Voeten wassen met je sokken aan.
De geschiedenis van het condoom
door Marc De Coster
No glove, no love, schreef John Irving in The World according to Garp. De glove of 'handschoen' is één van de vele metaforische benamingen voor het condoom. Het beschermend hoesje voor het mannelijk lid zorgt in dit aidstijdperk voor een ware condomania, zij het vooral in de media, want de buitensporige reclame rond dit preservatief heeft in de late jaren tachtig niet alleen geleid tot een gebrek aan interesse voor het condoom, maar ook tot verminderde aandacht voor de verspreiding van aids. Condom fatigue (condoomvermoeidheid) noemen journalisten dat met een mooi woord.
Het condoom is nooit het populairste voorbehoedmiddel geweest, zeker niet onder Afrikaanse mannen en hun seksegenoten uit andere ontwikkelingslanden. In tegenstelling tot westerse mannen hebben zij namelijk een afschuw voor het voeten wassen met je sokken aan (taking a bath with a raincoat on). Het zou hun mannelijkheid aantasten, want echte mannen moeten het bewijs leveren dat ze kinderen kunnen verwekken. Bij ons is de meest toegepaste vorm van anticonceptie voor het zingen de kerk uit (coïtus interruptus) .Katholieken moeten het op voorschrift van de paus bij Vaticaanse roulette (periodieke onthouding) houden.
Het condoom kende zijn grootste populariteit in de 17de en 18de eeuw. Casanova, een verlicht minnaar (1725 -1798 ) , was één der eersten die zijn partners beschermde tegen venerische ziekten tijdens het beoefenen van de coïtus (de oorspronkelijke bedoeling van het condoom!). Volgens de overlevering zou hij er een dozijn tegelijk gekocht hebben. Hij versierde ze met roze linten en noemde ze redingotes d'Angleterre, Engelse mantels, wat een Engelse oorsprong suggereert. Over die herkomst leest u verderop meer .
De kerkelijke overheden waren van meet af aan furieus over de uitvinding van het middel. Volgens paus Leo XII hinderde het de 'voorzorgsmaatregelen' .Hij vaardigde daarom in 1862 een bul uit waarin het condoom in de ban werd gedaan.
Zoals dat met alle seksueel geladen woorden het geval is, rustte er lange tijd een zwaar taboe op het woord condoom. In beschaafde kringen kon men het niet over de lippen krijgen. In druk werd het aanvankelijk gespeld als c-d-m. Ook werd er eufemistisch naar verwezen door het te omschrijven als een 'brief (a letter) , die altijd van vreemde origine was, want de Britten, aan wie de uitvinding wordt toegeschreven, zijn immers een beleefd volkje. Bij gebrek aan enige welvoeglijke term [193] sprak men over een 'Franse, Spaanse, Italiaanse ‘ of ‘Amerikaanse brief’.
Het woord condoom zelf werd tot voor kort als obsceen beschouwd. Het taboe erop was zelfs zo groot dat de samensteller van de Oxford English Dictionary, Sir ]ames A.H. Murray, het woord niet opnam in volume C van dit gezaghebbende woordenboek. Dat gebeurde pas in 1972 in het herziene supplement. In de Verenigde Staten waren contraceptiva van alle soorten gedurende de 19de en een groot deel van de 20ste eeuw illegaal. Pas in 1965 werd de wettelijke ban opgeheven.
Oorspronkelijk was het condoom geen voorbehoedmiddel. Niet de vrouw moest behoed worden tegen ongewenste zwangerschap, maar de man tegen allerlei vieze ziekten. De French letters werden dan ook gebruikt tegen de French disease, syfilis. De benaming French letter zou overigens een verwijzing zijn naar de brieven van Madame de Sévigné (1626-1696) , een Franse markiezin en schrijfster, die haar dochter op de hoogte bracht van negatieve ervaringen met het condoom, toen nog gemaakt van dierendarmen die gedroogd en vervolgens geolied werden om ze soepel te maken. De Fransen beantwoordden de attentie van de Britten door hetzelfde artikel une capote anglaise te noemen. Dit vindt zijn oorsprong in het feit dat condooms voor het eerst op industriële schaal vervaardigd werden door een zekere Mac Intosh, die naast preservatieven (sedert 1876 van rubber!) ook nog ballonnen en kapmantels voor militairen (= capotes) maakte.
Naast het woord condoom en de vele in omloop zijnde eufemismen wordt al geruime tijd de term Durex gebruikt. In Australië is dit echter de handelsnaam voor een kleefband en niet voor een contraceptief, wat soms wel eens tot misverstanden kan leiden onder toeristen en handelaars.
Met de introductie van de anticonceptiepil in de jaren vijftig was het condoom plots niet langer en vogue. In het midden van de jaren tachtig, toen aids epidemische proporties begon aan te nemen onder bepaalde bevolkingsgroepen, maakte het condoom een spectaculaire comeback
In 1988 werd er voor het eerst gesproken over het vrouwencondoom, dat bedoeld was als bescherming tegen seksueel overdraagbare aandoeningen én als voorbehoedmiddel. Het wordt op dezelfde wijze als een pessarium in de schede ingebracht. Begin 1993 kwam het op de Nederlandse markt en ondanks het feit dat het peperduur was, werden er de eerste twee maanden al 300.000 exemplaren van verkocht, wat een gouden toekomst garandeert. Ook decondomerie, een handelszaak in condooms in de Amsterdamse Warmoesstraat, kent een ongekende bloei. Blijkbaar was er een enge ziekte als aids nodig om het condoom uit het sociale en linguïstische verdomhoekje te halen.
Hiermee hebben we in een notendop de carrière van het condoom geschetst. Veel controversiëler is de herkomst van het woord, want [194] daarover zijn de etymologen het duidelijk niet eens. Van Dale wijst op een mogelijke afleiding van het Latijnse condomare dat 'temmen, intomen' betekent. Arendo Joustra denkt in zijn Homo-Erotisch Woordenboek (1988 ) aan een ander Latijns woord: condus of 'vergaarbakje' (eigenlijk: 'dat wat bewaart/beschermt'; een verwijzing naar de 'gezondheid' van de man die behoed moest worden?). In het middeleeuwse Latijn betekent conduma 'huis' .Ook dit kan een mogelijke verklaring zijn!
De algemene hypothese is evenwel dat het condoom zou zijn genoemd naar de vermoedelijke uitvinder, een dokter Condum, Condon of Cundum, de drie schrijfwijzen die respectievelijk rond 1706, 1708 en 1744 werden aangetroffen.
Deze arts zou in het begin van de 18de eeuw een exemplaar ontwikkeld hebben van gedroogde dierendarmen - in feite zakjes van blindedarmen van schapen, lammeren en kalveren, al naar gelang het gewenste kaliber. Deze dokter 'Condom' zou volgens andere bronnen de Londense lijfarts zijn geweest van koning Charles II van Engeland, die van 1660 tot 1685 regeerde. Condom had het product ontworpen om een halt toe te roepen aan het groeiend aantal onwettige kinderen van Zijne Majesteit. De monarch, die bekend stond als een bijzonder wellustig man, wilde hiermee voorkomen dat zijn erfenis onder te veel erfgenamen moest worden verdeeld. Gezien het grote aantal koninklijke bastaards - Charles zelf gaf het bestaan van een veertiental kinderen toe, maar er waren er beslist meer; alleen de koningin leek niet te produceren - was een dergelijke uitvinding wel handig. Toch was het condoom in eerste instantie een beschermmiddel tegen venerische ziekten.
Een andere betrouwbare bron voert het woord terug tot een zekere kolonel Cundum van de Britse Koninklijke Wacht. Deze zou het 'regenjasje' in het midden van de 17de eeuw ontwikkeld hebben om zijn manschappen te beschermen tegen ziekten tijdens de vele Franse veldslagen. In de medische naslagwerken wordt echter noch een dokter Condom, noch een kolonel Cundum teruggevonden. Interessant om te weten is dat beiden geassocieerd werden met Charles II, die als een' geilneef bekend stond.
Het woord condoom verscheen voor het eerst in druk in 1667. In dat jaar schreven drie Engelse hovelingen, onder wie de hertog van Rochester, een pamflet onder de titel Een lofrede op het condoom. Daarin stond onder meer te lezen: 'Gelukkig is de man die in zijn zak geborgen houdt, hetzij met groen of scharlakenrood lint getooid, een goedgemaakt condoom.’
Een andere aanspraak op de naam komt van een zekere Gabriello Fallopio, een Italiaanse anatoom (1523 -1562 ) , die een klein linnen hoedje had uitgevonden dat met wat spuug of lotion op het hoofd van de roede moest worden geplaatst (E. Sanders) .
De uitvinding van dokter Condom of kolonel Cundum zou gemaakt zijn van dierendarmen, gedroogd en vervolgens geolied om het product zacht en plooibaar te maken. Maar het gebruik van schapendar[195]men als contraceptiva werd al in de Middeleeuwen en in het Midden-Oosten gepropageerd, zodat wellicht geen van genoemde eponieme helden het condoom voor het eerst ontwikkeld zal hebben.
Als andere mogelijke herkomstverklaring wordt de Franse stad Condoom (ten zuidoosten van Bordeaux) genoemd. Indien deze veronderstelling juist is, dan zou de zogenaamde French letter net zo Frans zijn als de bajonet, die van Bayonne komt! Dat wordt tegengesproken door een recent artikel in Historie Toddy, waarin onthuld werd dat in de 18de eeuw honderden condooms uitgevoerd werden van Engeland naar Frankrijk voor het persoonlijk gebruik van Lodewijk XV .Bovendien sprak men in de vroege 18de eeuw over fundum, wat toch een andere bron suggereert. Ook de stad Condoom in Duitsland - een buitengewoon sterk fort dat door de Engelsen werd ingenomen tijdens de Honderdjarige Oorlog - werd als mogelijke oorsprong genoemd, maar deze verklaring is ook, gezien de oude spelling, weinig plausibel te noemen.
Sommige slangwoordenboeken denken aan een contaminatie van de woorden cunnus (pudenda van de vrouw) en doem of dumb ( dom) , maar ook die veronderstelling lijkt weinig aannemelijk.
Een geheel nieuwe hypothese is te vinden in het eponiemenwoordenboek van Marcel Grauws: Bintje& Kalasjnikov (1991). Daarin wordt gesteld dat ene C. de la Condamine in 1735 de voordelen van het latex had ontdekt. Hij zag hoe de Indianen aan de Orinocorivier in Venezuela van de latex van de rubberboom een soort watermanden maakten.
Welke van de hierboven gegeven verklaringen de juiste is, zullen we wellicht nooit weten. In ieder geval heeft het een paar eeuwen geduurd voor het woord enigszins salonfähig werd. Fatsoensrakkers en zedenfreaks konden het met moeite en niet zonder blozen over de lippen krijgen. Wanneer in een gesprek 'het ding' ter sprake kwam, dan gebruikte men bij voorkeur één van de vele eufemismen. Zo kende men in het Engelse slang de volgende termen: diving suit, rubber, cheater, Johnny bag, Wellie, American sock, Frangler (Australisch) , bishop, buckskin, envelope, Frog-skin, shower cap, raincoat, scumbag, naast natuurlijk de vele letters. Franse termen zijn onder meer: redingote anglaise, capote anglaise, imperméable à Popoul, marguerite. Ook in het Duits bestaan er talrijke kleurrijke benamingen: Gummi, Pariser (verkorting van Pariser Gummiwaren; volgens Duitse taalkundige H. Klipper een verwijzing naar de 'Parijse artikels’ die na 1875 vanuit Parijs naar Duitsland geïmporteerd werden), Fromms ( een handelsmerk, maar ironisch genoeg betekent het ook 'vroom, religieus '), Überzieher, Gummihandschuh, Luftballon, Pfeifenpullover (dePfeife is hier een metafoor voor het mannelijk lid) , Nahkampfsocke, Schwanzfutteral, Tropfenfänger, zweite Haut. Onze volkstaal laat zich evenmin onbetuigd. Bekend zijn ongetwijfeld de regenjas, overjas, jassie zonder mouwen of gewoon jas (in prostitutieslang betekent een jas uitgedaan hebben 'zwanger worden ') .De sok ( of wollen sok) is eveneens een klassieker. Soldaten kennen de uitdrukking voeten wassen met je sokken aan voor' een condoom [196] gebruiken tijdens de gemeenschap'. In de volksmond bestaat de gelijkaardige uitdrukking pudding eten met een lap om je tong. Nieuwe benamingen voor het preservatief zijn het vechtpetje, de genotsrem en het feestmutsje. Al heel wat ouder (vermoedelijk einde 19de eeuw) is het kapotje, naar het Franse capote -een soort dameshoed die bij ons omstreeks 1928 in de mode was; de term verwijst waarschijnlijk naar de lange zware legermantel, de capote anglaise, die sedert 1832 gebruikt werd. Kapotje in de betekenis van ' condoom' treffen we nog niet aan in de eerste druk van Van Dale uit 1872, maar vierentwintig jaar later komt het woord wel voor in de roman Kamertjeszonde (1896) van Heijermans: 'Ze maken moraal, lullen over Tolstoi en koopen kapotjes.' Volgens Riemer Reinsma (Prisma van de eufemismen, 1992) blijkt uit het feit dat de spreker zonder schroom het woord lullen gebruikt, dat de term kapotje in die periode al geen eufemisme meer was. Omdat het mogelijk de oudste benaming voor een 'rubbercondoom' is, kan het ook het populairste eufemisme genoemd worden. Boudewijn Büch gebruikte het woord nog in zijn roman De kleine blonde dood (uit 1985). Van Bargoense herkomst is het neverrippie (van de Engelse merknaam never rip) , en voor wie niet weet wat een tutti-frutticondoom is: dat is een condoom met een smaakje!
Dit artikel verscheen eerder in Trefwoord 13, Jaarboek Lexicologie 1998-1999, pp. 192-196. De originele nummering van de bladzijden staat tussen [ ].
Als men niet kan zeilen moet men laveren