Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Uitgaven Trefwoord Jaargang 2003 Veten in de lexicografie 1
Document Acties

Veten in de lexicografie 1

 
VETEN IN DE LEXICOGRAFIE (1):
 
 CAMPAGNE VERSUS VAN GOOR*
 
DOOR EWOUD SANDERS
 
Woordenboeken zijn in het verleden talloze malen de inzet geweest van heftige ruzies. Maar zelden gebeurde dat zo openlijk als in 1866, toen twee woordenboekuitgevers de Nederlandse boekhandel bestookten met pamfletten waarin zij elkaar voor rotte vis uitmaakten.
 
Het begon met een prijsverlaging. Ergens eind 18661 moet uitgever G.B. van Goor uit Gouda de prijzen hebben verlaagd van twee van zijn schoolwoordenboeken, te weten het Nieuw Zakwoordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen van H.A. Picard2 en A New Pocket-Dictionary of the English and Dutch and Dutch and English Languages3 van A. Jaeger - pseudoniem van de beroemde lexicograaf Jacob Kramers Jz. (1802-1869).
 
Of deze prijsverlaging direct verband hield met de aangekondigde verschijning van Campagne's Schoolwoordenboek der Engelsche en Nederlandsche talen van Tieleman Pak4 is niet bekend, maar wel waarschijnlijk. Uitgever H.C.A. Campagne (1827-1895) uit Tiel was hier in ieder geval van overtuigd. 'Dat de Heer G.B. van Goor bij de verschijning van mijn nieuw Schoolwoordenboek der Eng. en Ned. talen, de zijne in prijs zoude verminderen, hierop had ik gerekend', schreef hij op 22 november 1866 in een advertentie in het Nieuwsblad voor den Boekhandel.
 
Maar Campagne betwijfelde of deze prijsverlaging in zijn nadeel zou uitpakken. Zijn schoolwoordenboek, zo hield hij de Nederlandse boekhandelaars voor, bevatte per bladzijde maar liefst 1400 letters meer dan het woordenboek van Jaeger. Voor het hele boek kwam dat neer op bijna één miljoen letters - een getal dat hij in de annonce voluit in vette cijfers liet zetten. Het woordenboek van Picard was honderd bladzijden dunner maar desondanks twintig cent duurder. Conclusie van Campagne: zijn schoolwoordenboek was 'verreweg het beste der bestaande woordenboeken'.
 
Gerrit Benjamin van Goor (1816-1871) was een krachtdadige, ondernemende man. Voor de uitgeverij die hij in 1839 had opgericht, waren de woordenboeken al snel van levensbelang. Hij behandelde ze dan ook als troetelkinderen. Veel aandacht besteedde hij aan de typografie, hij was alert op nieuwe woorden en uitdrukkingen en liet verouderde woorden of onjuistheden systematisch uit zijn woordenboeken verwijderen5 - wat met de toenmalige druktechniek een kostbare ingreep moet zijn geweest. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Van Goor de opmerkingen van zijn collega uit Tiel niet over zijn kant liet gaan.
 
Van Goor had slechts twee dagen nodig om een pamflet samen te stellen waarin hij het zakwoordenboek van Jaeger vergelijkt met het schoolwoordenboek van Campagne. Het is waar, zo schrijft hij, het woordenboek van Campagne bevat meer letters. Maar hoezeer dit ten koste gaat van de duidelijkheid, toont hij aan door uit beide woordenboeken het lemma boek af te beelden.
 
 
In het woordenboek van Campagne staan ruim vijftig samenstellingen met dit woord in één lemma geperst; in het woordenboek van Jaeger staan ze overzichtelijk onder elkaar. Bovendien heeft Campagne ervoor gekozen bij deze samenstellingen niet telkens het woord boek te herhalen, [49] maar in plaats hiervan een zogeheten verkortingsteken te zetten. Zo staat er bijvoorbeeld -band, -slijm en -sknecht.
 
Bij Van Goor moet men gejuicht hebben toen ze de eigenaardige toepassing van dit verkortingsteken ontdekten, hoewel het pamflet zakelijk van toon blijft. 'Nu zal het wel vrij natuurlijk zijn te denken', aldus Van Goor, 'dat hetzelfde verkortingsteeken (-) ook overal hetzelfde woord BOEK moet voorstellen, en men dus te lezen heeft: boekband, boekslijm, boeksknecht; doch neen, bij het eerste woord beduidt het (-) eenvoudig Boek, bij het tweede Boekbinder, bij het derde Boekdrukker!'6
 
Er was nog meer. Door allerlei samenstellingen in één lemma te proppen was het woordenboek van Campagne niet strikt alfabetisch. Bovendien blijkt Campagne in het deel Engels-Nederlands de spelling Siegenbeek te hanteren (draaijen, kagchel, zamen) en in het deel Nederlands-Engels de spelling-De Vries en Te Winkel (draaien, kachel, samen). 'Nu mag het waarlijk wel geen schooljongen zijn', concludeert Van Goor, 'die een verlangd woord vluchtig opzoekt, neen, men moet een bekwaam en geroutineerd gebruiker zijn om er nut van te hebben.'
 
Op 6 december 1866 - krap twee weken later -  slaat H.C.A. Campagne terug. In eerste instantie was hij helemaal niet van plan te reageren, schrijft hij in een drie pagina's tellend pamflet. Immers, hadden de taalkundigen K.H. Vink, A.S. Kok en J.M. Calisch7 (die in 1864 samen met zijn zwager de eerste druk samenstelde van wat wij tegenwoordig de Van Dale noemen) niet openlijk in het voorwoord betuigd dat zijn schoolwoordenboek verreweg het beste was?
 
Campagne had niet willen reageren, maar doet het toch, nu Van Goor zo onverstandig is geweest hem de handschoen toe te werpen. In acht punten somt hij op waarom zijn woordenboek beter is. De typografie is wel degelijk duidelijk, schooljongens die niet met zijn woordenboek overweg kunnen moeten maar iets anders gaan leren, dat de woorden niet allemaal alfabetisch gerangschikt staan is om de leerling beter inzicht te geven in de samenstellingen en trouwens, Van Goor heeft geen recht van spreken, want op iedere bladzijde in zijn woordenboek staan wel een paar woorden op de verkeerde plaats, schampert hij. Om nog maar te zwijgen van curieuze samenstellingen als boekoefenaar ('Men oefent leerlingen, soldaten, geduld, maar boeken?')
 
Het langst staat Campagne stil bij woorden die in Jaeger ontbreken. 'Het zou curieus zijn, het antwoord des Hr. v. Goor te vernemen op de vraag: Wat geeft Jaeger (ook op Picard zijn enkele van deze gevallen toepasselijk) voor: boekbeschouwing, boekbinderslijm, -knecht, boekdrukkunst, boekgeschenk, het Italiaansch of dubbel boekhouden, boekstaven, boekenliefhebber, -liefhebberij, boekenplank, boekenrekje, boekentaal, boeking, boekingpost? Waar toont gij in Jaeger of Picard de woorden, die in de voorrede van mijn Woordenboek worden genoemd?'
 
Van Goor deed er het zwijgen toe. Waarschijnlijk was hij van mening dat zijn pamflet overtuigender was. Campagne was in ieder geval platvloerser. Zo voert hij een anonieme leerling van het gymnasium op die over het woordenboek van Picard zegt: 'Uit die uitspraak van dat ber...... boek kan ik niet wijs worden' - puntjes die het woord beroerde nauwelijks verhullen.
 
Een jaar lang vernemen de vaderlandse boekhandelaars niets meer van deze kwestie, totdat Campagne op 5 september 1867 de strijdbijl opgraaft, wederom in een advertentie in het Nieuwsblad voor den Boekhandel. Hij herhaalt hierin zijn bewering dat zijn schoolwoordenboek het beste is dat er bestaat. Niet alleen wijst hij nogmaals op de aanbeveling van o.a. J.M. Calisch, ditmaal citeert hij ook uit een brief van een dankbare leraar van het Stedelijk Gymnasium te Amsterdam. Saillant is dat Campagne er niet voor terugschrikt in dezelfde advertentie reclame te maken voor het Nieuw volledig Engels woordenboek van Calisch - waarmee hij de eerder door hem benadrukte onpartijdigheid van deze lexicograaf wel erg ongeloofwaardig maakt.

Campagne laat het hier niet bij. Kort na de advertentie werpt hij nog een brochure in de strijd8. Hierin wordt het verschijnen aangekondigd van Campagne's Schoolwoordenboek der Fransche en Nederlandsche Talen van C.N. Klausz, kostschoolhouder te Breukelen. Volgens Campagne is dit woordenboek een stuk beter dan Van Goor's Nouveau Dictionnaire de poche van Jaeger (Kramers). Om dit te boekstaven presenteert hij Van Goor een sigaar uit eigen doos: in twee rijtjes vergelijkt hij de inhoud van beide woordenboeken.
 
Van Goor heeft ditmaal iets langer nodig voor een antwoord. Maar dat mag er dan ook zijn. Op 22 oktober 1867 worden de Nederlandse boekhandelaars andermaal opgeschrikt door een pamflet, nu vier pagina's lang. De toon is een stuk feller. Van Goor is kwaad en laat dat duidelijk blijken.
 
[50] Van Goor heeft reden om kwaad te zijn. Campagne kiest voor zijn vergelijking niet zomaar een willekeurig traject uit het woordenboek, maar plukt uit drie verschillende letters voorbeelden waarbij zijn eigen woordenboek vanzelfsprekend beter uit de verf komt. Erger nog: Campagne dicht Jaeger/Kramers drie 'grove fouten' toe (aldus Van Goor) die in dit werk helemaal voorkomen. Zo vertaalt Jaeger volgens Campagne etrangler met 'zich vervangen', terwijl Jaeger in feite correct vermeldt: 'zich verworgen'. 'Wat dunkt U, Mijnheer Confrater', vraagt Van Goor de boekhandelaars, 'van zulk eene handelwijs, en met wat naam zult gij ze betitelen?' Van Goor laat de juiste 'betiteling' over aan de fantasie van de confraters, maar roept intussen wel op tot een boycot van het nieuw te verschijnen woordenboek van Campagne.
 
Isaac Marcus Calisch (1808-1885) had kunnen weten dat hij met vuur speelde door zijn naam zo te laten exploiteren door zijn uitgever. Het was vooral op zijn gezag dat Campagne zijn schoolwoordenboek Engels probeerde te slijten,  en het lag dan ook voor de hand dat Van Goor zou proberen dit gezag te ondermijnen. Van Goor doet dit door in zijn pamflet een 'Lijst van bokjes en bokken' te reproduceren, die door Calisch worden geschoten in zijn Dictionnaire français-hollandais et hollandais-français.9
 
De voorbeelden liegen er niet om. Zo vertaalt Calisch dextrine met 'gom uit drek'. Van Goor - die in dezen ongetwijfeld werd gesouffleerd door Kramers - geeft als commentaar: 'De schrijver vond waarschijnlijk dit woord (zoo overbekend bij ieder, die iets van chemie weet) verklaard door: gomme extraite de toute espèce de fécule. Hij verandere fécule (zetmeel) in fécale, vulde dat adjectief met een substantief, b. v. matière, aan en zoo werd de misselijke gom uit drek geboren!!!'
 
Het voorbeeld dat de Nederlandse boekhandelaars het meest zal hebben overtuigd is het woord Expirateur (Muscle), door Calisch vertaalt als: 'Spier, die 't sterven bevordert.' Van Goor tekent hier sarcastisch bij aan: 'Lees: de ademhaling in plaats van 't sterven, en de spier zal eene behoorlijke functie krijgen.'
 
Hiermee was de zaak afgedaan. Er volgden geen pamfletten meer. Van Goor bloeide nog decennia lang als uitgever van woordenboeken. Het Engelse woordenboek van Jaeger beleefde ten minste nog vijf herdrukken, zijn Franse woordenboek in totaal negen. Ook van het woordenboek van Picard verschenen in totaal negen drukken. Campagne bleef tot zijn dood in 1895 woordenboeken uitgeven, maar het lexicon van Klausz beleeftde slechts één herdruk en dat van Tieleman Pak twee.10  Daarmee had Campagne de door hem begonnen pamflettenoorlog jammerlijk verloren.

 
NOTEN
1. Mogelijk heeft Van Goor deze prijsverlaging aangekondigd in een prospectus. Ik heb er in ieder geval geen vermelding van kunnen vinden in het Nieuwsblad voor den Boekhandel. [terug]
2. De 1ste druk verscheen volgens Claes (nr. 1315) in 1843 bij Joh. Noman en Zoon te Zaltbommel; de 2e druk (verzorgd door A.B. Maatjes) in 1857 en de 3e druk (verzorgd door H.J. Vogin) in 1862. Volgens de 'Chronologische lijst van uitgaven' die is opgenomen in P.A.F. van Veen, Drie generaties Van Goor 1839-1951 (Dordrecht 1951, p. 88), gaf Van Goor het boek voor het eerst uit in 1864. Deze druk ontbreekt echter in Claes. Dat juist G.B. van Goor het woordenboek van Picard van uitgeverij Noman overnam, is overigens geen toeval: hij werkte daar vijf jaar voordat hij zich zelfstandig vestigde. Verdere gegevens over Picard bleken niet te vinden. [terug]
3. Claes (nr. 1285) geeft als 1ste druk 1859. Van Veen (p. 87) geeft als 2e druk 1864, een druk die bij Claes ontbreekt. [terug
4.  Dat Tieleman Pak de samensteller is van dit woordenboek, blijkt pas uit de advertentie in het Nieuwsblad van 5.9.1867. Zijn naam wordt daar abusievelijk Tirleman Pak gespeld. Over Pak is verder geen biografische informatie te vinden; hij stelde slechts het hier genoemde woordenboek samen. Volgens de Centrale Catalogus van de KB is de 1ste druk van dit woordenboek nergens bewaard gebleven. De 2e druk (1877) is aanwezig in de collectie van de Rijksuniversiteit Utrecht, de 3e druk (1889) bij de Theologische Universiteit Tilburg. Dankzij Nicoline van der Sijs kan het titelblad van de 2e druk bij dit artikel worden afgebeeld. [terug]
5. Aldus Van Veen (1951) p. 21 e.v. [terug]
6. Pamflet van G.B. van Goor, d.d. 24 november 1866. Dit pamflet bevindt zich, evenals de overige, in de map 'Prospectussen I' van G.B. van Goor, Bibliotheek van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels. [terug]
7. Over het verwarrende gebruik van de initialen van Calisch zie het artikel van Posthumus elders in dit nummer. [terug]
8. De brochure moet in september of oktober 1867 zijn verschenen. Campagne citeert hierin tevens een lovende recensie van het woordenboek van Tieleman Pak uit het Nederlandsch Tijdschrift voor de practische beoefening van de Fransche, Engelsche en Hoogduitsche talen. [terug]
9. Claes 1458. De eerste druk verscheen in 1841. Waarschijnlijk gebruikte Van Goor de druk uit 1856. [terug]
10. De gegevens over de herdrukken komen deels uit Claes, deels uit Van Veen. [terug]
 
 
Met dank aan J. Posthumus voor zijn scherpe kritiek.
 
De volgende aflevering van deze serie wordt geschreven door Egbert Beijk en gaat over de vergeten en opzienbarende vete tussen Casparus van den Ende en Pieter van Waasbergen. Aansluitend zullen o.a. de volgende veten worden behandeld: Harrebomée versus Nassau en Laurillard; De Vries versus Van Vloten; Halma versus Marin; Adolph Byl versus Sleeckx en Van De Velde en Prick van Wely tegen de rest van de wereld. Aanvullende suggesties zijn vanzelfsprekend welkom.
 
 
* Dit artikel is eerder gepubliceerd in Trefwoord 5, 1993, pp. 48-51 . De paginanummering van het origineel wordt tussen [ ] weergegeven. [terug]

Powered by Plone