Vakgroep
Taalkunde

Projektleider
dr. Hanno Brand

Medewerkers
dr. Eric Hoekstra

 

 

Samenvatting

De onderzoekslijn richt zich in het bijzonder op twee vragen:

  • Welke taalverschijnselen in het Fries zijn gevoelig voor de invloed van het Nederlands en welke zijn resistent?
  • Welke factoren bepalen welke taalverschijnselen in het Fries al dan niet gevoelig zijn voor de invloed van het Nederlands?

De voornaamste conclusie is dat de gekwantificeerde factoren frequentie en analogie in hoge mate van invloed zijn bij de vraag welke Friese taalverschijnselen door het Nederlands beïnvloed worden. In de ontwikkeling van een dergelijke beïnvloeding is dikwijls sprake van multipele causaliteit op de verschillende grammaticale niveaus, die bepaalt hoe een taalverandering zich doorzet.

De wetenschappelijke meerwaarde is gelegen in het inzicht in het taalvermogen van tweetaligen. Dat vermogen wordt opgevat als een neuraal netwerk waar de sterkte van een verbinding “by proxy” door frequentie wordt gemeten, terwijl de representationele afstand tussen twee eenheden van informatie afhangt van de mate waarin deze eenheden overeenkomstig zijn. Dit kan met de Levenshteinafstand of een gelijksoortig mechanisme worden gemeten. Hierdoor kan worden voorspeld welke Friese taalverschijnselen in de toekomst onvermijdelijk zullen bezwijken en welke een redelijke kans hebben om te overleven. Dat zal de effectiviteit van het onderwijs in het Fries aanmerkelijk kunnen verhogen, want er wordt nu veel energie verspild aan het in stand houden en aanleren van verschijnselen die ten dode zijn opgeschreven.

Hieronder staat een lijst met sleutelpublicaties van dit onderzoeksproject. Sleutelpublicatie Hoekstra en Slofstra 2014, de publicatie in Language, verschaft inzicht in de manier waarop de verschillende structuurniveaus van syntaxis, semantiek, fonologie en morfologie elk bijdragen aan de behandeling van een geleend taalverschijnsel en welke onderlinge afhankelijkheden er kunnen optreden. Hoekstra (2012b) laat zien dat een verschijnsel dat nu zeer actueel is (Hollandse volgordes in de Friese werkwoordsgroep) ook al in de zeventiende eeuw optrad, in het werk van de (qua taalzuiverheid) onverdachte schrijver Gysbert Japicx. In de zeventiende eeuw waren de interferenties gekoppeld aan complexiteit, terwijl de interferenties in het Fries van nu algemeen aanwezig zijn.