Door Alpita de Jong
Over Joast Hiddes Halbertsma is veel en tegelijkertijd veel te weinig bekend. Niet een gebrek aan materiaal, maar juist een overvloed eraan speelt ons hierbij parten. Halbertsma heeft namelijk een nogal flinke erfenis nagelaten. Om te beginnen natuurlijk zijn publicaties: verhalen en gedichten, veelal in het Fries; zijn geleerde beschouwingen en opstellen, in het Nederlands, Engels, Frans, of Latijn; en - in diverse wetenschappelijke tijdschriften en kranten - zijn recensies, lezingen, commentaren en ingezonden stukken. Maar ook vermaakte hij een grote hoeveelheid ongepubliceerd materiaal, in de vorm van vaak uiterst moeilijk leesbare handschriften. Bovendien schonk Halbertsma de provincie Friesland zijn priv?bibliotheek, en liet hij een indrukwekkende collectie brieven na, brieven van familie en kennissen, en van collega-geleerden uit binnen- en buitenland gericht aan hun collega-taalkundige, -dialectoloog, -oudheidkundige, -boekenverzamelaar, of -geschiedvorser Joast Halbertsma. Tenslotte legde Halbertsma met zijn oudheidkundige verzameling het fundament voor de collectie van wat later het Fries museum zou gaan heten. Brieven aan de gedeputeerden van Friesland, archivarissen en bibliothecarissen en oude catalogi waarin Halbertsma als schenker wordt genoemd, laten zien dat Halbertsma de zorg voor zijn nalatenschap nadrukkelijk heeft geregisseerd. Hij zag zijn geschriften, boekenbezit, correspondentie, en verzameling oudheden als cultureel erfgoed en als zodanig als het fundament - of in ieder geval verrijking - van de collectie van een bibliotheek, of een museum. Mede daarom is het interessant om na te gaan waar Halbertsma sporen heeft nagelaten.
Een aanzienlijk gedeelte van Halbertsma’s nalatenschap bevindt zich in Ljouwert, dat toen, net als nu, ook wel Leeuwarden heette. Hij schonk namelijk een groot gedeelte van zijn geleerde nalatenschap aan de Provinciale Bibliotheek van Friesland. In de catalogus van de huidige Provinsjale Biblioteek fan Fryslân zijn boeken, brieven en handschriften uit het bezit van Joast Halbertsma te herkennen aan de aanduiding ‘Bibliotheek Halbertsma? De lijst met boeken uit Halbertsma’s bibliotheek die nu in de collectie van de Provinsjale Biblioteek is opgenomen, is te raadplegen in het Halbertsma-argyf op deze webpagina. De collectie is niet alleen van een bijzondere waarde vanwege de boeken als zodanig, maar ook omdat er veel boeken bij zijn die nogal wat aantekeningen van Halbertsma bevatten, soms uitgroeiend tot heuse glossen. Van de brieven en handschriften die in de Provinsjale Biblioteek in Leeuwarden worden bewaard, is tot op heden nog maar een kleine gedeelte uitgegeven. Een schat van nog niet ontsloten informatie dus, alleen al in deze ene bibliotheek. Maar in Ljouwert zijn meer sporen van Halbertsma te vinden. Het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum (het FMLD) beheert de brieven van en aan Joast Halbertsma uit het familie-archief. En in (het depot van) het Fries Museum is zijn oudheidkundige verzameling terug te vinden. Halbertsma schonk zijn collectie oudheden welbewust met het doel een Antiquarisch Kabinet van Friesland op te richten. Nog in Halbertsma’s eigen tijd heeft dit Kabinet, ook wel onder de naam Friesch Kabinet van Oudheden, een voortrekkersrol gespeeld in de ‘musealisering en nationalisering van de volkscultuur?(1) in Nederland. Vanaf 1881 kreeg het de naam die het nu altijd nog heeft, het Fries Museum.
Dit alles zal de meeste mensen die onderzoek doen of gedaan hebben naar het werk of de persoon van Joast Halbertsma wel bekend zijn. Maar er zijn meer wegen die naar deze markante negentiende-eeuwer leiden. Mijn onderzoek naar Halbertsma’s internationale contacten deden mij bijvoorbeeld in Milaan belanden. In de eerbiedwaardige Biblioteca Ambrosiana aldaar staat een exemplaar van de Hulde aan Gysbert Japiks (tweede stuk). Er staat helaas geen opdracht in, of een andere aantekening. Toch is goed te achterhalen hoe dit exemplaar daar naar alle waarschijnlijkheid is terechtgekomen. Maar daarover gaat het hier niet.
Een digitaal tijdschrift lijkt mij een uitgelezen medium om de minder zichtbare of bekende sporen openbaar te maken. De vraag welke bestemming Halbertsma aan zijn publicaties gaf is van belang voor wie zich een beeld probeert te vormen van Halbertsma als ambassadeur van cultureel erfgoed. In de functie van ambassadeur van cultureel erfgoed is Halbertsma interessant voor mensen die onderzoek doen op velerlei terrein. Halbertsma spande zich namelijk niet alleen in voor het Fries cultureel erfgoed, maar ook dat van andere provincies, steden, zowel binnen Nederland als daarbuiten. Als zodanig kan het werk van Halbertsma van betekenis zijn voor mediëvisten, anglisten, germanisten, volkskundigen, theologen, letterkundigen, historici. Zijn naam is bij velen van hen ook wel bekend, maar zijn publicaties en de context van zijn publicaties zijn dat meestal niet. Het in kaart brengen van de bestemmingen die Halbertsma aan zijn culturele nalatenschap gaf, kan daar mogelijk verandering in brengen en als aanknopingspunt fungeren voor eigen onderzoek. Zo is het bijvoorbeeld bekend dat zich in deAtheneum-Bibliotheek van Deventerook boeken van Halbertsma bevinden: volgens S. Sybrandy wordt in een catalogus van 1896-1900 op de collectie van deze bibliotheek Halbertsma op pagina xxxiv als schenker genoemd. (2) Het zou heel waardevol zijn wanneer daarvan een recente beschrijving beschikbaar zou komen. Een mooie aanvulling daarop zou een beschrijving zijn van eventuele brieven of andere documenten van Halbertsma uit de Deventer stadsarchieven. Ook het stadsarchief van Boalsert (Bolsward) en het archief van het Doopsgezind Seminarie en het Atheneum van Amsterdam zouden interessant materiaal kunnen bevatten. Iemand wees mij enige tijd geleden op een vermelding in de notulen van de Doopsgezinde Sociëteit van Amsterdam; de kans is groot dat in het archief van de Sociëteit brieven van en over Halbertsma zijn. Dit artikel vormt een uitnodiging een beschrijving van aangetroffen materiaal beschikbaar te stellen voor andere onderzoekers.
Om daar een begin mee te maken zal ik hieronder een verzameling publicaties van Halbertsma beschrijven die ik aantrof op een locatie dicht bij huis, maar evengoed verrassend genoeg. Zoals gezegd houd ik me vooral bezig met Halbertsma’s contacten met buitenlandse geleerden. Die contacten liepen nogal eens via genootschappen. Halbertsma was lid van verschillende buitenlandse genootschappen, o.a. in Athene, Berlijn, Halle-Wittenberg, en Kopenhagen. Terwijl hij het al aardig druk gehad moet hebben met zijn lidmaatschappen van de vele genootschappen in Nederland. Om er een paar te noemen: het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, het provinciaals Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, de Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde in Leiden, het Friesch Genootschap voor Oudheid-, Taal- en Geschiedkunde en het Selscip foar frysce tael en scriftekennisse, de Deventer Vereniging Oefening in Wetenschappen, en het Provinciaal Genootschap van Noord Braband. Het meest prestigieuze gezelschap van geleerden in Nederland was wel het Koninklijk-Nederlandsche Instituut voor Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten in Amsterdam. Halbertsma was lid van de Tweede Klasse, een afdeling die onderzoek deed, publicaties uitbracht en lezingen verzorgde over de Nederlandse letterkunde en geschiedenis. Het Koninklijk Instituut is de voorloper van wat later de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW) zou gaan heten. Nu blijkt het Nederlands Instituut voor Wetenschappelijke Informatiediensten van de KNAW - een orgaan dat informatie verstrekt over onderzoek en onderzoekers in Nederland, en waarvan de naam, de specialisatie in biomedische wetenschappen, en de koele nieuwbouwlocatie vlakbij station Amsterdam Rai, een uitstraling hebben die weinig associaties met de 19e eeuw oproept - de bibliotheek van het oude Koninklijke Instituut te beheren. Daar in dat moderne glazen gebouw bevinden zich dus legaten, schenkingen en in ruil met andere genootschappen verkregen materiaal op het gebied van alle vier de Klassen van het oude eerbiedwaardige Koninklijk Instituut. Er blijkt een uitgebreide collectie boeken en handschriften van Jacob van Lennep gehuisvest te zijn, veel van de boeken van Willem Bilderdijk zijn daar terechtgekomen, en ook enkele geschriften van Joast Halbertsma. Van die laatsten een redelijk gedetailleerde beschrijving:
1.
De scearwinkel fen Joute-Baes mei ien oanwizinge om it Frysk to læzen
fen
Dr. J.H. Halbertsma
Twade bettere jefte
Dimter
By J. de Lange
1841
Op de versozijde van de titelpagina staat een opdracht in het handschrift van Halbertsma:
‘Voor de Bibliotheek des Kon. Nederl. Instituuts te Amsterdam?/DIV>
Op de titelpagina staat een ovale stempel met de tekst: Koninklyk Nederlandsch Instituut.
2.
De Lapekoer fen Gabe Skroor
[hieronder een tekening van een omgevallen korf met papierrepen, met hier en daar wat tekst, een schaar ernaast. De korf ligt buiten op de grond (zand of klei met hier en daar wat grasjes) tegen een achtergrond met bossages]
Dimter:
[Geen vermelding van de schrijver/de schrijvers ?het waren immers teksten ‘in een fles?(korf) gevonden! - op het titelblad maar]
Foar ien fen Gabes Folk
By J. de Lange
Met de ovale stempel met de tekst: Koninklyk Nederlandsch Instituut
Deze versierde titelpagina wordt voorafgegaan door een titelpagina met alleen de titel, onversierd; daarvoor een pagina met een opdracht van Halbertsma:
‘J. Halbertsma
Aan
Het Koninglijk Nederlandsch Instituut te Amsterdam.?/DIV>
Daar weer aan voorafgaande een pagina met een prachtige ets voorstellende een zittende dame naar klassiek griekse mode gekleed (eenvoudige jurk met driekwart mouw, band/ceintuur vlak onder de borsten, los gedrapeerde doek over de linkerschouder achterlangs bevallig over haar rechterknie gelegd; Griekse sandalen; haar eenvoudig opgestoken, zodat van voren alleen een scheiding in het midden in het golvend haar met een haarband te zien is). De dame zit op een stoel of kruk waarvan alleen de rechterachterpoot te zien is, op een ovale verhoging waar op de rand geschreven is: Koninklijk Nederlandsche Instituut. Naast haar staat een sierlijke exotisch (Oosters) aandoende driepotige wierookpot (?) waaruit een klein vlammetje en veel rook komt. Deze rook raakt net tot de onderkant van een lijst die de dame op haar linkerdijbeen laat rusten en met haar linkerhand aan de bovenkant vasthoudt, en waar ze met haar rechterhand een pen tegenaan houdt. De dame kijkt niet naar haar hand of de lijst maar naar ‘de lezer? De lijst is gevat in een slangenhuid waarvan de kop de staart vastbijt. Het heeft het aanzien van een spiegellijst, hoewel erop geschreven staat in drukletters:
GESCHENK
VAN
[en dan in Halbertsma’s handschrift]
‘den Heer
J. Halbertsma?/DIV>
Onder deze ets staat links:
A.de Lelie inv.et.del.
En rechts:
J.E.Marcùs sculp.
Het instituut is er op een zeker moment toe overgegaan om hun schenkingen te voorzien van een vignet. Het lijkt waarschijnlijk dat een geschenk van Halbertsma ‘vereerd?is met een prachtband. Achterin zit een
‘Toevoegsel
op
de Lapekoer
van 1829
voor de goede vrienden
van den uitgever?/DIV>
3.
Berigt
wegens
de oudste vertaling der psalmen
in het Nederlandsch
met
den XIX psalm
als proeve
door
Dr. J.H. Halbertsma,
Lid van het Koniglijk Nederl. Instituut, van de Koninglijke Societeit te Kopenhagen, van het Genootschap voor duitsche taal- en oudheid-kennis te Berlijn, van de Leidsche Maatschappij, het Genootschap te Utrecht, buitengewoon lid van het Friesch Genootschap, enz.
No 1.
[50 present-exemplaren.]
Met de hand geschreven staat hier nog bij in rood
‘No 15?/DIV>
Verder de bekende ovale stempel van het Instituut, en nog een stempel in rode inkt, in de vorm van een wapen. Het wapen is in drie vakjes verdeeld: in de linkerbovenhoek zijn twee kruislings over elkaar gelegde vogelveren afgebeeld, in de rechterbovenhoek een aardbol met dwarsover een band en een band op eenderde naar met midden van de bovenkant. Deze band komt uit bij een kort dik kruis, over dit alles heen staat een passer waarvan de poten tot halverwege de wereldbol komen. Linksonder staan afgebeeld drie drielobbige klaverbladblaadjes, twee boven en een in het midden. Tenslotte rechtsonder tegen een rond gestreepte achtergrond onder elkaar een eikeltje, een klokvormige bloem, en nog een eikeltje.
Het lijkt me dat deze laatste stempel van Halbertsma is. Evenals het rode handschrift: no 15.
Het boekje heeft het voorkomen van een overdruk. Tegenover de titelpagina is een in de lengte gehalveerde pagina met in het handschrift van Halbertsma de volgende tekst:
‘Voor het Koninglijk
Nederl. Instituut.
Dit is een gecorrigeerde
en verbeterde herdruk
van het berigt voor-
komende in den Over-
yselschen Almanak
voor oudheid en lettr-
en, 1838, p. 274.
Halbertsma?/DIV>
4.
Inleiding
Tot de lessen
Over
Stijl en Geschiedenis
Aan de Heeren Cadetten van het 3de regiment ligte dragonders.
Col. Frederik Boudewijn Vrijheer van Gagern.
23 Dec. 1840
Op deze titelpagina weer de bekende stempel van het Koninklijk Instituut. De pagina ervoor is een pagina met alleen een korte titel:
De stijl
Het boekje heeft het aanzien van een overdruk. Opmerkelijk is dat op het kaft staat geschreven:
In den Almanak is de noot van Percari niet.
[Percari is een verschrijving van Perticari, een Italiaanse letterkundige van wie Halbertsma een boek kreeg opgestuurd door Bernardino Biondelli, een correspondent van Halbertsma in Milaan. In het exemplaar van de ‘Opere?van Perticari, dat wordt bewaard in de Provinsjale Biblioteek fan Fryslân en uit de bibliotheek van Halbertsma afkomstig is, is de bewuste passage met potlood omlijnd.]
5.
Letterkundige Naoogst
van
Dr. J.H. Halbertsma
Phil. Theor. Magister et Lit. Hum. Doctor h.c. te Leiden, lid van het Koninklijk Nederl. Instituut, de Koninklijke Societeit te Kopenhagen, het Genootschap voor Duitsche Taal- en Oudheidkennis te Berlijn, het Thuringsch-Saxisch Genootschap der Koninklijke Universiteit Halle-Wittenberg voor Vaderlandsche Oudheden, De Leidsche Maatschappij, het genootschap te Utrecht, buitengewoon lid van ‘t Friesch Genootschap, correspondent der Maatschappij der Weldadigheid enz.
Deventer,
J. de Lange
1840
Het is een exemplaar in twee banden. In de eerste band op de pagina met een verkorte titel, een opdracht van Halbertsma:
‘Regia Societati Neer-
Landica scientiarum
Autoris nomine
J.H.H.?/DIV>
6.
Aanteekeningen
op het vierde deel van den
Spiegel Historiael
van
Jakop van Maerlant.
door
J.H. Halbertsma.
Uitgegeven door de
Tweede Klasse van het Koninklijk-Nederlandsche
Instituut van Wetenschappen, Letterkunde
En Schoone Kunsten.
Te Deventer
Gedrukt bij J. de Lange.
1851
[geen opdracht van Halbertsma, geen stempel]
7.
Toelichtingen
op de redevoering
van J.H. Halbertsma
over de gevolgen van het vervoer door stoom.
[niet in den handel]
De titel wordt meteen gevolgd door de tekst. Geen aparte titelpagina dus. Wel een stempel van het Instituut, en ook in handschrift van JHH de volgende tekst bovenaan de pagina:
‘Aan de bibliotheek van het Kon.
Ned. Instituut van den auteur
JHH?/DIV>
Met stempel van het Instituut
8.
Het buddhisme
en zijn stichter
door
J.H. Halbertsma.
Deventer.
Februarij 1843.
50 Exemplaren.
Met stempel van het Instituut.
Deze overdruk heeft geen verkorte-titel pagina, alleen deze uitgebreide. Hierop nog in het handschrift van Halbertsma, bovenaan de pagina:
‘Voor de bibliotheek van het Kon. Nederl. Instituut?/DIV>
en onderaan de pagina:
‘No 25?/DIV>
De volgende versopagina is een gedrukte opdracht (dus niet dit exemplaar in het bijzonder):
Opgedragen
Aan
F.B. vrijheer van Gagern
Ten teeken van vriendschap en hoogachting
door
J.H. Halbertsma
9.
De overblijfselen der Gothische taal, zoo
verre zij tegenwoordig bekend zijn.
Door
J.H. Halbertsma,
Gewoon lid der Koninklijke Societeit te Koppenhagen
en der Leidsche Maatschappij, buitengewoon Lid
van het Friesche Genootschap, corresponderend
Lid van het Koninklijk Nederlandsch Instituut
En der Maatschappij van Weldadigheid enz.,
Kerkleraar bij de Doopsgezinden te Deventer.
[Dit is een overdruk van een artikel in Vaderlandsche Letteroefeningen, 1835, Tweede Stuk, Mengelwerk ]
Met stempel van het Instituut. [Geen opdracht van JHH]
De recensie/het artikel is gedagtekend: Deventer, 12 Febr. 1835
maar dan volgt nog een tekst die geschreven is op 4 maart 1835, in gedrukte vorm onder vermelding van de datum toegevoegd aan het voorafgaande. Deze tekst komt niet voor in het artikel in Vaderlandsche Letteroefeningen]
Een opmerkelijke oogst, vooral ook omdat ik enkele van de hier aangetroffen boeken (tot nu toe) niet aantrof in de notulen van de vergaderingen van de Tweede Klasse van het Instituut. (3) Daarin namelijk worden de schenkingen van leden en begunstigers genoemd. Van Halbertsma krijgt het Instituut volgens deze notulen eigen publicaties, zoals in 1829 de Lapekoer fen Gabe Skroar en het tweede deel van de Hulde aan Gysbert Japiks, in 1845 het tweede deel van zijn Letterkundige Naoogst, en later zijn opstellen over het vervoer door stoom en het boedhisme. De overige hierboven genoemde titels ben ik in de notulen niet tegengekomen. Halbertsma schonk de Tweede Klasse ook de dissertatie van J. van Doorninck, over de rechtspraktijk ten tijde van Karel V (waaraan Halbertsma zijn medewerking verleende, maar waarin hij ?voor zover ik heb kunnen nagaan ?niet wordt genoemd) en een prachtexemplaar van de Gevallen van Friso van Willem van Haren. De titels van beide boeken komen inderdaad in de catalogus van het Nederlands Instituut voor Wetenschappelijke Informatiediensten (NIWI) voor. Of dat inderdaad de exemplaren van Halbertsma zijn, heb ik nog niet nagetrokken. Maar het lijkt me meer dan waarschijnlijk. Wat zou dat glazen gebouw daar in dat Amsterdamse polderland nog aan verrassingen in petto hebben?
Universiteit van Amsterdam
Afdeling:
Moderne Europese Letterkunde
Deze formulering fungeert als ondertitel bij de mooie dissertatie van Ad de Jong, De dirigenten van de herinnering. Musealisering en nationalisering van de volkscultuur in Nederland 1815-1940. (Nijmegen, 2001)
S. Sybrandy, ‘J.H. Halbertsma en syn bibliotheek?in Joast Hiddes Halbertsma 1789-1869 Brekker en bouwer. (Drachten, 1969)
De notulen van het Koninklijk-Nederlandsche Instituut bevinden zich in het Rijks-Archief Noord Holland in Haarlem.
boter, roggebrood en groene kaas, wie dat niet zeggen kan is geen oprechte Fries