Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Uitgaven Trefwoord Jaargang 2003 Meer lexicoëzie
Document Acties

Meer lexicoëzie

 
DOOR EWOUD SANDERS

Natuurlijk zijn er méér gedichten te vinden waarin woordenboeken of lexicografen een rol spelen dan die paar die in Trefwoord 4 werden afgedrukt in het artikel 'Lexicoëzie'. Naar aanleiding van dit artikel kreeg ik een hele verzameling gedichten van Egbert Beijk uit woordenboeken uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw. Ook van lezers van Onze taal - waarin een verkorte versie van het artikel werd geplaatst - kreeg ik verschillende gedichten toegestuurd. Bovendien bleken meerdere lezers zich zelf aan dit genre te hebben gewaagd en ook dat leverde meerdere (al dan niet gepubliceerde) gedichten op, waaronder een acrostichon op DR H ('Hij hoeft zich voor zijn lichtval niet te schamen') HEESTERMANS. Tot slot stuitte ik zelf al lezend nog op enkele voorbeelden van lexicoëzie.
 
Te zijner tijd hoop ik al deze gedichten nog eens samen te brengen. Hier alvast een kleine selectie. De gedichten zijn chronologisch geordend.
 
Wij schreven 'Zaaien'
Door J.J.A. Goeverneur
 
Wij schreven 'zaaien'; maar De Vries en Te Winkel
Verkiezen 'zaaijen'. - Jonckbloet, ook geen kinkel,
Schrijft 'zaayen'. Wat een driedrachtzaaierij,
Die tot God weet wat al verwarring heenleidt,
Maar zeker niet tot taalverfraaierij.
Ik, Jan de Rijmer, ben een vriend van eenheid
En zal, om met elk te vriend te blijven,
Voortaan eenvoudig 'zaaijiyen' schrijven.
 
Geciteerd in: Michel van der Plas, Ongerijmde rijmen (Het Spectrum z.j.) p. 59
 
~~~
 
[57] Fragment uit: Hoe maakt een kwartpoëet zijn vaerzen
Door J.J.L. ten Kate
 
Het rimpelig voorhoofd tot purper gekleurd,
De hairen te berge, de nagels verscheurd,
In d'armstoel zich wiegend,
Zijn Geysbeek doorvliegend,
En rijmend en lijmend
Van smarten en harten,
Geflonker en donker,
Gewemel en hemel,
Bepereld en wereld,
Een boezem en bloezem,
(…) Zoo bakt en zo plakt, dat de Muzen zich schamen,
De kwart-poëtaster zijn lorren te samen!
 
Geciteerd in: Nederlandse nonsens op rijm (Het Spectrum z.j.) p. 93. e.v. Vanzelfsprekend wordt in dit gedicht verwezen naar het Nederduitsch Rijmwoordenboek van P.G. Witsen Geysbeek (1774-1833). De eerste druk van dit lexicon verscheen in 1829, de tweede in 1849 en de derde in 1865. Ook J.J.A. Goeverneur spotte met Geysbeek: '…'t Rijmboek sleurt mij mee! Geen God, geen Muze is noodig/ (…) Geen fantasie, geen roes van duren Rijnschen wijn/ Behoeven we in dees tijd, om puikpoëet te zijn.' Geciteerd in: Jaap Bakker, Apollo in stofjas. Over elf Nederlandse rijmwoordenboeken en rijmende bastaardwoorden (Van Dale Lexicografie 1986).
 
~~~
 
Fragment uit: Proteïne
Door Gerrit Achterberg
 
Achttien aminozuren waren
het eiwit, waarmee gij begon,
lees ik in deze lexicon.
Het doet me door de ruiten staren.
 
In: Doornroosje (1947)
 
~~~
 
Fragment uit: Robot
Door Gerrit Achterberg
 
Een vrijend paartje achterna.
Afluisteren tussen de struiken
de woordenschat die zij gebruiken.
Ik sla het wel in Koenen na.
 
In: Hoonte 1949.
 
~~~
 
Fragment uit: Hoe moet ik schrijven
Door Leo Vroman
 
Aan de andere kant,
rijm is ook niet alles:
van het lang, hard werken
om die te bereiken
mag niemand iets merken,
of zelfs maar vermoeden
dat de zinnen, die lijken
geschreven in woede,
droom, liefde, verdriet,
eigenlijk met zoeken
in rijmwoordenboeken
en met staren in het niet,
met plotseling vloeken
en verbaasd ontdekken
dat door één, eerst gekke
en plotseling net goede
rijm het gedicht
is omgezwicht,
niemand mag vermoeden,
kortom, hoeveel raars
er onder het zoeken
tevoorschijn springt.
Voor 'zoeken' b.v. 'handdoeken'
en voor 'raars', 'baars',
'kaars', 'laars'.
'Ik heb handdoeken vol baars,
en zoek met een kaars in mijn laars
naar hun onderbroeken'.
 
Geciteerd in: Gerrit Komrij, De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten , Amsterdam 1984 (7e druk) p. 764 e.v.
 
~~~
 
Fragment uit: Ode aan de typografie van Pablo Neruda, vertaald door Cees Nooteboom.
 
Lief,
ik hou
van de letters
van je huid
de
W
van je blik,
de dubbele
S
van je leest.
In de blaadjes
van de jonge lente
[58] weerschijnt
het diamanten alfabet,
de smaragden
schrijven je naam
met initialen
nog nat van de dauw.
Mijn lief,
je haar
zo overvloedig
als een woud of een woordenboek
bedekt
me helemaal
met rode
taal.
 
In: Ode aan de typografie , Amsterdam 1989, p. 26-29.
 
~~~
 
Ouderwets verdriet om een grote Van Dale
Door Karel Jonckheere
 
Ik zeg het met een rimpel in mijn lach:
mijn exemplaar werd kleiner met de dag,
zijn kaft met rug en al is sedert lang ontbonden,
de helft van A met die van Z verzwonden.
Ik draag zijn rouw, ik ben een onverlaat,
pleit tienmaal schuldig voor de slechte staat
waartoe mijn slordigheid hem heeft verwezen.
'k Heb veel geschreven maar toch meer gelezen,
betuig elk boek al wordt het niet mijn vriend
de achting die elk mensenwerk verdient.
Meer dan één band heb ik gestreeld, beroken,
zijn druk naar 't licht gekeerd, zijn lof gesproken
tot eigen vreugde en in 't openbaar,
kortom ik ben een wufte boekminnaar.
Waarom Van Dale dan zo ruw bejegend?
Het is niet voor het rijm maar kijk het regent,
de januarischemer maakt mij droef
alsof men straks mijn moeder weer begroef.
Ze zei mij alles wat ze wist en kende
hoe dwaas en leeg ik mij ook tot haar wendde.
't Is waar, soms sprak ze met een licht verdriet:
- Pas op voor Holland, jongen, zeg dit niet.
Maar dat is nu voorbij, laat ik niet marren,
mijn moeder met geen woordenboek verwarren
al zoenen zij in Moedertaal elkaar
sinds eeuwen als een onverbreekbaar paar.
Mijn droefheid moet ik kwijt eer ik ga eten
een stomp aftands papier is toch geen keten
met wat ik waarlijk uit mezelve schreef
en meer dan eens achter de woorden bleef.
Vaarwel dan, dikke vriend, verlaat mijn handen,
gij klopt in mij, ik zal u nooit verbranden.
Zoek ik straks in de nieuwe die ik kocht,
ik zal het doen met trouwe achterdocht.
 
In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde , 1976 nr. 1.
 
~~~
 
Fragment uit: Altijd weer
Door Cees Buddingh'
 
…je kan de grote van dale niet openslaan
met je ogen dicht een woord eruit pikken of
het draait erop uit
als een bezoek aan de tandarts als je kies
flink pijn is gaan doen (soms) of als
een reis om de wereld in tachtig dagen
alle bedieningen inbegrepen (soms) en dat
 
is juist het mooie
 
of niet soms?
 
In: Gedichten 1938-1970 , De Bezige Bij 1971.
 
~~~
 
Kalligrafie
Door Catharina de Haas
 
kalligrafie = schoonschrift
volgens de grote van Dale
wanneer ik de liefde
dientengevolge kalligrafeer
heb ik: schone liefde
heilige liefde
platonische liefde
 
laat me nog maar even met potlood schrijven
 
Gepubliceerd in: In de holte van je steen (Amsterdam 1974)
 
~~~
 
Dictionaire
Door Riec Kolman
 
Er zit een man
met een violoncel
in de Larousse;
[59] Hij raakt voorzichtig
met zijn strijkstok
aan de snaren
 
Vier snaren op de kam
en aan de hals
van de violoncel
in de Larousse,
zijn vingerzetting
waardoor ik als in een visioen
Vivaldi's virtuoze
vioolconcert in E
zie spelen en de klanken hoor
van het orkest: La Prima Vera
 
Ongepubliceerd, 1993
 
 -
 
La rousse
Door Charles Destrée
 
De samenstellers van 'n woordenboek
kunnen het, soms, er nààr maken.
Heet Larousse daarom zomaar
om 't schaamblosje op haar kaken?
 
Ongepubliceerd, 1993.
 
 

*Dit artikel is eerder gepubliceerd in Trefwoord 5, 1993, pp. 56-59. De paginanummering van het origineel wordt tussen [ ] weergegeven. [terug]

Powered by Plone