd als de sleutel op het woordenboekapparaat en als basis voor het Great Frysk Wurdboek dat daar in de toekomst uit samengesteld moet worden. In 1971 zijn beide delen opnieuw uitgebracht, ditmaal samen in één band.
De FA kwam in 1984 met het Frysk Wurdboek, deel 1 (Fries-Nederlands), volgens het voorwoord het vervolg op het woordenboek 1956, dat bij het schrijven van het nieuwe woordenboek ook weer gebruikt is. Verder is gebruik gemaakt van de oude cartotheek, toen een 500.000 kaartjes groot, en bovendien van de manuscripten van het WFT voorzover die voorhanden waren. Aan het verschil in detail waar het gaat om de semantische indeling van de lemmata, kan men duidelijk merken waar WFT-manuscripten van waren en waar niet van. Het hybridische karakter van het WFT vindt men ook in dit woordenboek terug: er wordt vaak een omschrijving gegeven waar men met een vertaling toe had gekund. Nieuw in vergelijking met 1956 is het geven van uitspraakinformatie. Zeer opvallend vergeleken met de eerdere handwoordenboeken is de grote vrijmoedigheid wat betreft het geven van woorden uit de taboesfeer, vooral van die op het gebied van het seksuele (Scholten 1985).
Deel II van het Frysk Wurdboek (Nederlands-Fries) kwam uit in 1985. Dit woordenboek mag niet beschouwd worden als een verbeterde en uitgebreide versie van dat uit 1952, aangezien er met behulp van enkele Nederlandse woordenboeken een geheel nieuwe macrostructuur is vastgesteld. Het woordenboek van 1985 is puur bedoeld als vertaalwoordenboek, maar voldoet als zodanig niet helemaal, omdat er te weinig synoniemen in gegeven worden (De Haan 1986).
Dykstra en Reitsma brachten in 1987 het Omkearwurdboek fan de Fryske Taal [247] uit. Het Omkearwurdboek geeft een retrograde overzicht van alle lemmata uit het woordenboek van 1984. Dykstra, Reitsma en Visser lieten in 1992 een tweede druk verschijnen, waarin ook lemmata uit het WFT zijn opgenomen.
Uiteraard kunnen handwoordenboeken relatief weinig ruimte geven aan vreemde, uit een andere taal overgenomen, woorden. Voor de juiste spelling van zulke woorden kan men dus niet altijd bij de woordenboeken terecht. Bovendien was er geen duidelijke regeling voor het spellen van vreemde woorden. Er was daarom behoefte aan een hulpmiddel. Meerburg kwam in 1952 met een tweetalige List fan frjemde wurden. Met de nieuwe provinciale regeling voor het spellen van vreemde woorden van 1982, kwam de lijst uit 1952 te vervallen. Er bleef evenwel onduidelijkheid (ook in de FA-woordenboeken). De Nije list fan frjemde wurden (Oosterhaven 1993) was wat dat betreft zeker niet overbodig. Het gaat hier trouwens niet om een door de provincie vastgestelde lijst.
Tegenwoordig wordt bij de FA nog gewerkt aan twee handwoordenboekprojecten. Het eerste is een eentalig Fries woordenboek. Dat woordenboek zal het eerste zijn dat op een wetenschappelijk verantwoorde wijze de lemmata in het Fries zal omschrijven. In het nieuwe eentalige woordenboek wordt het 20ste-eeuwse Fries beschreven. Als bronnen worden het WFT en het FA-computercorpus1120ste-eeuwse teksten gebruikt.
Lexicografie buiten de Fryske Akademy
Dezelfde auteurs brachten in 1934 het Fries-Nederlandse Lyts Frysk Wirdboek uit. Dit woordenboekje is zeer eenvoudig van opzet en moet gezien worden als een soort van schoolwoordenboekje, te gebruiken voor les en leergang.
Het zou tot 1991 duren voor er een woordenboek uitkwam dat speciaal gemaakt is voor het gebruik op scholen. Het bijzondere van dit Frysk Skoalwurdboek (G. Vledder en T. de Jager-de Boer), is dat het het eerste woordenboek is dat het Fries als voertaal heeft. Jammer genoeg kan men aan bijna alles merken dat beide auteurs goedwillende amateurs zijn (Dykstra 1992).
Het Skoalwurdboek is uitgegeven bij de Algemiene Fryske Underrjocht Kommisje (AFUK). In het fonds van de AFUK vinden we nog meer lexicografische werken. Te beginnen bij het Klein Fries Woordenboek (1972) van H. Pebesma (eerder uitgegeven door Van Goor). Het woordenboekje is bij de AFUK herzien en vermeerderd door A. Zantema. D. Eisma gaf in 1989 onder de titel Sa hat it sitten een verzameling apologische spreekwoorden uit. In 1992 is het Frysk Puzelwurdboek van Douwe van der Meulen verschenen. Dat woordenboek is uiteraard bedoeld voor puzzelaars, maar doordat het veel synoniemen geeft en ook woorden ordent volgens rubrieken als vaartuigen, kleding en lichaamsdelen, is het Puzelwurdboek een welkome aanvulling op de handwoordenboeken van de FA.
Ten slotte noem ik hier nog de volgende werken. Het Frisisk-Dansk Ordbog van V. Tams Jørgensen (1968), in één band uitgebracht met het Deensk-Frysk Wurdboek van Teake Hoekema; het, bescheiden en minder betrouwbare, Frisian-English Dictionary van Raymond John Fisher (1986), dat in één band een Fries-Engels en een Engels-Fries deel heeft, en de spreekwoordenverzamelingen van Wybenga (1974) en Beintema (1983 en 1990).
Tot besluit
Het taalgebied in aanmerking genomen, is de lexicografische infrastructuur van het Fries zonder meer uitzonderlijk te noemen. Veel is daarbij te danken aan Joast Hiddes Halbertsma, die met zijn Lexicon Frisicum (1872) de basis legde. Het werk van Halbertsma diende als uitgangspunt voor het Friesch Woordenboek (1900-191l), dat op zijn beurt aanleiding gaf tot het schrijven van het Wurdboek fan de Fryske Taal/Woordenboek der Friese Taal (1984-...). Momenteel is bij de FA een Middelfries woordenboek in voorbereiding, en het is de bedoeling dat er ook nog een Oudfries woordenboek komt. Wanneer die beide laatste woordenboeken er zijn, zal eindelijk Halbertsma's ideaal, het beschrijven van het Fries van alle tijden, een feit zijn.
(terug)
(terug)
(terug)
Noot 3: [236] Met Breuker (1981:16) en De Tollenaere (1981:199) ben ik van mening dat dit citaat hoogstwaarschijnlijk de basis is geweest voor het motto 'De taal is de ziel der natie, zij is de natie zelve', voorin het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Mijns inziens neemt Van Sterkenburg (1992:203-204) ten onrechte Halbertsma (1829) als bron voor het motto aan. Van Sterkenburg geeft overigens niet aan waar we in Halbertsma (1829) het citaat moeten zoeken. Ik neem aan dat hij zich baseert op p. xii: 'De taal neemt altijd de kleur der ziel aan, zo dat de eigene woorden een innig besef van den waren toon van het hart mededelen, hetwelk de bekwaamste pen te vergeefsch zou pogen uit te drukken'. De begrippen taal en ziel staan hier echter in een andere relatie tot elkaar dan in het motto; bovendien is er sprake van een individu. terwijl het motto spreekt van een natie.
(terug)
Noot 4: [239] Dibbets citeert uit: B. Symons, 'Briefwechsel zwischen Jacob Grimm und ].H Halbertsma'. Zeitschrift für deutsche Philologie 17, 257-292. De 'Briefwechsel' is ook los verschenen. Symons heet dan evenwel Sijmons en het in de tekst vermelde citaat staat op p. 3 als: 'Leider war und blieb das etymologisieren seine lust, und es lässt sich nicht leugnen, dass Halbertsma sich auf diesem schlüpfrigen boden nicht zur festen rnethode erhoben hat.'
(terug)
Noot 5: [240] Deze paragraaf is voor een belangrijk deel gebaseerd op Dykstra (1949), Miedema (1961) en Poortinga 1971).
(terug)
Noot 6: [240] J.F.J. Heremans, Nederlandsch-Fransch Woordenboek (Henri Bogaerts, ‘s Hertogenbosch / J.P. van Dieren et Comp., Antwerpen 1869; heruitgave: W. Rogghé, Gent 1871).
(terug)
Noot 7: [240] Als aandenken daaraan heeft het Friesch Woordenboek tussen haakjes als ondertitel: Lexicon Frisicum.
(terug)
Noot 8: [242] Hof heeft over het Friesch Woordenboek geschreven in het Nieuwsblad van Friesland (28.6, en 8, 19, 22 en 26.7.1911). De belangrijkste gedeelten daaruit zijn weergegeven in Hof (1941).
(terug)
Noot 9: [243] Deze paragraaf is vooral gebaseerd op het uitgebreide overzicht van de lexicografie bij de FA door Van der Veen (1988). Detailinformatie over inhoud en opbouw van de woordenboekartikels van het WFT is te vinden in de gebruiksaanwijzing in deel I.
(terug)
Noot 10: [244] Dat was de werktitel voor wat later het Wurdboek fan de Fryske Taal (WFT) zou worden.
(terug)
Noot 11: [247] Voor een beschrijving van het 20ste-eeuwse corpus zie Dykstra en Reitsma (1993).
(terug)
Literatuur
- Århammar, Nils (1990). 'Friesische Lexikographie', in: Franz Josef Hausmann et al eds. Wörterbücher/Dictionaries/Dictionnaires. Ein internationales Handbuch zur Lexikographie/An International Encyclopedia of Lexicography/Encyclopédie internationale de lexicographie. Berlin, New York, Zweiter Teilband/Second Volume/Tome Second, pp. 2022-2036.
- Beintema, T. (1983). Wiere wurden. Sprekwurden en Sei-siswizen, Boalsert.
- Beintema, T. (1990). Moai sa Sikke. Goed zo Sicco. Frysk sprekwurdeboek mei Nederlânske oersetting, ferklearring of taljochting, Drachten/Ljouwert.
- Breuker, Ph. H. ( 1981). 'Halbertsma syn motto "De taal is de ziel der natie-, in: Ut de Smidte fan de Fryske Akademy, 15, maart 1981, p. 16.
- Brouwer. J.H. (1941). Joost Hiddes Halbertsma. Fries taalkundige (1789-1869). Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het hoogleraarsambt aan de rijksuniversiteit te Groningen op 18 oktober 1941, Assen.
- Buitenrust Hettema, F. (1888). Bijdragen tot het Oudfriesch Woordenboek, [diss.] Leiden.
- Buitenrust Hettema, F. (1900). 'De bewerking van het Fries Woordenboek', in: Museum. Maandblad voor Philologie en Geschiedenis, 7, 1899, fébr. 1900, pp. 373-377.
- Buitenrust Hettema, F. (1905). 'Twee Friezen (Gysbert Japiks. J.H. Halbertsma) , in: Groot Nederland. Letterkundig maandschrift voor den Nederlandschen stam, ii, pp. 529-570.
- Buma, W.J. (1969). 'Dr. J.H. Halbertsma as wurdboekman', in: Joast Hiddes Halbertsma, 1789-1869. Brekker en bouwer, Drachten, pp. 102-111.
- Buwalda, H.S., G. Meerburg, en Y. Poortinga (1952-1956). Frysk Wurdboek, Nederlânsk-Frysk (1952), Frysk-Nederlânsk (1956), Bolswert. (2de druk in één band, Fryske Akademy 197l).
- Dibbets, G.R.W (1990). 'Etymologie en filologie', in: A. Moerdijk, e.a. (eds) Honderd jaar etymologisch woordenboek van het Nederlands, 's-Gravenhage, pp. 237-260.
- Dijkstra, Waling, e.a. (1900-191l). Friesch Woordenboek (Lexicon Frisicum). Deel I, A-H (1900); Deel II, I-P (1903); Deel III, R-W en Nalezing (1911), Leeuwarden. Reprint 1971: (Varia Frisica vin), Leeuwarden/ Amsterdam.
- Dykstra, Anne (1989). 'Nei in Frysk/Ingelsk wurdboek', in: It Beaken, LI, 3, pp. 135-155.
- Dykstra, Anne (1992). Wurdboekskriuwen is net samar wat', in: Tydskrift foar Fryske Taalkunde, 7, 1, pp. 18-22.
- Dykstra, Anne (1994). 'J.H.Halbertsma, J. Grimm en Matthias de Vries over sexualia in het woordenboek', hierboven herdrukt (oorspronkelijk gepubliceerd in: Trefwoord, 7, pp. 47-49).
- Dykstra, A. en J. Reitsma (1987). Omkearwurdboek fan de Fryske Taal. Ljouwert.
- Dykstra, Anne en Jogchum Reitsma (1993). 'De struktuer en de 0ynhâld fan 'e Taaldatabank fan it Frysk', in: It Beaken, 55, 2, pp. 55-82.
- Dykstra, A., J. Reitsma en W Visser (1992). Omkearwurdboek fan de Fryske Taal, (2de, vermeerderde, druk) Ljouwert.
- Dykstra, J.W. (1949). Waling Dykstra syn libben en syn wurk, Boalsert.
- Eekhoff, W (1873). 'Aanteekeningen bij het leven van Halbertsma', in: De Vrije Fries, xii, pp. 51-81.
- Eisma, D. (1989). Sa hat it sitten... Sei-siswizen yn it Frysk, Ljouwert. Epkema, E. (1824). Woordenboek op de gedichten en verdere geschriften van Gijsbert Japicx, Leeuwarden.
- Essen, A.J. van ( 1983). E. Kruisinga. A Chapter in the History of Linquistics in The Netherlands, Leiden.
- Feitsma, S.K. (1905). Een kijkje binnen de werkplaats van het Friesch Woordenboek, Kampen.
- Fisher, Raymond John (1986). Frisian-English [+ English-Frisian] Dictionary, Denver/Colorado.
- Friesch Woordenboek ® Dijkstra e.a. 1900-1911.
- Frysk Wurdboek ' Buwalda/Meerburg/Poortinga 1952/1956, Visser 1985 en Zantema 1984.
- Galama, E.G.A. (1965). Everwinus Wassenbergh en de Friese Lexicografie. Leiden.
- Gallée, J.H. (1897). 'Frisica', in: De Nederlandsche Spectator pp. 398-401. -Gosses, G. (1933). 'Ut 'e Wassenbergh-skoalle', in: De Weitsrop Moanneskrift wijd oan de bifoardering fan Frysk Underrjucht, x/m/xii, pp. 305-308.
- Haan, R. de (1986). (Recensie van) 'Willem Visser, Frysk Wurdboek 2 nederlânsk-frysk [ ... ], in: Tydskrift foar Fryske Taalkunde, 2, 2, pp. 57-65.
- Halbertsma, J.H. (1829). Het geslacht der Van Haren's. Fragmenten, Deventer.
- Halbertsma, J.H. (1851). Aanteekeningen op het vierde deel van den Spiegel Historiael van Jacop van Maerlant. Deventer.
- Halbertsma, Justus [= J.H.] (1872). Lexicon Frisicum. A -Feer. Post auctoris mortem edidit et indices adiecit Tiallingius Halbertsma Justi filius, Deventer.
- Heestermans, H. (1988). (Recensie van) 'K.F. van [der] Veen e.a., Wurdboek fan de Fryske taal', in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 104, pp. 79-80.
- Helten, W van (1898). (Recensie van) 'Friesch Woordenboek, bewerkt door Waling Dijkstra en Dr. F. Buitenrust Hettema, benevens Lijst van Friesche eigennamen, bewerkt door Johan Winkler [ ... ]. Afl. 17', in: Museum. Maandblad voor Philologie en Geschiedenis, 6, kolom 49-50.
- Hoekema, Teake (1968). Deensk-Frysk wurdboek. Mei in koarte Deenske foarmleare, Groningen. [zie Jorgensen (1968)1
- Hof, J.J. (1911) ® Hof, J.J. (1941)
- Hof, J.J. (1941). 'It Frysk wurdboek ré', in: Fjirtich jier taelstriid. Tredde diel, Dokkum, pp. 39-48.
- Jongsma, PA. (1933). Dr. J.H. Halbertsma. Een bijdrage tot de kennis van zijn persoon, zijn denkbeelden en zijn arbeid, [diss.] Sneek.
- Jørgensen, V Tams (1968). Frisisk-Dansk ordbog. Med en kortfattet frisisk formlære, Groningen. [zie Hoekema (1968)].
- Kern, H. (1874). (Recensie van) 'Lexicon Frisicum. A-Feer. Composuit Justus Halbertsma, Hiddonis filius', in: De Taal- en Letterbode, V, 3, pp. 82-84.
- Lytse oanrikkemandaasje (1980). Lytse Oanrikkemandaasje. Wurdlist fan amtlike wurden (Nederlânsk- Frysk), Ljouwert.
- Meerburg, G.A.G. (1952). List fan fijemde wurden, Leeuwarden.
- Meulen, Douwe van der (1992). Frysk Puzelwurdboek, Ljouwert.
- Miedema, H.T.J. (1961). Paedwizers fan de Fryske filology, [diss] Ljouwert/Leeuwarden.
- Niebaum (1986). (Recensie van) 'Wurdboek fan de Fryske Taal. Deel 1: a-behekst', in: It Beaken, XLVIII, pp. 127-130.
- Oanrikkemandaasje ® Lytse oanrikkemandaasje (1980).
- Omkearwurdboek ® Dykstra en Reitsma 1987 en Dykstra, Reitsma en Visser 1992.
- Oosterhaven, Beart (1993). Nije List fan Frjemde Wurden, Ljouwert.
- Pebesma, H. (1972). Van Goors Klein Fries woordenboek, Den Haag. Tweede druk Ljouwert (AFUK) en Den Haag (Van Goor) (1976). Derde druk herzien en uitgebreid door A. Zantema, Ljouwert (AFUK) en Amsterdam/Brussel (Elsevier) (1980). Vierde druk idem (1982).
- Piebenga, J. ( 1939). Koarte Skiednis fen de Fryske Skriftekennisse. Dokkum.
- Poortinga, Y (1971). 'Inleiding', in: Reprint van het Friesch Woordenboek 1900-1911. (Varia Frisica viii), pp. 1-20.
- Scholten, Koop C. (1985). (Recensie van) 'Frysk Wurdboek 1, frysk nederlânsk. Hânwurdboek fan 'e Fryske taal gearstald troch J.W. Zantema. Leeuwarden/Ljouwert (1984) in: Tydskrift foar Fryske Taalkunde, 2, pp. 50-60.
- Siebs, Theodor (1897). (Recensie van) 'Friesch Woordenboek, bewerkt door Waling Dijkstra en dr. F. Buitenrust Hettema, benevens lijst van friesche eigennamen, bewerkt door Johan Winkler [ ... ] Aflevering l.', in: Zeitschrift für deutsche Philologie, 29, Heft 4, pp. 552~557.
- Sijmons, B. (1885). Briefwechsel zwischen Jacob Grimm und J.H. Albertsma (sic). Aus Band xvii der Zeitschrift für deutsche Philologie. Halle a. S.
- Sipma, R en Y. Poortinga (1944). Lyts Frysk Wirdboek. I. Frysk-Nederlânsk. Twadde printinge [de titelpagina geeft 1944, door de oorlogsomstandigheden is het LFW in werkelijkheid pas in 1945 uitgekomen] [voor de eerste druk zie Wumkes en de Vries (1934) ].
- Sterkenburg, P.G.J. van (1992). Het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Portret van een Taalmonument, Sdu Uitgevers, Den Haag.
- Sybrandy, S. (1969). 'J.H. Halbertsma en it Latyn fan it Lexicon', in: Joast Hiddes Halbertsma, 1789- 1869. Brekker en bouwer, Drachten, pp. 135-142.
- Tiersma, PM. (1986). 'Two New Frisian Dictionaries', in: Dictionaries. Journal of the Dictionary Society of North America, 8, pp. 279-286.
- Tollenaere, F de ( 1981). "' De Tael is gantsch het Volk '-, in: Ons Erfdeel. Algemeen-Nederlands tweemaandelijks cultureel tijdschrift, 24, pp. 189-199.
- Veen, K.F. van der (1988). 'Leksikografy by de Fryske Akademy', in: It Beaken, L, 3, pp. 175-194.
- Veen, K.F. e.a. (1984-...). Wurdboek fan de Fryske Taal/Woordenboek der Friese Taal, Ljouwert.
- Veendorp, G.R. (1919). 'Friesch Woordenboek', in: Swanneblommen. Tiidskrift for Fryske Tael- en Skiedkinde, I, pp. 74-78.
- Visser, W (1985). Frysk Wurdboek. Diel 2, Nederlânsk-Frysk, Leeuwarden/Ljouwert. (Vierde, verbeterde druk in 1992).
- Vledder, Geart en Tetty De Jager-de Boer (199l). Frysk Skoalwurdboek. Taalstipe foar it basis- en fuortset ûnderwiis, Ljouwert.
- Wassenbergh, Ev. (1802). 'Idioticon Frisicum. of Woordenboek van Bijzonder in Friesland gebruikelijke Woorden, en Spreekwijzen', in: Taalkundige Bydragen tot den Frieschen Tongval. 1. Stuk, Leeuwarden, pp. 1-134.
- Wirdboek (Lyts Frysk) ® Wumkes en de Vries 1934 en Sipma en Poortinga 1944.
- Woordenboek (Nederlandsch-Friesch) ® Wumkes en de Vries 1918.
- Wumkes, G.A.en A.[H.] de Vries (1918). Nederlandsch-Friesch woordenboek. Snits.
- Wumkes, G.A.en A.H. de Vries (1934) Lyts Frysk Wirdboek, Boalsert.
- Wurdboek fan de Fryske Taal (WFT) ® Van der Veen e. a. 1984-...
- Wurdlist ( 1986). Wurdlist foar i t offisjele ferkear. Taalburo Fryske Akademy, Ljouwert. (Tweede, verbeterde en aangevulde druk 1989).
- Wybenga, A.M. (1974). Libbenswiisheit. In samling Fryske sprekwurden en sizwizen, Ljouwert.
- Zantema, J.W. (1984). Frysk Wurdboek. Diel 1, Frysk-Nederânsk, Leeuwarden/Ljouwert. (Zevende, verbeterde druk in 1992).