Personal tools
You are here: Home Uitgaven Trefwoord Jaargang 1999 per definitie merkwaardig
Document Actions

per definitie merkwaardig

Per definitie merkwaardig. Een bloemlezing van opmerkelijke definities (1515-1996)

door Rob Tempelaars

(Eerder verschenen in Trefwoord, 12, 1998, pp. 143-154)

aalbes, oudje, dat verslaafd is aan sterk gehopt, Engels bier, vgl. jeneverbes.
J. Vandaal, Vocabularie [1984].

aandachtspunt, [...] een van de aanrollende golfjes in de puntenzee van de bureaucratie, zoals ook knelpunt, pijnpunt, scharnierpunt, inbelpunt, weegpunt, ijkpunt, enz., stuk voor stuk verwerkt in vermoeide nota's en rapporten.
Hans Auer, Zeg nooit doei. Het foute woordenboek van de Nederlandse taal [1995].

abattoir, [...] plaats waar beesten koeien om zeep helpen.
Ambrose Bierce, The Cynic's Word Book [1911], in vert. van Else Hoog onder de titel Satans Groot Woordenboek, p. 10-11 [1969].

abdicatie, koningsschapsonderbreking.
Battus in de Volkskrant van 6 april 1990.

aforisme, betoog dat zo kort is dat je de onjuistheid ervan direct inziet.
Piet Grijs, `Blijf met je fikken van de luizepoten af!', p. 130 [1972].

amandelen knippen, nodeloze, traumatiserende operatie, toegepast op weerloze kinderen die aan hun stoel vastgekluisterd werden.
Doeschka Meijsing in Vergeetwoordenboek, p. 9 [1994].

apotheker, uit de hand gelopen drogist met een diploma sinaspril.
Youp van 't Hek.

baas, zegt men ook in een' overnaamlijken of metonymischen zin, voor Meester, (te weeten in zijn huis) edoch, men moet zich niet verwonderen, als men thands, bij familiaire vrienden, vraagende, of men den Baas van den Huize, eens kan spreeken, de vrouw ziet ten voorschijn komen; waaruit de Taalkenners besluiten dat dit woord thands Communis Generis, of van gemeen geslacht, geworden is.
A. Fokke Simonsz., Proeve van een ironiesch comiesch woordenboek [1797].

badminton, een zéér, zéér flauwe afspiegeling van tennissen! Alle voordelen van de openluchtsport zijn verloren gegaan, de afmetingen van de baan zijn kleiner en met 't oog hierop speelt men niet met een gewone bal en gewone rackets, maar met een pluimbal en lichtere rackets. Het pleit voor 't inzicht van ons Nederlandse publiek, dat tennis steeds populairder wordt en al die imitatie-spelletjes bij ons geen toekomst hebben.
M. Braunberger in J.G. Westerouen van Meeteren en A. Mulder van de Graaf-Best, Encyclopaedie voor lichaamscultuur en lichaamsverzorging pp. 502-503 [1937].

bal, [...] woord dat in de loop van de tijd zoveel betekenissen krijgt dat heel de wereld rond wordt en ook andere woorden wakker worden.
Hedda Martens in de woordenlijst van het Vergeetwoordenboek (=Raster 58), p. 133 [1992]. Ook opgenomen in de tweede, uitgebreide en afzonderlijk verschenen druk, het Vergeetwoordenboek [1994].

beledigen, een wedstrijd in waarheid, uitgevochten met het wapen van de taal.
Ed Schilders in de Volkskrant van 2 augustus 1986.

bontmantel, een huid die van beest verandert.
C. van Akersloot, Lachen om de Liefde [1962].

bougie, Fransch woord, dat by ons tot de fatsoenlijke Wareld schijnt te behooren, voor waschlicht.
Willem Bilderdijk, Verklarende geslachtslijst der Nederduitsche naamwoorden, deel 1 [1832].

bregadiere. Bregadiere. Dit woord schijnt te betekenen een krijgsampt: dog wat voor een weet ik niet alsoo ik het selve nieuwers heb konnen vinden. Derhalven die het weet, mag het er by schrijven.
Adr. Koerbagh, Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder verdriet geplant door Vreederijk Waarmond, ondersoeker der waarheyd [...] of Een vertaaling en uytlegging van al de Hebreusche, Grieksche, Latijnse, Franse, en andere vreemde bastaart-woorden en wijsen van spreeken [...], Bijvoegsel, p. 655 [1668].

bronst. Hert en reebok treden in de bronst, wanneer ze bronstig worden; ze treden eruit, wanneer ze uitgebronst zijn.
A.G.J. Hermans, Jagerswoordenboek, p. 348 s.v. treden [1947].

BTW, belasting toegevoegde waarde die zolang van de een op de ander wordt afgewenteld tot de consument het gelag betaalt.
Rouke G. Broersma, Recht voor z'n raap. Jargonboek voor hippe en andere vogels [1970].

canon. Canon. Betekent een stuk ijser of metaal geschut, en cànon, een Kerkregel, door een of andere Kerkvergadering ingevoerd. Beide deze betekenissen hebben dit met elkander gemeen, dat de Kerkregelen somtijds wel eens door stukken geschut bekragtigd en doorgezet zijn geworden, en dat `er ook tijden zijn geweest, waarin de stukken geschut, de Kerkregelen deeden zwijgen. Thands is het Canon, de Cànon, of Kerkregel, der oorloogende volken, en het kragtigste argument in politieke dispuuten.
A. Fokke Simonsz., Proeve van een ironiesch comiesch woordenboek [1797].

continentaal plat, algemeen onbeschaafd Europees.
J. Vandaal, Vocabularie [1984].

definitie. Betekenissen staan niet in een woordenboek, zij bevinden zich in het hoofd van de taalgebruiker. Definities zijn pogingen van de lexicograaf om die betekenis in woorden te vangen. [...] Een goede definitie is feitelijk niet meer -- maar ook niet minder -- dan een "minst mislukte poging tot betekenisverwoording."
A. Moerdijk, Handleiding bij het Woordenboek der Nederlandsche Taal (wnt), p. 63 [1994].

doelgroep, kudde consumenten, die het zich laat welgevallen zo door het leven te gaan.
Hans Auer, Zeg nooit doei. Het foute woordenboek van de Nederlandse taal [1995].

Duitsland, het dikste achterwerk van de wereld.
Wolf Biermann in de Volkskrant van 9 oktober 1990.

duivel. Duyvel, een lasteraar, beschuldiger, anklaager, die imant lastert, beschuldigt, of anklaagt. Dit woord duyvel, 't welk een bastaart grieks woord is [...], staat op eenige plaatsen in de schrift inde duytsche oversetting even al eens of het goed nederduyts was: dog daar staan wel meer onduytse woorden inde schrift dewelke men on-overgeset laat staan, om dat de gemeene luyden deselve niet souden verstaan, en daar door tot kennis van saaken komen. Want als al de woorden in 't nederduyts behoorlijk waaren overgeset, so en souder dit woord duyvel niet in gevonden worden, nog ook niet inde nederlandsche taal. Nu tragt en poogtmen ons wijs te maaken, dat de duyvel een boose geest is [...] dewelke inden beginne goed gemaakt is, dog is voort vervallen van een goede en gelukkige stant in een kwade en ongelukkige; alhoewel men in de gantse schrift niet een enkel woord daar van leest, de Godsgeleerden willen evenwel dat het waar sal zijn, om dat sy het versiert hebben.
Adr. Koerbagh, Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder verdriet geplant door Vreederijk Waarmond, ondersoeker der waarheyd [...] of Een vertaaling en uytlegging van al de Hebreusche, Grieksche, Latijnse, Franse, en andere vreemde bastaart-woorden en wijsen van spreeken [...] [1668].

exorcisme. Exorcisme, besweering. De roomse geestelijken hebben veel malligheden in 't hoofd met die besweeringen; sy besweeren de jonge kinderen als syse doopen, op dat de boose geest van heur soude uytgaan, sy besweeren de ouderen dewelke met een boosen geest beseten zijn, so sy seggen, en verdrijven de selve door hun besweeringen, dewelken sy seggen dat so kragtig zijn. Dog wat dat van die versierde, boose geest, dewelk men duyvel, dat is lasteraar, noemt, is, kan gesien worden in het woord Duyvel.
Adr. Koerbagh, Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder verdriet geplant door Vreederijk Waarmond, ondersoeker der waarheyd [...] of Een vertaaling en uytlegging van al de Hebreusche, Grieksche, Latijnse, Franse, en andere vreemde bastaart-woorden en wijsen van spreeken [...] [1668].

face lifting, het verwijderen van de "mondhoektreurplooi" door een in de haren liggend, onzichtbaar litteken.
A. Mulder van de Graaf in J.G. Westerouen van Meeteren en A. Mulder van de Graaf-Best, Encyclopaedie voor lichaamscultuur en lichaamsverzorging, p. 88 [1937].

fascinatie. Fascinatie, betoovering. Dit wilmen sal een schadelijke konst zijn, dewelk men van een versierde boose geest leert, die men duyvel noemt. Dog wat van de duyvel is, sie in het woord Duyvel. Wat vande konst is sullen wy eens kortelijk seggen, namentlijk dat het is een bedrog. Datmen met eenige kruyden andere dingen beschadigen kan imant, dat is wis waar, en dat men ook met eenige kruyden of andere dingen wonderlijke werkingen doen kan, is ook wis waar. Maar datmen imant met een hoop vreemde woorden te prevelen sonder hem eens an te raaken, soude konnen schadelijk zijn, of dat sy toveraars of toveressen, sik selven in katten of honden, of weerwolven soude konnen veranderen, dat sijn maar belaggelijke praatjens.
Adr. Koerbagh, Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder verdriet geplant door Vreederijk Waarmond, ondersoeker der waarheyd [...] of Een vertaaling en uytlegging van al de Hebreusche, Grieksche, Latijnse, Franse, en andere vreemde bastaart-woorden en wijsen van spreeken [...] [1668].

flux de bouche, begaving (uit het Duits) van sommige politici, de goeden niet te na gesproken.
Albert Hofstede, Parlementaal. Een verwarrend woordenboekje [1991].

franciscanes
1. lid van een congregratie van vrouwelijke religieuzen der Tweede Orde van St.-Franciscus (G. Geerts en H. Heestermans, Van Dale. Groot Woordenboek der Nederlandse Taal [1992]);
2. religieuze van de derde orde van Sint-Franciscus (P.G.J. van Sterkenburg, i.s.m. G.E. Booij en P.R.F. Verhoeven, Van Dale. Groot Woordenboek van Hedendaags Nederlands, 2de druk [1991]).

franciscanessen
1. alg. ben. voor congregaties van vrouwelijke religieuzen der Derde Orde van St. Franciscus (C. Kruyskamp en F. de Tollenaere, Van Dale's Nieuw Groot Woordenboek der Nederlandse Taal [1950]);
2. alg. ben. voor congregaties van vrouwelijke religieuzen der Tweede Orde van St.-Franciscus (C. Kruyskamp, Van Dale. Groot Woordenboek der Nederlandse Taal [1976]).

friemelen, met zijne vingers ergens aan zitten; peuteren, prutsen; (euphemistisch) de geslachtsdeelen kittelen.
P.J. van Malssen jr., Van Dale's Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal [1914].

ga met God, christelijk Nederlands voor doei.
Jan Blokker in de Volkskrant van 6 september 1986.

gastarbeider, buitenlander die hier een rotbaantje opknapt, in ruil waarvoor hij slecht behuisd en uit bars geweerd wordt.
Rouke G. Broersma, Recht voor z'n raap. Jargonboek voor hippe en andere vogels [1970].

golf, vroeger een moderne vorm van knikkeren voor mensen die te oud zijn om te bukken.
Gehoord in een televisie-uitzending van de VPRO op 21 oktober 1990.

halterende, een - bus, moderne term uit het streekvervoer, duidend op het feit dat de bus haltes aandoet, zoals het een bus betaamt.
Hans Auer, Zeg nooit doei. Het foute woordenboek van de Nederlandse taal [1995].

herder, soort hond die vroeger op schapen paste.
Definitie van mijn zoon Tim (6 jaar) [1991]

hersenen. Harssenen. Is een papächtige, weeke, met vliezen aan een verbonden, en met bloedaderen en zenuwtakjens doorsneedene stoffe, in het bovenste gedeelte des Hoofds geplaatst, en door het zachte en harde Harsenvlies [...] gedekt. Bij sommige lieden zijn zij de zetel des Verstands en der Reden, bij anderen enkel die der Gewaarwording. In deze papächtige klomp gaat bij sommigen al vrij wat om; geheele Landen worden `er in bestuurd, de loop der Sterren bepaald, allerlei grootheeden gemeeten, de Geschiedenissen der Waereld opengelegd, de verstafgelegen Landen bereisd, de oudste en vreemdste taalen onderzogt en verklaard, en veele andere zwaare en wonderbaarlijke bezigheeden verrigt. Bij anderen weder wordt `er in geomberd, gebillard, geharddraaft, gezeild en gedobbeld; weder bij anderen de pot gekookt, gewasschen, geschrobd, enz. bij nog anderen gevrijd, gezongen, gedanst; voords ook nog bij sommigen gevloekt, gegraauwd, gelasterd, gescholden, enz. Eindelijk zijn de Harssenen, of eene soort van Ragout, waar in alle kostbaare lekkernijen bij een gekookt zijn, of eene Olla Podrida, of Gortenaal, waar in men allerlei oudbakken kliekjens bij elkander stooft, om ze te orberen.
A. Fokke Simonsz., Proeve van een ironiesch comiesch woordenboek [1797].

heupbroek, broek die om duistere redenen op de heupen blijft hangen.
Rouke G. Broersma, Recht voor z'n raap. Jargonboek voor hippe en andere vogels [1970].

intuïtie, instinct dat een vrouw doet voelen dat ze gelijk heeft, zelfs als ze ongelijk heeft.
Nora Portier, geciteerd in Gerd de Ley, Het antivrouwenboekje, p. 22 [1980].

jarden, blijkbaar [...] een technisch woord.
Woordenboek der Nederlandsche Taal (wnt), deel VII, kol. 224 [1913].

juffrouw, aanspreektitel, eind jaren zestig door de Universiteit van Amsterdam afgeschaft. Sindsdien alleen nog gebruikt om minachting voor vrouwen tot uitdrukking te brengen.
Doeschka Meijsing in Vergeetwoordenboek, p. 78 [1994].

kerk, langwerpige flat met een puntmuts erop.
Seth Gaaikema in een televisie-uitzending van Veronica op 30 december 1989.

kriebelmuggetje, (nat. hist.) een zeer klein mugje, vooral in de prov. Utrecht, Gelderland en Overijssel wèl bekend, dat, door een onwederstaanbaren dorst naar menschenbloed gedrongen, zich op het gelaat en de handen nederzet, welks steek min of meer pijnlijk en welks gekriebel volstrekt onuitstaanbaar is.
J.H. van Dale, Nieuw Woordenboek der Nederlandsche Taal [1872]. Ook, al dan niet in gewijzigde vorm, in latere edities van Van Dale.

krimpvoeg. Beton heeft, naast zijn vele goede eigenschappen als bouwmateriaal, het nadeel van te krimpen, vooral in de buitenlucht. Om de gevolgen hiervan te voorkomen, past men wel toe krimpvoegen, ook wel genaamd uitzetvoegen.
Eerste Nederlandse Systematisch Ingerichte Encyclopaedie (E.N.S.I.E.), deel 9, p. 165 [1950].

kunstvagina, vagina zonder vrouw eraan.
Rouke G. Broersma, Recht voor z'n raap. Jargonboek voor hippe en andere vogels [1970].

kwal, een slap handje dat voor zichzelf is begonnen.
Midas Dekkers, geciteerd in Jef Coeck, Nieuwsspraak. Een zakwoordenboekje [1994].

lemma, klein knaagdier, voorkomend aan de kusten van Noorwegen. "Bij duizenden stortten zich de lemma's van de rotsen in de Zee van Ordbok".
Rudy Kousbroek, `Lexicon van herontdekte woorden', in: De logologische ruimte. Opstellen over taal, 2de druk, p. 104-106 i.v. [1986] (1ste druk 1984).

lexicograaf, meneer die foto's maakt.
Definitie van mijn zoon Tom (4 jaar) [1991].

magazijn, achterwerk van een winkel.
Definitie van mijn zoon Tim (6 jaar) [1991].

middelvinger, wijsvinger.
I.M. Calisch en N.S. Calisch, Nieuw Woordenboek der Nederlandsche Taal [1864]. Idem in Van Dale [1872] en Van Dale [1884].

moeras, [...] broek, zonder behoorlijke afwatering.
Woordenboek der Nederlandsche Taal (wnt), deel IX, kol. 966 [1907].

muziekminnaar, iemand die een vrouw in bad hoort zingen, en dan zijn oor tegen het sleutelgat legt.
C. van Akersloot, Lachen om de Liefde s.v. muzikaal [1962].

Nederland, een land, gelegen aan de kust der Doode Zee, waar de vogels niet overheen kunnen vliegen zonder te sterven.
Cd. Busken Huet in Brieven van Cd Busken Huet, uitgegeven door zijne vrouw en zijn zoon, 2de deel (1876-1886), p. 106 [1878].

Nederlanders, mensen die vinden dat Ukkel een gekker woord is dan De Bilt.
Toon Verhoeven, Terzijde, p. 71 [1974].

ommen, uit pure levensvreugde een extra rondje met de draaideur maken.
Justus van Oel, Kunt u Breukelen? [1989].

ontgroenen, een pas aangekomen student op de proef stellen vóór hij als gelijke wordt behandeld; thans weinig in gebruik.
Woordenboek der Nederlandsche Taal (wnt), deel X, kol. 1858 [1891].

overkoot, is, wat de gevolgen betreft, gelijk aan struikelen, hoewel het in wezen geheel iets anders is.
J.H. Kimman, Encylopaedie der rijkunst, p. 118 [1949].

paranimfen, een aantal schaars geklede met bloemenkransen omhangen dartelende jongedames [...], die met wufte danspasjes de aanstaande jonge doctor tijdens de openbare toetsing van zijn slotschrift naar zijn ereplaats begeleiden.
Driek van Wissen, Groot verkeerde-woordenboek der Nederlandse taal [1996].

pen, zijn - in gal en alsem dopen. Alsem. -- Hy heéft zyne pen in gal en alsem gedoopt, il a un style mordant, il a une PLUME DE FER ! De eerste zinsnede is goed, maer waerom derzelver weerde verminderd door een tweede voorbeeld dat den stempel der ongerymdheyd draegt? HY HEEFT EENE YZEREN PEN ! welke dwaesheyd hierdoor te willen beduyden: qu'il a trempé sa plume dans le fiel et dans l'absinthe ! Hy heéft eene yzeren pen ! Wel schier alle man, tot den onnoozelsten boer toe, heeft eene yzeren pen .... en, heeft men geene yzeren pen, voor een plaket koopt men er een geheel doosken !
Adolph Byl, Onpartydige beoordeeling van de woordenboeken der heeren Sleeckx en Van de Velde, p. 11 [1851].

peutergymnastiek, vingeroefeningen in de neus.
J. Vandaal, Vocabularie [1984].

pop, ben. voor zekere, oorspr. op de rock-'n-roll gebaseerde, bij jeugdige en onrijpe personen in de smaak vallende hedendaagse amusementsmuziek.
C. Kruyskamp, Van Dale. Groot Woordenboek der Nederlandse Taal s.v. pop (III) [1976].

prikklok, wekker voor hardhorenden.
J. Vandaal, Vandalismen. "Schertswoordenboek" [1986].

quadragesima. Quadragesima, veertigste. Quadragesima, de vasten, de veertig daagse vasten of veertigdaagse spijsverkiesing. Men schrijft, dat Jezus (Behouder) veertig dagen en nachten inde woestijne heeft gevast sonder eeten of drinken te nuttigen. Na dit voorbeeld hebben de Geestelijken vande Roomse Godsdienst mede een veertigdagse vasten ingestelt, onder het gansche volk [...]. Somtijds eens te vasten en maatig te zijn is niet quaad, wat seg ik niet quaad, ja het is goed, ook gesond: maar wanneer men het malkander als lasten oplegt en soo an verbind, dat men de gemoederen der menschen daar mede be-swaart, dan is 't quaad, en ook gelijk 't geschied als een Godsdienst om het oneyndig noyt begonne wesen daar mede te behaagen, dan deugt het immers niet; want dat is een groote verwaantheyd, te seggen, God te konnen behagen en dienst te konnen doen met vleesch te eeten van daag, en met visch te eeten morgen.
Adr. Koerbagh, Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder verdriet geplant door Vreederijk Waarmond, ondersoeker der waarheyd [...] of Een vertaaling en uytlegging van al de Hebreusche, Grieksche, Latijnse, Franse, en andere vreemde bastaart-woorden en wijsen van spreeken [...] [1668].

ranja, limonade zonder spanning.
Doeschka Meijsing in Vergeetwoordenboek, p. 137 [1994].

rijm, van alle vreselijke, rampzalige, infantiele, mensonwaardige, hersenverwekende, stompzinnige, denkensgevaarlijke, nutteloze en verachtelijke uitvindingen zonder enige twijfel de ergste.
Piet Grijs in Knack 16 (1986) 45 (5 november), p. 164.

rups, lang beest met pukkeltjes die lijkt op een vlinder.
Definitie van mijn zoon Tim (5 jaar) [1990].

schijten, kakken, een noodzaakelyk werk, doch dat liever gedaan, dan met dien naam gezegt is.
Carolus Tuinman, Fakkel der Nederduitsche Taale s.v. schyten [1722].

schouwburg. Was de Schouwburg weleer [...] de verzamelplaats der verheven Verstanden; zy is nu veeltyds de verzamelplaats der Sotten, en wy vertrouwen op goede gronden dat wy der waarheid niet zouden te kort doen, indien wy zeiden, dat `er veeltyds meêr Sotten in den Schouwburg vergaderen, dan `er in het krankzinnig huis opgeslooten zyn.
Zinryk en Schertzend Woordenboek, deel 1, p. 402 [1769].

socioloog, iemand die twee dingen kan: óf iets bewijzen dat ik al wist, óf iets veronderstellen dat hij niet kan bewijzen.
Jan Blokker, Afscheid van televisieland, p. 59 [1979].

spitsvignet
1. abonnement op de file (een medewerker van de ANWB, geciteerd in de Haagsche Courant van 22 november 1990);
2. spits vignet (Albert Hofstede, Parlementaal. Een verwarrend woordenboekje [1991]).

sponsor, mecenas die er iets voor terug wil hebben.
Jan Blokker in de Volkskrant van 27 februari 1989.

stap, een symmetrische, basculerende, diagonale gang in vier tempi, waarbij het paard beurtelings bipedaal en tripedaal zich voortbeweegt.
J.H. Kimman, Encyclopaedie der rijkunst, p. 165 [1949].

studenten, jongens die ruiten ingooien van gebouwen, waarvan ze later commissaris hopen te worden.
Wim Kan, Soms denk ik wel eens bij mezelf... Honderd gedachten van Wim Kan en anderen, p. 36 [1983].

syllabus, van faculteitswege verstrekte college-aantekeningen die collegebezoek overbodig maken.
Albert Gilissen en Paul Olden, Het eerste Nederlandse studentenwoordenboek, 2de druk [1994].

televisiescherm, [...] een rolluikje met een kindonvriendelijk veiligheidsslot [...], dat ouders op gezette tijden voor de beeldbuis kunnen neerlaten om hun kroost te behoeden voor overmatig televisiekijken.
Driek van Wissen, Groot verkeerde-woordenboek der Nederlandse taal [1996]

televoting, systeem om in combinatie met de televisie een telefonisch referendum te houden over bij voorkeur de meest onbenullige onderwerpen. De bedoeling is de kijkers aan de buis te kluisteren. Je hebt altijd weer teringlijers die zich laten vangen.
Jef Coeck, Nieuwsspraak. Een zakwoordenboekje [1994].

tennissen, [...] de kunst om, staande op fijngemalen dakpannen, een bal over een grofgehaakt lapje te slaan, met zo weinig mogelijk spelregels, zodat ook de hogere standen het nog kunnen volgen.
Gerrit Komrij, Horen, Zien en Zwijgen, 5de druk, p. 126 [1979] (1ste druk 1977, oorspr. verschenen in NRC Handelsblad 1976).

treeft, drievoet Vn pot ou quelque aultre chose.
Simon Pelegromius, Silva synonymorvm, p. 349 [1615].

uitzonderlijk, begrafenisondernemer op vakantie.
J. Vandaal, Vocabularie [1984].

vaderland, pretpark voor spermadonors.
Ivo de Wijs in een televisie-uitzending van de AVRO op 25 januari 1990.

verlostang, zure, oude vroedvrouw.
J. Vandaal, Vandalismen. "Schertswoordenboek" [1986].

verplicht vrijwillige verzekering, schijnt in werking te treden wanneer niet langer gebruik kan worden gemaakt van de zogenaamd vrijwillig vrijwillige verzekering.
Albert Hofstede, Parlementaal. Een verwarrend woordenboekje [1991].

verstrooid zijn. Verstrooid zijn wil zeggen dat men rare dingen doet, althans dingen die helemaal niet passen bij de situatie waarin men verkeert, omdat de aandacht sterk gericht is op iets anders dan de handeling. B.v. men wil een ei koken en legt zijn horloge in het water, terwijl men het ei ernaast deponeert om de tijd op te nemen; of men wil een brief posten en gooit zijn sigaar in de bus en komt met de brief weer thuis.
G. Ubbink, Karakterkundig woordenboek der Nederlandse taal, p. 227 [1951].

video. Uideo sien.
Joannes Custos Brechtanus, In Etymologiam collectarius, fol. H iij recto [1515].

vijver. Om een Vyver te maken, heeft men niets anders te doen dan een Vyver te maken.
M. Noel Chomel, Huishoudelyk Woordboek, deel 2, p. 1295 [1743].

viool, [...] instrument om mensenoren te kietelen, door met een paarde[n]staart over de darmen van een kat te strijken.
Ambrose Bierce, The Cynic's Word Book [1911], in vert. van Else Hoog onder de titel Satans Groot Woordenboek [1969].

voetbal, het belangrijkste van de onbelangrijke zaken.
Paus Johannes Paulus II, geciteerd in de Volkskrant van 13 juni 1988.

volleybal, door twee ploegen van zes spelers gespeeld balspel waarmee sommige mensen zich vermaken, bestaande in het heen en weer slaan van een bal over een net.
C. Kruyskamp, Van Dale. Groot Woordenboek der Nederlandse Taal [1976].

vrijgezel, een meneer die naar believen links of rechts uit zijn bed kan stappen.
Marceline Cox, geciteerd in C. van Akersloot, Lachen om de Liefde [1962].

vrouw, het enige ding dat boos wordt wanneer je het probeert te definiëren.
Piet Grijs, `Blijf met je fikken van de luizepoten af!', p. 130 [1972], o.a. ook geciteerd in Gerd de Ley, Het antivrouwenboekje, p. 97 [1980].

vrouwelijke schoongeest. Beau. -- In den uytleg van dit woord komt er nog iets koddig uyt het talentvol en verstandig breyn onzer nieuwe schryvers; zy zeggen: Une femme bel esprit, en vertalen als volgt: EEN VROUWELYKE SCHOONGEEST ! Wat dit voor eene soort van wezens is, weten wy niet; misschien zyn die in den Antwerpschen dierentuyn te vinden....
Adolph Byl, Onpartydige beoordeeling van de woordenboeken der heeren Sleeckx en Van de Velde, p. 15 [1851].

vuistje, lichaamsdeel waarmee je kaas vasthoudt.
Rouke G. Broersma, Recht voor z'n raap. Jargonboek voor hippe en andere vogels i.v. [1970].

wilde dieren, dieren die vrij en gevaarlijk in het woud rondlopen.
Definitie van Valentijn Geirnaert (6 jaar), zoon van wnt-redacteur Dirk Geirnaert [1991].

wol ophouden, dwangarbeid voor meisjes.
Doeschka Meijsing in Vergeetwoordenboek, p. 184 [1994].

xenofilie, voorliefde voor vreemd gaan.
J. Vandaal, Vandalismen. "Schertswoordenboek" [1986].

Yab Yum, het eerste bordeel in Nederland dat erin geslaagd is zich te ontdoen van het laag-bij-de-grondse-penoze-image dat vaak met betaalde sex wordt geassocieerd. Yab Yum mag dan nog lang niet het niveau hebben bereikt van de beroemde Salon Kitty uit het vooroorlogse Berlijn, maar mede door zijn spirituele reclame is het een sociaal trefpunt geworden waar je je zonder gêne kunt vertonen, al wordt het niveau bedreigd door jongens die hun bromfietshelm op houden.
Hans Ferrée, Het trendletter ABC [1983].

zendeling, iemand die ten onrechte nooit bij de ingrediënten in een kookboek wordt genoemd.
Nico Scheepmaker, geciteerd in een televisie-uitzending van de AVRO op 8 december 1990.

zomersproeten, een veel voorkomende kwaal, die vooral de blondjes veel ergernis geeft.
D. Joles van Kleeff in J.G. Westerouen van Meeteren en A. Mulder van de Graaf-Best, Encyclopaedie voor lichaamscultuur en lichaamsverzorging, p. 234 [1937].

Zwitserland. Zwitserland is de natie waar je doorheen rijdt als je op weg naar Italië bent. Het land bestaat voornamelijk uit bergen en dalen, zodat het de Duitsers te veel werk was het bij het Derde Rijk in te lijven. De inwoners spreken drie talen tegelijk. De belangrijkste bijdrage die Zwitserland tot de beschaving heeft geleverd is de koekoeksklok. De nationale luchthaven heet Kloten. De nationale kaas, afkomstig uit Emmental, smaakt naar niks, net zoals de gaten die er in zijn gevallen. Het land is onderverdeeld in zesentwintig zogenaamde kantons, die voornamelijk per referendum worden geregeerd.
Martin van Amerongen in NRC Handelsblad van 21 december 1990.

Kent u nog meer opmerkelijke definities, bijvoorbeeld omdat ze ontroerend, leuk, ironisch, sarcastisch, poëtisch, onbedoeld komisch, verregaand onnozel, zeer treffend, geheel onjuist, uiterst onvolledig of onnodig gecompliceerd zijn? Stuur ze dan op naar het redactiesecretariaat van Trefwoord, liefst vergezeld van zo volledig mogelijke gegevens over de bron(nen).


Powered by Plone CMS, the Open Source Content Management System