Kiliaans ijzeren gordijn
Doorbreking van het
Kiliaanse ijzeren gordijn
door Frans Claes s.j.
Na mijn bijdrage ‘Oudere dateringen dan bij De Vries en De Tollenaere* (Claes 1997) heb ik eens verder onderzocht in hoever De Tollenaere geslaagd is in zijn opzet om ‘het Kiliaanse ijzeren gordijn* te doorbreken en welke mogelijkheden er zijn om daarin nog verder te gaan.
De Vries-De Tollenaere
1983
De Tollenaere schrijft in zijn eerste bewerking van het beknopte etymologisch woordenboek in de Aulareeks: ‘Waar Van Wijk in zijn etymologisch woordenboek, bij ontstentenis van de nodige lexicografische hulpmiddelen, bij zijn chronologische gegevens dikwijls niet verder kon komen dan een "sedert Kiliaan" of "nog niet bij Kiliaan", vindt men hier, behalve bij de letters V en Z, meestal nauwkeuriger gegevens: een doorbraak van wat ik wel eens "het Kiliaanse ijzeren gordijn" heb genoemd* (De Vries en De Tollenaere 1983: 29). In een brief van 1 november 1997 heeft De Tollenaere me geschreven dat zijn eerste vermelding van dat ‘ijzeren gordijn* wel in de volgende vorm staat in zijn bespreking van het Etymologisch Woordenboek van Jan de Vries: ‘Waar bij Van Wijk, blijkens dateringen als "sedert Kil." of "niet bij Kil.", het woordenboek van de beroemde Duffelse woordenaar als een soort van taalkundig ijzeren gordijn fungeert, zijn in het NEW hier en daar gaten geprikt in een scherm dat ons het uitzicht belemmerde* (Tc. 85, 1969, 216). In mijn recensie van de bewerking van De Vries en De Tollenaere van 1983 heb ik naast enige woorden waarvoor De Tollenaere oudere bewijsplaatsen dan bij Kiliaan heeft gevonden, toch ook een tiental oudere dateringen gesignaleerd van woorden waarvoor De Tollenaere nog naar Kiliaan (1574 of 1599) verwijst (Claes 1986: 20 1-202).
De Vries-De Tollenaere
1991
In mijn bespreking van een opnieuw aanzienlijk vermeerderde bewerking van het genoemde beknopte etymologisch woordenboek van De Vries en De Tollenaere (1991) heb ik opgemerkt dat ik toch nog meer dan vijfhonderd vermeldingen van woorden gevonden had ouder dan die van De Tollenaere, onder andere van een aantal woorden waarvoor hij ‘als datering 1599 (Ceylonees Etymologicum) opgeeft. De Tollenaere heeft het "Kiliaanse ijzeren gordijn" als eerste doorbroken, maar een verdere doorbreking ervan is duidelijk nog nodig* (Claes 1992: 215). [187] Op aanraden van De Tollenaere heb ik toen mijn volledige nog aangevulde lijst (in totaal 798 woorden) gepubliceerd in Leuvense Bijdragen (Claes 1994). In een korter artikeltje in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde had ik toen opgemerkt ‘dat bijna de helft van deze woorden in De Vries/De Tollenaere het jaartal 1599 (het Etymologicum van Kiliaan) krijgt. Dit toont aan dat De Tollenaere al wel begonnen is met de "doorbreking van het Kiliaanse ijzeren gordlijn". maar dat dit gordijn nog voor een groot gedeelte heeft standgehouden* (Claes 1993: 34). Mijn lijst van vindplaatsen in deze laatste twee artikelen omvat naast een aantal oude woordenlijsten en woordenboeken ook verscheidene uitgaven van oude teksten, enige toponymische werken en ook enige archiefstukken.
De Vries-De Tollenaere
1997
De Tollenaere heeft de in 1997 verschenen uitgave van het beknopte etymologisch woordenboek opnieuw aangevuld en ook weer voor een aantal oudere dateringen gezorgd. Ik schat dat hij opnieuw voor ongeveer tweehonderd woorden het ijzeren gordijn heeft doorbroken. Toch heb ik in mijn vorige bijdrage (Claes 1997) nog een vierhonderdtal oudere dateringen dan de zijne kunnen signaleren, waaronder een veertigtal waarvoor hij naar Kiliaan verwees.
Hier geef ik, bij wijze van voorbeeld, de bronnen ouder dan Kiliaan voor dateringen uit Kiliaan bij De Tollenaere, telkens met de erin gevonden woorden en, na de afkorting T., de datering van De Tollenaere:
— Petrus Dasypodius, Dictionarium Latinogermanicum
(Latijn-Ned.). Antwerpen 1542: gastvrij (T. 1574);
mistel (T. 1599), palts (T. 1599).
— Rembert Dodoens, Stirpium Historiæ Pemptades sex sive
libri XXX. Antwerpen, Plantijn, 1583: asperge (T.
1588).
— Leonhard Fuchs, Den nieuwen herbarius, dat is, Tboec van
den cruyden. Basel, ca. 1545: kroesbesie (T.
1588).
— Hadrianus Junius, Nomenclator omnium rerum.
Antwerpen, Plantijn, 1567: bikkel (T. 1574),
bombazijn (T. 1574), dodde (T. 1599), gebied
(T. 1599), weed (weedte T. 1588).
— R.E. Künzel, D.P. Blok, J.M. Verhoeff, Lexicon van
Nederlandse toponiemen tot 1200: 1031 bocht (kromming)
(T. 1588).
— De liggeren en andere historische archieven der
Antwerpsche Sint-Lucasgilde, ed. Ph. Rombouts en Th. Van
Lerius, Antwerpen/Den Haag 1864-1876. Reprint 1961: 1538
theuneel (T. 1588).
— Glaude Luython, Dictionaire en francois et flameng ou bas
Allemant. Dictionaris in francoys ende vlaemsch oft
nederduytsch. Antwerpen 1555: pee (T. 1599).
— J.J.. Mak, Rhetoricaal Glossarium. Assen 1959: ca.
1560 bink (T. 1588), 2de kw. l6de eeuw forceren (T.
1599).
— E.E.L. Mellema, Dictionnaire ou Promptuaire
Flameng-Francois, tres-ample et tres-copieux. Antwerpen 1589:
taen (T. 1599).
[[188] — Joannes Murmellius, Pappa puerorum esui atque usui
percocta. Deventer 1515: hamester (T. 1599).
— Jan van Mussem, Rhetorica. Antwerpen 1553:
glose (glosse T. 1588).
— Joos Lambrecht, Naembouck van allen natuerlicken ende
ongheschuumde vlaemsche woorden. Gent 1562 (opnieuw uitgegeven
door R. Verdeyen, Luik/Parijs 1945): brits (T. 1599),
fortse (T. 1599).
— G.M. Schulten, Contribution à l’étude des termes
militaires français en néerlandais. 1966 (Trefwoord 9, pp.
71-73): 1574 canon, kanon (T. 1588), 1582 carabijn
(T. 1588).
— Dictionarium Tetraglotton. Antwerpen, Plantijn, 1
562: borduren (T. 1574), ghestaltenisse (gestalte T.
1599), kicchen (cf. kuchen T. 1599), quabbe
(T.1599).
— G. van der Schueren, Vocabularius qui intitulatur
Teuthonista vulgariter dicendo der Duytschlender. Keulen 1477:
dempen (T. 1574), glijssen (T. 1599),
hoerndreger (T. 1599), clam (T. 1588), pomerancien
appel (pomerans T. 1599), qualster (T. 1599),
suycklen (sukkelen T. 1599), tippel (cf. tepel
T.1599).
— Thesaurus Theutonicae Linguae. Antwerpen, Plantijn,
1573: bauiaen (T.1574), bedreuen (T. 1588),
polder (cf. bolder T. 1574), brumstich (cf. bronst:
brunst 1599), buye (T. 1599), buys
(kledingstuk T. 1599), formaet (T. 1599), gispen (T.
1588), lelle oft lelleken der ooren (T. 1599),
teers (cf. taarts T. 1599).
— L.J. Vandewiele en W.L. Braekman, ‘Een
Latijns-Middelnederlands plantenglossarium uit het midden van de
l4de eeuw*, in: Scientiarum
Historia 10 (1968) pp. 115-144: ca. 1350 mancop (maankop
T. 1599).
In totaal gaat het over 17
verschillende bronnen met vindplaatsen van 43 verschillende woorden
ouder dan Kiliaan. Er zijn verscheidene 16de-eeuwse woordenboeken
en andere werken bij, sommige door Plantijn uitgegeven, die Kiliaan
als bron heeft gebruikt. Van de oudere werken heeft Kiliaan ook de
15de-eeuwse Teuthonista van Van der Schueren als bron
gebruikt. Andere werken waarin ik nog oudere dateringen uit het
Middel- of Oudnederlands heb gevonden, zijn een 14de-eeuws
plantenglossarium en een recent toponymisch woordenboek.
Oude woordenboeken met
oudste vindplaatsen van Nederlandse woorden
Doordat ik al meer dan dertig jaar (sinds 1965, bij de voorbereiding van mijn dissertatie) oude woordenboeken bestudeer, heb ik daarin ook in de eerste plaats oudere dateringen van Nederlandse woorden kunnen vinden. Daarom heb ik ook eens nagekeken in welke woordenboeken uit de 16de eeuw en het eind van de 15de eeuw De Tollenaere en ik oudste vindplaatsen van Nederlandse woorden hebben gevonden, wat ook betekent dat die woordenboeken het meest hebben bijgedragen tot de verrijking van de Nederlandse woordenschat.
In de uitgave van De Vries-De Tollenaere 1991 ben ik voor de oudste dateringen tot het volgende resultaat gekomen, waarbij ik de ver- [189] schillende uitgaven van één auteur of van één werk samenbreng: Kiliaan 382, Thesaurus 77, Van der Schueren 38, Junius 30, Lambrecht 26, Tetraglotton 21, Apherdianus 4, Van den Werve 3, Berckelaer, Mellema en Luython elk 1.
Mijn eigen aanvullingen op de verschillende uitgaven van De Vries-De Tollenaere met daarbij ook nog alle verzamelde gegevens voor het nieuwe etymologisch woordenboek van de Kiliaanstichting, geven het volgende resultaat: Kiliaan 207, Van den Werve 100, Junius 99, Van der Schueren 97, Thesaurus 90, Dasypodius 88, Lambrecht 84, Murmellius 58, Van Mussem en Tetraglotton elk 53, Luython 49, Boutillier en Meurier elk 31, Mellema 27, Pelegromius 22, Apherdianus 20, Dilucidissimus en Vocabularius Copiosus elk 14, Vocabularius Optimus 4, Thuys 3, Der Fielen Vocabulaer, Gallus en Paludanus elk 2, Curius en Gemmnula Vocabulorum elk 1.
Hierbij moeten we er rekening mee houden dat ik de woordenboeken van Berckelaer, Curius en Gallus veel minder dan de andere heb kunnen raadplegen, wegens de onbereikbaarheld van exemplaren ervan en mijn moeilijkheden, als gevolg van gezondheidsredenen, om de laatste jaren te reizen.
Zo ben ik uiteindelijk tot het volgende resultaat gekomen voor de oudste vermeldingen van Nederlandse woorden in woordenboeken van de 16de en het einde van de 15de eeuw. Het gaat hierbij over de oudste dateringen van in totaal ongeveer 2000 woorden:
Kiliaan 589 Thesaurus 167
V.d.Schueren 135 Junius 129
Lambrecht 110 V.d.Werve 103
Dasypodius 88 Tetraglotton 74
Murmellius 58 V. Mussem 53
Luython 50 Boutillier 31
Meurier 31 Mellema 28
Apherdianus 24 Pelegromius 22
Dilucidissimus 14 Voc. Copiosus 14
Voc. Optimus 4 Thuys 3
Der Fielen Vocabulaer 2 Gallus 2
Paludanus 2 Berckelaer 1
Curius 1 Gemmula 1
Bronnenlijst
Hier neem ik de volledige titels op van de
hierboven vermelde oude woordenboeken, behalve die welke ik bij De
Vries-De Tollenaere 1997 al gegeven heb.
— Petrus Apherdianus, Tyrocinium linguæ
Latinæ. Antwerpen 1552.Reprint ‘s-Gravenhage 1976.
[190]
— Joannes Berckelaer, Dictionarium Germanicolatinum.
Antwerpen 1556.
— Jean Boutillier, Somme ruyrael. Antwerpen 1503.
— Petrus Curius, Rerum maxime vulgarium congesta per locos
in puerorum gratiam vocabula, Graece et Teutonice interpretata.
Antwerpen 1538.
— Petrus Dasypodius, naast de bovengenoemde uitgave van 1542
ook: Dictionarium Germanicolatinum. Antwerpen 1556 en
1569.
— Dilucidissimus: Quinque linguarum, Latinæ, Theutonicæ,
Gallicæ, Hispanicæ, Italicæ, dilucidissimus dictionarius.
Antwerpen 1534.
— Der Fielen, Rabauwen of der Schalken Vocabulaer.
Antwerpen 1563.
— Evaldus Gallus, Dictionariolum Latinogermanicum.
Antwerpen 1556.
— Gemmula vocabulorum. Deventer 1493.
— Joos Lambrecht: behalve de bovengenoemde uitgave van 1562
ook Naembouck van allen naturelicken, ende ongheschuumden
vlaemschen woirden. Gent 1546.
— Gabriel Meurier, Vocabulaire François-Flameng.
Antwerpen 1557; Dictionaire Flamen-Francois. Antwerpen
1563.
— Joannes Murmellius: behalve de bovengenoemde uitgave van
1515
ook
— Pappa puerorum esui atque usui percocta. Deventer
1518.
— Joannes Paludanus, Dictionariolum rerum maxime
vulgarium. Gent 1544 en 1561.
— Simon Pelegromius, Synonymorum Sylva.
‘s-Hertogenbosch 1537, en Antwerpen 1542.
— Jacques Thuys, Ars notariatus, oft Conste en stijl van
Notarisschap. Antwerpen 1585.
— Vocabularius copiosus et singularius. Leuven, ca.
1481-1483.
— Vocabularius optimus Gemma Vocabulorum merito dictus.
Deventer 1495 en
1498.
— Jan van den Werve, Het Tresoor der Duytsscher talen.
Antwerpen 1552.
Literatuurlijst
— Claes 1986: F. Claes, Bespreking van De Vries en De Tollenaere 1983, in: Naamkunde 18, 198-203.
— Claes 1992: F. Claes, Bespreking van De Vries en De
Tollenaere
1991, in: Naamkunde 24, 213-216.
— Claes 1993: F. Claes, ‘Iets over de datering van de oudste
vindplaatsen in etymologische woordenboeken*, in: TNTL 109, 25-35.
— Claes 1994: F. Claes, ‘Oude
dateringen van Nederlandse woorden*, in: LB 83, 197-234.
— Claes 1997: F. Claes, ‘Oudere
dateringen dan bij De Vries en De Tollenaere*, in: Trefwoord 12 (1997).
[191]
— Vries, J. de — F. de Tollenaere, 1983: Etymologisch Woordenboek. Dertiende druk, geheel opnieuw bewerkt door F. de Tollenaere..Utrecht/Antwerpen.
— Vries, J. de — F. de Tollenaere,
1991: Etymologisch Woordenboek. Vijftiende druk, vermeerderd
en verbeterd door F. de Tollenaere. Utrecht/Antwerpen.
— Vries, J. de — F. de Tollenaere,
1997: Etymologisch Woordenboek. Twintigste druk, herzien en
aangevuld door F. de Tollenaere. Utrecht/Antwerpen.
Dit artikel werd eerder
gepubliceerd in Trefwoord 13, Jaarboek lexicografie
1998-1999, pp.186-191. De originele nummering van de bladzijden
staat tussen [ ].