per definitie merkwaardig
Per definitie merkwaardig. Een bloemlezing van opmerkelijke definities (1515-1996)
door Rob Tempelaars
(Eerder verschenen in Trefwoord, 12, 1998, pp. 143-154)
aalbes, oudje, dat verslaafd is aan sterk
gehopt, Engels bier, vgl. jeneverbes.
J. Vandaal, Vocabularie [1984].
aandachtspunt, [...] een van de
aanrollende golfjes in de puntenzee van de bureaucratie, zoals ook
knelpunt, pijnpunt, scharnierpunt,
inbelpunt, weegpunt, ijkpunt, enz., stuk voor
stuk verwerkt in vermoeide nota's en rapporten.
Hans Auer, Zeg nooit doei. Het foute woordenboek van de
Nederlandse taal [1995].
abattoir, [...] plaats waar beesten
koeien om zeep helpen.
Ambrose Bierce, The Cynic's Word Book [1911], in vert. van
Else Hoog onder de titel Satans Groot Woordenboek, p. 10-11
[1969].
abdicatie, koningsschapsonderbreking.
Battus in de Volkskrant van 6 april 1990.
aforisme, betoog dat zo kort is dat je de
onjuistheid ervan direct inziet.
Piet Grijs, `Blijf met je fikken van de luizepoten af!', p.
130 [1972].
amandelen knippen, nodeloze,
traumatiserende operatie, toegepast op weerloze kinderen die aan
hun stoel vastgekluisterd werden.
Doeschka Meijsing in Vergeetwoordenboek, p. 9
[1994].
apotheker, uit de hand gelopen drogist
met een diploma sinaspril.
Youp van 't Hek.
baas, zegt men ook in een' overnaamlijken
of metonymischen zin, voor Meester, (te weeten in
zijn huis) edoch, men moet zich niet verwonderen, als men thands,
bij familiaire vrienden, vraagende, of men den Baas van den
Huize, eens kan spreeken, de vrouw ziet ten voorschijn komen;
waaruit de Taalkenners besluiten dat dit woord thands Communis
Generis, of van gemeen geslacht, geworden is.
A. Fokke Simonsz., Proeve van een ironiesch comiesch
woordenboek [1797].
badminton, een zéér, zéér flauwe
afspiegeling van tennissen! Alle voordelen van de openluchtsport
zijn verloren gegaan, de afmetingen van de baan zijn kleiner en met
't oog hierop speelt men niet met een gewone bal en gewone rackets,
maar met een pluimbal en lichtere rackets. Het pleit voor 't
inzicht van ons Nederlandse publiek, dat tennis steeds populairder
wordt en al die imitatie-spelletjes bij ons geen toekomst
hebben.
M. Braunberger in J.G. Westerouen van Meeteren en A. Mulder van de
Graaf-Best, Encyclopaedie voor lichaamscultuur en
lichaamsverzorging pp. 502-503 [1937].
bal, [...] woord dat in de loop van de
tijd zoveel betekenissen krijgt dat heel de wereld rond wordt en
ook andere woorden wakker worden.
Hedda Martens in de woordenlijst van het Vergeetwoordenboek
(=Raster 58), p. 133 [1992]. Ook opgenomen in de tweede,
uitgebreide en afzonderlijk verschenen druk, het
Vergeetwoordenboek [1994].
beledigen, een wedstrijd in waarheid,
uitgevochten met het wapen van de taal.
Ed Schilders in de Volkskrant van 2 augustus
1986.
bontmantel, een huid die van beest
verandert.
C. van Akersloot, Lachen om de Liefde [1962].
bougie, Fransch woord, dat by ons tot de
fatsoenlijke Wareld schijnt te behooren, voor
waschlicht.
Willem Bilderdijk, Verklarende geslachtslijst der Nederduitsche
naamwoorden, deel 1 [1832].
bregadiere. Bregadiere. Dit woord
schijnt te betekenen een krijgsampt: dog wat voor een weet ik niet
alsoo ik het selve nieuwers heb konnen vinden. Derhalven die het
weet, mag het er by schrijven.
Adr. Koerbagh, Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder
verdriet geplant door Vreederijk Waarmond, ondersoeker der waarheyd
[...] of Een vertaaling en uytlegging van al de Hebreusche,
Grieksche, Latijnse, Franse, en andere vreemde bastaart-woorden en
wijsen van spreeken [...], Bijvoegsel, p. 655
[1668].
bronst. Hert en reebok treden in de
bronst, wanneer ze bronstig worden; ze treden eruit, wanneer ze
uitgebronst zijn.
A.G.J. Hermans, Jagerswoordenboek, p. 348 s.v. treden
[1947].
BTW, belasting toegevoegde waarde die
zolang van de een op de ander wordt afgewenteld tot de consument
het gelag betaalt.
Rouke G. Broersma, Recht voor z'n raap. Jargonboek voor hippe en
andere vogels [1970].
canon. Canon. Betekent een stuk
ijser of metaal geschut, en cànon, een Kerkregel, door een
of andere Kerkvergadering ingevoerd. Beide deze betekenissen hebben
dit met elkander gemeen, dat de Kerkregelen somtijds wel
eens door stukken geschut bekragtigd en doorgezet zijn
geworden, en dat `er ook tijden zijn geweest, waarin de stukken
geschut, de Kerkregelen deeden zwijgen. Thands is het Canon,
de Cànon, of Kerkregel, der oorloogende volken, en het
kragtigste argument in politieke dispuuten.
A. Fokke Simonsz., Proeve van een ironiesch comiesch
woordenboek [1797].
continentaal plat, algemeen onbeschaafd
Europees.
J. Vandaal, Vocabularie [1984].
definitie. Betekenissen staan niet in een
woordenboek, zij bevinden zich in het hoofd van de taalgebruiker.
Definities zijn pogingen van de lexicograaf om die betekenis in
woorden te vangen. [...] Een goede definitie is feitelijk niet meer
-- maar ook niet minder -- dan een "minst mislukte poging tot
betekenisverwoording."
A. Moerdijk, Handleiding bij het Woordenboek der Nederlandsche
Taal (wnt), p. 63 [1994].
doelgroep, kudde consumenten, die het
zich laat welgevallen zo door het leven te gaan.
Hans Auer, Zeg nooit doei. Het foute woordenboek van de
Nederlandse taal [1995].
Duitsland, het dikste achterwerk van de
wereld.
Wolf Biermann in de Volkskrant van 9 oktober
1990.
duivel. Duyvel, een lasteraar,
beschuldiger, anklaager, die imant lastert, beschuldigt, of
anklaagt. Dit woord duyvel, 't welk een bastaart grieks
woord is [...], staat op eenige plaatsen in de schrift inde
duytsche oversetting even al eens of het goed nederduyts was: dog
daar staan wel meer onduytse woorden inde schrift dewelke men
on-overgeset laat staan, om dat de gemeene luyden deselve niet
souden verstaan, en daar door tot kennis van saaken komen. Want als
al de woorden in 't nederduyts behoorlijk waaren overgeset, so en
souder dit woord duyvel niet in gevonden worden, nog ook
niet inde nederlandsche taal. Nu tragt en poogtmen ons wijs te
maaken, dat de duyvel een boose geest is [...] dewelke inden
beginne goed gemaakt is, dog is voort vervallen van een goede en
gelukkige stant in een kwade en ongelukkige; alhoewel men in de
gantse schrift niet een enkel woord daar van leest, de
Godsgeleerden willen evenwel dat het waar sal zijn, om dat sy het
versiert hebben.
Adr. Koerbagh, Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder
verdriet geplant door Vreederijk Waarmond, ondersoeker der waarheyd
[...] of Een vertaaling en uytlegging van al de Hebreusche,
Grieksche, Latijnse, Franse, en andere vreemde bastaart-woorden en
wijsen van spreeken [...] [1668].
exorcisme. Exorcisme, besweering.
De roomse geestelijken hebben veel malligheden in 't hoofd met die
besweeringen; sy besweeren de jonge kinderen als syse doopen, op
dat de boose geest van heur soude uytgaan, sy besweeren de ouderen
dewelke met een boosen geest beseten zijn, so sy seggen, en
verdrijven de selve door hun besweeringen, dewelken sy seggen dat
so kragtig zijn. Dog wat dat van die versierde, boose geest, dewelk
men duyvel, dat is lasteraar, noemt, is, kan gesien worden
in het woord Duyvel.
Adr. Koerbagh, Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder
verdriet geplant door Vreederijk Waarmond, ondersoeker der waarheyd
[...] of Een vertaaling en uytlegging van al de Hebreusche,
Grieksche, Latijnse, Franse, en andere vreemde bastaart-woorden en
wijsen van spreeken [...] [1668].
face lifting, het verwijderen van de
"mondhoektreurplooi" door een in de haren liggend,
onzichtbaar litteken.
A. Mulder van de Graaf in J.G. Westerouen van Meeteren en A. Mulder
van de Graaf-Best, Encyclopaedie voor lichaamscultuur en
lichaamsverzorging, p. 88 [1937].
fascinatie. Fascinatie,
betoovering. Dit wilmen sal een schadelijke konst zijn, dewelk men
van een versierde boose geest leert, die men duyvel noemt.
Dog wat van de duyvel is, sie in het woord Duyvel.
Wat vande konst is sullen wy eens kortelijk seggen, namentlijk dat
het is een bedrog. Datmen met eenige kruyden andere dingen
beschadigen kan imant, dat is wis waar, en dat men ook met eenige
kruyden of andere dingen wonderlijke werkingen doen kan, is ook wis
waar. Maar datmen imant met een hoop vreemde woorden te prevelen
sonder hem eens an te raaken, soude konnen schadelijk zijn, of dat
sy toveraars of toveressen, sik selven in katten of honden, of
weerwolven soude konnen veranderen, dat sijn maar belaggelijke
praatjens.
Adr. Koerbagh, Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder
verdriet geplant door Vreederijk Waarmond, ondersoeker der waarheyd
[...] of Een vertaaling en uytlegging van al de Hebreusche,
Grieksche, Latijnse, Franse, en andere vreemde bastaart-woorden en
wijsen van spreeken [...] [1668].
flux de bouche, begaving (uit het Duits)
van sommige politici, de goeden niet te na gesproken.
Albert Hofstede, Parlementaal. Een verwarrend woordenboekje
[1991].
franciscanes
1. lid van een congregratie van vrouwelijke religieuzen der Tweede
Orde van St.-Franciscus (G. Geerts en H. Heestermans, Van Dale.
Groot Woordenboek der Nederlandse Taal [1992]);
2. religieuze van de derde orde van Sint-Franciscus (P.G.J. van
Sterkenburg, i.s.m. G.E. Booij en P.R.F. Verhoeven, Van Dale.
Groot Woordenboek van Hedendaags Nederlands, 2de druk
[1991]).
franciscanessen
1. alg. ben. voor congregaties van vrouwelijke religieuzen der
Derde Orde van St. Franciscus (C. Kruyskamp en F. de Tollenaere,
Van Dale's Nieuw Groot Woordenboek der Nederlandse Taal
[1950]);
2. alg. ben. voor congregaties van vrouwelijke religieuzen der
Tweede Orde van St.-Franciscus (C. Kruyskamp, Van Dale. Groot
Woordenboek der Nederlandse Taal [1976]).
friemelen, met zijne vingers ergens aan
zitten; peuteren, prutsen; (euphemistisch) de geslachtsdeelen
kittelen.
P.J. van Malssen jr., Van Dale's Groot Woordenboek der
Nederlandsche Taal [1914].
ga met God, christelijk Nederlands voor
doei.
Jan Blokker in de Volkskrant van 6 september
1986.
gastarbeider, buitenlander die hier een
rotbaantje opknapt, in ruil waarvoor hij slecht behuisd en uit bars
geweerd wordt.
Rouke G. Broersma, Recht voor z'n raap. Jargonboek voor hippe en
andere vogels [1970].
golf, vroeger een moderne vorm van
knikkeren voor mensen die te oud zijn om te bukken.
Gehoord in een televisie-uitzending van de VPRO op 21 oktober
1990.
halterende, een - bus, moderne term uit
het streekvervoer, duidend op het feit dat de bus haltes aandoet,
zoals het een bus betaamt.
Hans Auer, Zeg nooit doei. Het foute woordenboek van de
Nederlandse taal [1995].
herder, soort hond die vroeger op schapen
paste.
Definitie van mijn zoon Tim (6 jaar) [1991]
hersenen. Harssenen. Is een
papächtige, weeke, met vliezen aan een verbonden, en met
bloedaderen en zenuwtakjens doorsneedene stoffe, in het bovenste
gedeelte des Hoofds geplaatst, en door het zachte en harde
Harsenvlies [...] gedekt. Bij sommige lieden zijn zij de zetel des
Verstands en der Reden, bij anderen enkel die der
Gewaarwording. In deze papächtige klomp gaat bij sommigen al
vrij wat om; geheele Landen worden `er in bestuurd, de loop der
Sterren bepaald, allerlei grootheeden gemeeten, de Geschiedenissen
der Waereld opengelegd, de verstafgelegen Landen bereisd, de oudste
en vreemdste taalen onderzogt en verklaard, en veele andere zwaare
en wonderbaarlijke bezigheeden verrigt. Bij anderen weder wordt `er
in geomberd, gebillard, geharddraaft,
gezeild en gedobbeld; weder bij anderen de pot
gekookt, gewasschen, geschrobd, enz. bij nog
anderen gevrijd, gezongen, gedanst; voords ook
nog bij sommigen gevloekt, gegraauwd,
gelasterd, gescholden, enz. Eindelijk zijn de
Harssenen, of eene soort van Ragout, waar in alle kostbaare
lekkernijen bij een gekookt zijn, of eene Olla Podrida, of
Gortenaal, waar in men allerlei oudbakken kliekjens bij
elkander stooft, om ze te orberen.
A. Fokke Simonsz., Proeve van een ironiesch comiesch
woordenboek [1797].
heupbroek, broek die om duistere redenen
op de heupen blijft hangen.
Rouke G. Broersma, Recht voor z'n raap. Jargonboek voor hippe en
andere vogels [1970].
intuïtie, instinct dat een vrouw doet
voelen dat ze gelijk heeft, zelfs als ze ongelijk heeft.
Nora Portier, geciteerd in Gerd de Ley, Het
antivrouwenboekje, p. 22 [1980].
jarden, blijkbaar [...] een technisch
woord.
Woordenboek der Nederlandsche Taal (wnt), deel VII, kol. 224
[1913].
juffrouw, aanspreektitel, eind jaren
zestig door de Universiteit van Amsterdam afgeschaft. Sindsdien
alleen nog gebruikt om minachting voor vrouwen tot uitdrukking te
brengen.
Doeschka Meijsing in Vergeetwoordenboek, p. 78
[1994].
kerk, langwerpige flat met een puntmuts
erop.
Seth Gaaikema in een televisie-uitzending van Veronica op 30
december 1989.
kriebelmuggetje, (nat. hist.) een zeer
klein mugje, vooral in de prov. Utrecht, Gelderland en Overijssel
wèl bekend, dat, door een onwederstaanbaren dorst naar
menschenbloed gedrongen, zich op het gelaat en de handen nederzet,
welks steek min of meer pijnlijk en welks gekriebel
volstrekt onuitstaanbaar is.
J.H. van Dale, Nieuw Woordenboek der Nederlandsche Taal
[1872]. Ook, al dan niet in gewijzigde vorm, in latere edities van
Van Dale.
krimpvoeg. Beton heeft, naast zijn vele
goede eigenschappen als bouwmateriaal, het nadeel van te krimpen,
vooral in de buitenlucht. Om de gevolgen hiervan te voorkomen, past
men wel toe krimpvoegen, ook wel genaamd
uitzetvoegen.
Eerste Nederlandse Systematisch Ingerichte Encyclopaedie
(E.N.S.I.E.), deel 9, p. 165 [1950].
kunstvagina, vagina zonder vrouw
eraan.
Rouke G. Broersma, Recht voor z'n raap. Jargonboek voor hippe en
andere vogels [1970].
kwal, een slap handje dat voor zichzelf
is begonnen.
Midas Dekkers, geciteerd in Jef Coeck, Nieuwsspraak. Een
zakwoordenboekje [1994].
lemma, klein knaagdier, voorkomend aan de
kusten van Noorwegen. "Bij duizenden stortten zich de lemma's van
de rotsen in de Zee van Ordbok".
Rudy Kousbroek, `Lexicon van herontdekte woorden', in: De
logologische ruimte. Opstellen over taal, 2de druk, p. 104-106
i.v. [1986] (1ste druk 1984).
lexicograaf, meneer die foto's maakt.
Definitie van mijn zoon Tom (4 jaar) [1991].
magazijn, achterwerk van een winkel.
Definitie van mijn zoon Tim (6 jaar) [1991].
middelvinger, wijsvinger.
I.M. Calisch en N.S. Calisch, Nieuw Woordenboek der
Nederlandsche Taal [1864]. Idem in Van Dale [1872] en Van Dale
[1884].
moeras, [...] broek, zonder behoorlijke
afwatering.
Woordenboek der Nederlandsche Taal (wnt), deel IX, kol. 966
[1907].
muziekminnaar, iemand die een vrouw in
bad hoort zingen, en dan zijn oor tegen het sleutelgat legt.
C. van Akersloot, Lachen om de Liefde s.v. muzikaal
[1962].
Nederland, een land, gelegen aan de kust
der Doode Zee, waar de vogels niet overheen kunnen vliegen zonder
te sterven.
Cd. Busken Huet in Brieven van Cd Busken Huet, uitgegeven
door zijne vrouw en zijn zoon, 2de deel (1876-1886), p. 106
[1878].
Nederlanders, mensen die vinden dat Ukkel
een gekker woord is dan De Bilt.
Toon Verhoeven, Terzijde, p. 71 [1974].
ommen, uit pure levensvreugde een extra
rondje met de draaideur maken.
Justus van Oel, Kunt u Breukelen? [1989].
ontgroenen, een pas aangekomen student op
de proef stellen vóór hij als gelijke wordt behandeld; thans weinig
in gebruik.
Woordenboek der Nederlandsche Taal (wnt), deel X, kol. 1858
[1891].
overkoot, is, wat de gevolgen betreft,
gelijk aan struikelen, hoewel het in wezen geheel iets anders
is.
J.H. Kimman, Encylopaedie der rijkunst, p. 118
[1949].
paranimfen, een aantal schaars geklede
met bloemenkransen omhangen dartelende jongedames [...], die met
wufte danspasjes de aanstaande jonge doctor tijdens de openbare
toetsing van zijn slotschrift naar zijn ereplaats begeleiden.
Driek van Wissen, Groot verkeerde-woordenboek der Nederlandse
taal [1996].
pen, zijn - in gal en alsem dopen. Alsem.
-- Hy heéft zyne pen in gal en alsem gedoopt, il a un style
mordant, il a une PLUME DE FER ! De eerste zinsnede is goed,
maer waerom derzelver weerde verminderd door een tweede voorbeeld
dat den stempel der ongerymdheyd draegt? HY HEEFT EENE YZEREN PEN !
welke dwaesheyd hierdoor te willen beduyden: qu'il a trempé sa
plume dans le fiel et dans l'absinthe ! Hy heéft eene yzeren pen
! Wel schier alle man, tot den onnoozelsten boer toe, heeft
eene yzeren pen .... en, heeft men geene yzeren pen, voor
een plaket koopt men er een geheel doosken !
Adolph Byl, Onpartydige beoordeeling van de woordenboeken der
heeren Sleeckx en Van de Velde, p. 11 [1851].
peutergymnastiek, vingeroefeningen in de
neus.
J. Vandaal, Vocabularie [1984].
pop, ben. voor zekere, oorspr. op de
rock-'n-roll gebaseerde, bij jeugdige en onrijpe personen in de
smaak vallende hedendaagse amusementsmuziek.
C. Kruyskamp, Van Dale. Groot Woordenboek der Nederlandse
Taal s.v. pop (III) [1976].
prikklok, wekker voor hardhorenden.
J. Vandaal, Vandalismen. "Schertswoordenboek"
[1986].
quadragesima. Quadragesima,
veertigste. Quadragesima, de vasten, de veertig daagse
vasten of veertigdaagse spijsverkiesing. Men schrijft, dat
Jezus (Behouder) veertig dagen en nachten inde woestijne
heeft gevast sonder eeten of drinken te nuttigen. Na dit voorbeeld
hebben de Geestelijken vande Roomse Godsdienst mede een
veertigdagse vasten ingestelt, onder het gansche volk [...].
Somtijds eens te vasten en maatig te zijn is niet quaad, wat seg ik
niet quaad, ja het is goed, ook gesond: maar wanneer men het
malkander als lasten oplegt en soo an verbind, dat men de
gemoederen der menschen daar mede be-swaart, dan is 't quaad, en
ook gelijk 't geschied als een Godsdienst om het oneyndig noyt
begonne wesen daar mede te behaagen, dan deugt het immers niet;
want dat is een groote verwaantheyd, te seggen, God te konnen
behagen en dienst te konnen doen met vleesch te eeten van daag, en
met visch te eeten morgen.
Adr. Koerbagh, Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder
verdriet geplant door Vreederijk Waarmond, ondersoeker der waarheyd
[...] of Een vertaaling en uytlegging van al de Hebreusche,
Grieksche, Latijnse, Franse, en andere vreemde bastaart-woorden en
wijsen van spreeken [...] [1668].
ranja, limonade zonder spanning.
Doeschka Meijsing in Vergeetwoordenboek, p. 137
[1994].
rijm, van alle vreselijke, rampzalige,
infantiele, mensonwaardige, hersenverwekende, stompzinnige,
denkensgevaarlijke, nutteloze en verachtelijke uitvindingen zonder
enige twijfel de ergste.
Piet Grijs in Knack 16 (1986) 45 (5 november), p.
164.
rups, lang beest met pukkeltjes die lijkt
op een vlinder.
Definitie van mijn zoon Tim (5 jaar) [1990].
schijten, kakken, een noodzaakelyk werk,
doch dat liever gedaan, dan met dien naam gezegt is.
Carolus Tuinman, Fakkel der Nederduitsche Taale s.v.
schyten [1722].
schouwburg. Was de Schouwburg
weleer [...] de verzamelplaats der verheven Verstanden; zy is nu
veeltyds de verzamelplaats der Sotten, en wy vertrouwen op goede
gronden dat wy der waarheid niet zouden te kort doen, indien wy
zeiden, dat `er veeltyds meêr Sotten in den Schouwburg
vergaderen, dan `er in het krankzinnig huis opgeslooten zyn.
Zinryk en Schertzend Woordenboek, deel 1, p. 402
[1769].
socioloog, iemand die twee dingen kan: óf
iets bewijzen dat ik al wist, óf iets veronderstellen dat hij niet
kan bewijzen.
Jan Blokker, Afscheid van televisieland, p. 59
[1979].
spitsvignet
1. abonnement op de file (een medewerker van de ANWB, geciteerd in
de Haagsche Courant van 22 november 1990);
2. spits vignet (Albert Hofstede, Parlementaal. Een verwarrend
woordenboekje [1991]).
sponsor, mecenas die er iets voor terug
wil hebben.
Jan Blokker in de Volkskrant van 27 februari
1989.
stap, een symmetrische, basculerende,
diagonale gang in vier tempi, waarbij het paard beurtelings
bipedaal en tripedaal zich voortbeweegt.
J.H. Kimman, Encyclopaedie der rijkunst, p. 165
[1949].
studenten, jongens die ruiten ingooien
van gebouwen, waarvan ze later commissaris hopen te worden.
Wim Kan, Soms denk ik wel eens bij mezelf... Honderd gedachten
van Wim Kan en anderen, p. 36 [1983].
syllabus, van faculteitswege verstrekte
college-aantekeningen die collegebezoek overbodig maken.
Albert Gilissen en Paul Olden, Het eerste Nederlandse
studentenwoordenboek, 2de druk [1994].
televisiescherm, [...] een rolluikje met
een kindonvriendelijk veiligheidsslot [...], dat ouders op gezette
tijden voor de beeldbuis kunnen neerlaten om hun kroost te behoeden
voor overmatig televisiekijken.
Driek van Wissen, Groot verkeerde-woordenboek der Nederlandse
taal [1996]
televoting, systeem om in combinatie met
de televisie een telefonisch referendum te houden over bij voorkeur
de meest onbenullige onderwerpen. De bedoeling is de kijkers aan de
buis te kluisteren. Je hebt altijd weer teringlijers die zich laten
vangen.
Jef Coeck, Nieuwsspraak. Een zakwoordenboekje
[1994].
tennissen, [...] de kunst om, staande op
fijngemalen dakpannen, een bal over een grofgehaakt lapje te slaan,
met zo weinig mogelijk spelregels, zodat ook de hogere standen het
nog kunnen volgen.
Gerrit Komrij, Horen, Zien en Zwijgen, 5de druk, p. 126
[1979] (1ste druk 1977, oorspr. verschenen in NRC
Handelsblad 1976).
treeft, drievoet Vn pot ou quelque
aultre chose.
Simon Pelegromius, Silva synonymorvm, p. 349
[1615].
uitzonderlijk, begrafenisondernemer op
vakantie.
J. Vandaal, Vocabularie [1984].
vaderland, pretpark voor
spermadonors.
Ivo de Wijs in een televisie-uitzending van de AVRO op 25 januari
1990.
verlostang, zure, oude vroedvrouw.
J. Vandaal, Vandalismen. "Schertswoordenboek"
[1986].
verplicht vrijwillige verzekering,
schijnt in werking te treden wanneer niet langer gebruik kan worden
gemaakt van de zogenaamd vrijwillig vrijwillige verzekering.
Albert Hofstede, Parlementaal. Een verwarrend woordenboekje
[1991].
verstrooid zijn. Verstrooid zijn wil
zeggen dat men rare dingen doet, althans dingen die helemaal niet
passen bij de situatie waarin men verkeert, omdat de aandacht sterk
gericht is op iets anders dan de handeling. B.v. men wil een ei
koken en legt zijn horloge in het water, terwijl men het ei ernaast
deponeert om de tijd op te nemen; of men wil een brief posten en
gooit zijn sigaar in de bus en komt met de brief weer thuis.
G. Ubbink, Karakterkundig woordenboek der Nederlandse taal,
p. 227 [1951].
video. Uideo sien.
Joannes Custos Brechtanus, In Etymologiam collectarius, fol.
H iij recto [1515].
vijver. Om een Vyver te maken, heeft men
niets anders te doen dan een Vyver te maken.
M. Noel Chomel, Huishoudelyk Woordboek, deel 2, p. 1295
[1743].
viool, [...] instrument om mensenoren te
kietelen, door met een paarde[n]staart over de darmen van een kat
te strijken.
Ambrose Bierce, The Cynic's Word Book [1911], in vert. van
Else Hoog onder de titel Satans Groot Woordenboek
[1969].
voetbal, het belangrijkste van de
onbelangrijke zaken.
Paus Johannes Paulus II, geciteerd in de Volkskrant van 13
juni 1988.
volleybal, door twee ploegen van zes
spelers gespeeld balspel waarmee sommige mensen zich vermaken,
bestaande in het heen en weer slaan van een bal over een net.
C. Kruyskamp, Van Dale. Groot Woordenboek der Nederlandse
Taal [1976].
vrijgezel, een meneer die naar believen
links of rechts uit zijn bed kan stappen.
Marceline Cox, geciteerd in C. van Akersloot, Lachen om de
Liefde [1962].
vrouw, het enige ding dat boos wordt
wanneer je het probeert te definiëren.
Piet Grijs, `Blijf met je fikken van de luizepoten af!', p.
130 [1972], o.a. ook geciteerd in Gerd de Ley, Het
antivrouwenboekje, p. 97 [1980].
vrouwelijke schoongeest. Beau. -- In den
uytleg van dit woord komt er nog iets koddig uyt het talentvol en
verstandig breyn onzer nieuwe schryvers; zy zeggen: Une femme
bel esprit, en vertalen als volgt: EEN VROUWELYKE SCHOONGEEST !
Wat dit voor eene soort van wezens is, weten wy niet; misschien zyn
die in den Antwerpschen dierentuyn te vinden....
Adolph Byl, Onpartydige beoordeeling van de woordenboeken der
heeren Sleeckx en Van de Velde, p. 15 [1851].
vuistje, lichaamsdeel waarmee je kaas
vasthoudt.
Rouke G. Broersma, Recht voor z'n raap. Jargonboek voor hippe en
andere vogels i.v. [1970].
wilde dieren, dieren die vrij en
gevaarlijk in het woud rondlopen.
Definitie van Valentijn Geirnaert (6 jaar), zoon van
wnt-redacteur Dirk Geirnaert [1991].
wol ophouden, dwangarbeid voor
meisjes.
Doeschka Meijsing in Vergeetwoordenboek, p. 184
[1994].
xenofilie, voorliefde voor vreemd
gaan.
J. Vandaal, Vandalismen. "Schertswoordenboek"
[1986].
Yab Yum, het eerste bordeel in Nederland
dat erin geslaagd is zich te ontdoen van het
laag-bij-de-grondse-penoze-image dat vaak met betaalde sex wordt
geassocieerd. Yab Yum mag dan nog lang niet het niveau hebben
bereikt van de beroemde Salon Kitty uit het vooroorlogse Berlijn,
maar mede door zijn spirituele reclame is het een sociaal trefpunt
geworden waar je je zonder gêne kunt vertonen, al wordt het niveau
bedreigd door jongens die hun bromfietshelm op houden.
Hans Ferrée, Het trendletter ABC [1983].
zendeling, iemand die ten onrechte nooit
bij de ingrediënten in een kookboek wordt genoemd.
Nico Scheepmaker, geciteerd in een televisie-uitzending van de AVRO
op 8 december 1990.
zomersproeten, een veel voorkomende
kwaal, die vooral de blondjes veel ergernis geeft.
D. Joles van Kleeff in J.G. Westerouen van Meeteren en A. Mulder
van de Graaf-Best, Encyclopaedie voor lichaamscultuur en
lichaamsverzorging, p. 234 [1937].
Zwitserland. Zwitserland is de natie waar
je doorheen rijdt als je op weg naar Italië bent. Het land bestaat
voornamelijk uit bergen en dalen, zodat het de Duitsers te veel
werk was het bij het Derde Rijk in te lijven. De inwoners spreken
drie talen tegelijk. De belangrijkste bijdrage die Zwitserland tot
de beschaving heeft geleverd is de koekoeksklok. De nationale
luchthaven heet Kloten. De nationale kaas, afkomstig uit Emmental,
smaakt naar niks, net zoals de gaten die er in zijn gevallen. Het
land is onderverdeeld in zesentwintig zogenaamde kantons,
die voornamelijk per referendum worden geregeerd.
Martin van Amerongen in NRC Handelsblad van 21 december
1990.
Kent u nog meer opmerkelijke definities, bijvoorbeeld omdat ze ontroerend, leuk, ironisch, sarcastisch, poëtisch, onbedoeld komisch, verregaand onnozel, zeer treffend, geheel onjuist, uiterst onvolledig of onnodig gecompliceerd zijn? Stuur ze dan op naar het redactiesecretariaat van Trefwoord, liefst vergezeld van zo volledig mogelijke gegevens over de bron(nen).