Spring naar hoofd-inhoud

De economische vitaliteit van Noordoost-Fryslân

Economische clusters

Demografische krimpregio’s staan volop in de aandacht. Landelijk en regionaal wordt geprobeerd om de economie van deze kwetsbare gebieden te stimuleren. Maar voor welke aanpak moet je dan kiezen? In welke sectoren moet je investeren? Voor het beantwoorden van deze beleidsvragen is kennis over de ontwikkeling van een regio nodig. Doel van dit project is het opzetten van een historische methode die politici, beleidsmakers en ondernemers in krimpregio’s helpt om hun regionale economie te onderzoeken. Specifiek voor Noordoost-Fryslân geldt een aanvullende doelstelling. Als pilot-regio profiteert dit gebied van de onderzoeksresultaten omdat het leidt tot beter inzicht in de regionale economie.

 

Onderzoeksthema
Economische clusters

Projctleider
dr. Marijn Molema

Medewerkers
Bart Hoogeboom

Looptijd
01/10/2015-30/09/2019

Gefinancierd door
Fryske Akademy, Rijksuniversiteit Groningen, Provincie Fryslan, Netwerk Noordoost, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Samenwerkingsverband met
Provincie Fryslan, Netwerk Noordoost, sectie Economische en Sociale Geschiedenis van de Rijksuniversiteit Groningen, programma Bevolkingsdaling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Rabo Research

Begeleidingscommissie
Bearn Bilker (burgemeester Kollumerland c.a.); Siepie de Groot (programmacoördinator Netwerk Noordoost); Oebele Vries (gastonderzoeker Fryske Akademy); Tjerk Soet (oud-medewerker Rabobank)

 

 

Sinds enkele jaren draagt de Nederlandse regering zorg over de ‘economische vitaliteit’ van krimpgebieden. Dit is één van de drie pijlers van het Interbestuurlijk Actieplan Bevolkingsdaling. Economische vitaliteit van plattelandsregio’s is ook één van de thema’s in het onlangs gesloten coalitieakkoord van de provincie Fryslân voor de periode 2015-2019.

Voor de vertaling van het thema ‘economische vitaliteit’ in passend beleid is kennis nodig. Op de schaal van krimpregio’s is kennis echter niet zomaar voorhanden. Bestaande studies- en monitorkaders zijn vaak afgestemd op grotere gebieden, zoals provincies, COROP-regio’s of landsdelen. Voor kennis op maat zijn gegevens op gemeentelijk niveau nodig. Het verzamelen van dergelijke gegevens kost tijd, bijvoorbeeld omdat gemeentelijke data schaars en vaak gedateerd is. Bovendien is vergelijkingsmateriaal nodig: om uitspraken te doen over het peil van ontwikkeling, is benchmarking nodig.

Een andere behoefte betreft de evaluatie van het beleid op de lange termijn: wat werkte in het recente verleden wel, wat werkte niet? Hoe heeft de regionale economie zich gedurende een langere periode (vanaf ongeveer 1975) ontwikkeld? Antwoord op deze vragen kunnen helpen bij het beoordelen van beleidskeuzes in de nabije toekomst. Ook gaandeweg de uitvoering van economisch beleid in Noordoost-Fryslân kan effectrapportage bijdragen aan een efficiënte vormgeving van beleid.

De aangedragen problemen rechtvaardigen een combinatie van fundamenteel en toegepast onderzoek. Het toegepaste onderdeel van dit project zal zich richten op een systematiek voor regionaal-economische kennis die aansluit bij de beleidspraktijk van krimpregio’s. De centrale vraagstelling hierbij luidt: Met welke werkbare methode kan kennis over regionale ontwikkeling en effectiviteit van regionaal-economisch beleid verworven en gedeeld worden? Onder ‘werkbare methode’ wordt verstaan een concreet stappenplan dat praktisch toepasbaar is, dat wil zeggen: rekening houdt met de beperkte beschikbaarheid aan tijd en experts in de regio. Onderdeel van de methodologisch onderzoek is het experimenteren met verschillende vormen van kennisdeling. Kennisdeling betekent dat het onderzoek besproken wordt met de belangrijkste stakeholders, zodat de resultaten optimaal bijdragen aan beleidsvorming.

Het fundamenteel-wetenschappelijke onderzoekdeel vindt plaats in de vorm van een promotieonderzoek. Hierin wordt de regio Noordoost-Fryslân vergeleken met twee andere rurale regio’s, namelijk het Waldviertel in Oostenrijk en het Meetjesland in Vlaanderen. In het onderzoek wordt nagegaan, welke effecten het endogene groeibeleid op deze regio’s heeft gehad. Onderzocht zal worden hoe deze regio’s zijn beïnvloed door het eigen kracht denken, dat wil zeggen: welke impact ging uit van de idee dat kwetsbare regio’s hun sterke sectoren moeten herkennen, erkennen en verder uitbouwen? De centrale onderzoeksvraag luidt: In hoeverre is de economische, sociale en politieke structuur van Europese, rurale regio’s beïnvloed door de opkomst van endogene ontwikkelingsideeën vanaf 1975?

Het toegepaste en het fundamentele deel van dit project ondersteunen elkaar.  In 2016, 2017 en 2018 zal een focus worden aangebracht op de sectoren toerisme, landbouw en industrie. Deze sectoren vormen de thema’s in de ‘economische vitaliteitsscan’ die op de jaarlijkse toogdag van Netwerk Noordoost wordt gepresenteerd. In de scans zal een benchmark plaatsvinden met de regio’s van vergelijking. Om die vergelijking te kunnen maken, is het promotieonderzoek nodig. De comparatieve benadering wordt systematisch uitgewerkt in het proefschrift.

 

 

Economische vitaliteitsscans

Een serie van vier studies, deel van een meerjarig onderzoek naar economisch beleid in de regio Noordoost-Fryslân. In deze jaarraporten worden trens en ontwikkelingen in woorden en cijfers benoemd.

 

Wetenschappelijke publicaties

Molema, M. & van der Zwet, A. (2017). Research Network on Regional Economic and Policy History. Planning Perspectives.

Hoogeboom, B. (2014). De lange weg naar krimp. Anderhalve eeuw ontvolking in oostelijk Friesland. It Beaken, 76(4), 311-338.