Spring naar hoofd-inhoud

Taalbehoud en taalverlies in het Fries: en sociolinguïstisch profiel

Meertaligheid en taal leren

De Friese standaardtaal is goed beschreven en er is veel informatie voorhanden over het gebruik van het Westerlauwers Fries, over zijn dialecten en de sociologische positie. De feitelijke linguïstische situatie in Fryslân is echter onbekend. De uitkomst van dit project moet meer inzicht geven in verschillende soorten Fries die vandaag de dag worden gebruikt en hoe die verschillende profielen verband hebben met sociologische, geografische en demografische variatie in de maatschappij. Behalve voor de hand liggende factoren als leeftijd en woonplaats (platteland vs. stad), is meer inzicht te verwachten in de invloed van taalhouding, taalgebied, taalonderwijs en Friestalige media. Dit project wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met het sociologische taalsurvey, "Taal in Fryslân: de folgjende generaasje".

 

 

Promovendus (AiO)
Nika Stefan MA

Promotor
prof. dr. Arjen Versloot

Co-promotor
dr. Edwin Klinkenberg

Onderzoeksthema
Meertaligheid en taal leren

Looptijd
01/05/2013-21/11/2017

Samenwerkingsverband met
UCF/UCL, Universiteit van Amsterdam

 

 

"Meeuw" in het gesproken Fries. Bron: dialectsurveys Fryske Akademy, 1978-1996

De Friese spreektaal wijkt af van de Friese standaard, oftewel van een taalvariant die is vastgelegd in woordenboeken en grammatica's en die met name schriftelijk wordt aangewend. De verschillen hebben vooral te maken met de dialectische variatie en Nederlandse interferenties: woorden grammaticale constructies die zijn overgenomen uit de rijkstaal. In het Standaardfries wordt een dialectselectie toegepast (er wordt een keuze gemaakt uit verschillende dialectvormen) en worden Nederlandse interferenties vrijwel volledig afgewezen. De Friese spreektaal kent daarentegen geen dialectselectie (iedereen spreekt zijn eigen dialect) en Nederlandse interferenties zijn daar een onderdeel van. Daarnaast vinden in het gesproken Fries nog andere veranderingen plaats, die samen met dialectische verschillen en Nederlandse interferenties voor een rijke taalvariatie zorgen. Het doel van dit project is om meer licht op die variatie te werpen en om die in verband te brengne met factoren als (taal)achtergrond, taalbeheersing en taalattitude. 

Dit project wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met het sociologische taalsurvey “Taal in Fryslân: de volgende generatie”. Doordat beide projecten dezelfde respondenten hebben, is het mogelijk om de uitkomsten direct te vergelijken.

 

Type onderzoek

Het project voegt drie onderzoeksterreinen samen:

  • taalkundig onderzoek,
  • sociolinguïstisch onderzoek en
  • sociologisch onderzoek.

Het doel van het taalkundige onderzoek is om meer inzicht te krijgen in het taalgebruik van Friezen dat per gebied, maar ook per spreker verschillend kan zijn. Zo wordt er gekeken naar verschillende dialectische varianten, maar ook naar andere variatie in het (gesproken) Fries, die niet beslist gebonden is aan een bepaalde regio. Evengoed worden mogelijke veranderingen en verschuivingen in het Fries onderzocht die wel of niet zijn gerelateerd aan het taalcontact met het Nederlands.

In het kader van het sociolinguïstisch onderzoek wordt het taalgebruik in verband gebracht met de taalspreker zelf. Zo wordt onderzocht hoe factoren als (taal)achtergrond, (zelfgerapporteerde) taalbeheersing en taalhouding iemands taalgebruik kunnen beïnvloeden. 

Als laatste worden de resultaten van het nieuwe sociologische onderzoek (“Taal in Fryslân: de volgende generatie”) vergeleken met de uitkomsten van de vorige taalsurveys: “Taal yn Fryslân” (1980) en “Taal yn Fryslân op ’e nij besjoen” (1994). Dat wordt uitgevoerd in het kader van het sociologische onderzoek en heeft als doel om de recente ontwikkelingen in Fryslân, met de taal als centraal onderwerp, in kaart te brengen.

 

 

Vraag uit de Friese taaltoetsing van 2015.

Onderzoeksmethode

Het onderzoek wordt uitgevoerd in twee stappen:

    1) online taaltoetsing,
    2) interviews.

De online taaltoetsing is een multiple choice-vragenlijst en gaat over verschillende aspecten van de Friese taal, met name de variatie in het gesproken Fries. Respondenten die in de sociologische vragenlijst (onderdeel van “Taal in Fryslân: de volgende generatie”) hadden aangegeven het Fries machtig te zijn, werden doorgeschakeld naar de Friese taaltoetsing.

Voor dit onderdeel van het onderzoek werden 30.000 (random geselecteerde) inwoners van Fryslân aangeschreven met een verzoek om mee te doen. Zij kregen een brief met een inlogcode toegestuurd.

 

In het tweede deel van het project worden 250 respondenten geïnterviewd over hun taalgebruik. Tegelijkertijd krijgen ze ook verdiepende sociologische vragen in het kader van het sociologische taalsurvey. Die groep respondenten is een subgroep van mensen die de online vragenlijsten hebben ingevuld en die bereid waren om mee te doen aan een vervolgonderzoek. 

 

Waarom doen wij dit?

De uitkomsten van dit project geven meer informatie over het Friese taalgebruik en waardoor dit wordt beïnvloed. Niet alleen is dat van belang voor taalwetenschappers, maar het kan ook belangrijk zijn voor onderwijzers en beleidsmakers. Tegelijkertijd kan het onderzoek iedereen aanspreken die belangstelling heeft voor het Fries en/of die daarover meer wil weten.

 

Publicaties 

Stefan, M. H., Klinkenberg, E. L., & Versloot, A. P. (2015). Frisian sociological language survey goes linguistic: Introduction to a new research component. In A. J. Brand, E. Hoekstra, J. Spoelstra, & H. Van de Velde (eds.), Philologia Frisica Anno 2014. Lêzings fan it tweintichster Frysk Filologekongres fan de Fryske Akademy op 10. 11 en 12 desimber 2014. (pp. 240-257). Ljouwert: Fryske Akademy; Afûk.