Skip to main content Skip to page footer

Alle hens aan dek! - UITVERKOCHT

Leven aan boord van de Friese scheepvaart (17de-19de eeuw)

Dit evenement is uitverkocht, het is dus niet meer mogelijk om tickets te kopen.

Vrijdag 27 maart 2026. De koperen Tuin Leeuwarden. 12.30-17.30 uur

 

Op vrijdag 27 maart organiseert de Werkgroep Maritieme Geschiedenis van de Fryske Akademy, in samen werking met het Fries Scheepvaart Museum en Tresoar een symposium rondom het dagelijks leven van Friese scheepsbemanningen zowel op land als op zee.

In de 17de- en 18de eeuw waren de Friezen in groten getale betrokken bij de vrachtvaart over zee. Zij bouwden voort op het handelsnetwerk dat sinds de middeleeuwen het Noord- en Oostzeegebied verbond met de Europese Atlantische kusten en de Mediterrane havens. Friese vrachtvaarders ontwikkelden zich tot specialisten in het transport van bulkgoederen, levensmiddelen en grondstoffen. Nadat rond 1580 een fase van langdurige groei was ingezet, namen Friese vrachtvaarders in de 17de- en 18de-eeuw tussen de 40% en 55% van de Oostzeevaart uit de Republiek voor hun rekening. Het maakte van de Friese vrachtvaart een grote lokale werkgever die veel verder reikte dan alleen de maritieme sector. 

De toenemende vraag naar traan gaf vanaf de vroege 17de-eeuw impulsen aan de walvisvaart. Deze richtte zich eerst op Spitsbergen en later op Groenland tot rond 1750 de sector in verval raakte. Onderschat en ook deels onbekend is het belang van de binnenvaart die, vaak verbonden met routes over de Zuiderzee naar Holland en Noord-Duitsland, een belangrijke sector uitmaakte. Vooral de turfgraverij zorgde voor een levendige vaart op de afzetmarkten in Holland.

Het dagelijks leven aan boord

De afgelopen twee decennia is er veel aandacht geschonken aan de routes, goederen en het belang van de Friese havens. Dit symposium richt zich op het dagelijks leven aan boord en aan de wal van de schippers en hun bemanningen. Vragen die aan bod komen betreffen bijvoorbeeld de organisatie aan boord, de samenstelling van de vaak internationale bemanningen, onderlinge hiërarchie en de risico’s op zee uiteenlopend van averij en schipbreuk tot kaping en gevangenschap. Egodocumenten, scheepsjournalen en boekhoudingen bieden inzicht in persoonlijke ervaringen, aanmonstering, orde, navigatietechnieken of in de lonen en kosten van levensonderhoud. Vanuit de archeologie kunnen daaraan vragen betreffend materiële cultuur worden gekoppeld. Zo ontstaat er meer inzicht in de inrichting en gebruik van het schip en de objecten die door de handen van de bemanning gingen. Waar nodig wordt de blik verbreed tot de scheepvaart in Republiek.

We sluiten het symposium af met het afscheid van prof. dr. Hanno Brand, onderzoeker bij de Fryske Akademy. Hij gaat met pensioen.

Programma

Inloop vanaf 12:30 uur

 

Opening en welkom door dagvoorzitter Peter Tolsma.

 

Rein de Lange
Aanmonsteren op de Bataafse vloot in Harlingen (1797-1808)

De Bataafse Republiek ontstond in 1795 als gevolg van de Franse revolutionaire legers die de Nederlandse Republiek binnenvielen. Deze gebeurtenis leidde tot een politieke omwenteling en de instelling van een centralistisch bestuur naar Frans model. De Nederlanden werden hiermee tevens in de strijd tussen Frankrijk en Engeland getrokken om hegemonie in Europa en overzeese gebieden. De militaire confrontaties vereiste een maximale inzet van Bataafse vloot. Om de schepen adequaat te bemannen, was er een continue instroom van nieuwe bemanningsleden vereist. 

In Harlingen bevond zich de scheepswerf van de Friese Admiraliteit, die na haar opheffing door de Bataafse marine werd ingezet als locatie waar vrijwilligers konden aanmonsteren. Wie waren deze mannen die vrijwillig dienst namen op de Bataafse vloot? Wat was hun achtergrond en waar kwamen ze vandaan? Deze vragen vormen het uitgangspunt van deze lezing, die zich richt op de schepelingen die zich in Harlingen aanmonsterden voor dienst op de oorlogsvloot in de periode tussen 1797–1808.

 

Pauze

Wouter Waldus
Leven aan boord van turfschepen, een archeologische benadering

In het Zuiderzeegebied zijn verschillende wrakken van turfschepen gevonden. De oudste dateert uit het midden van de 16e eeuw, de jongste uit de tweede helft van de 19e eeuw. Wat vertellen deze wrakvondsten over het leven aan boord van binnenschepen in de vroegmoderne tijd? 

In deze bijdrage zal maritiem archeoloog Wouter Waldus van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed dieper ingaan op de sociaaleconomische interpretatie van deze bijzondere wrakvondsten. Aan bod komen onder meer de omvang van de turfvaart in de vroegmoderne tijd, vaarroutes op de Zuiderzee en de interpretatie van scheepsinventarissen. Uit de diachrone vergelijking van wrakvondsten komt een verrassend beeld van het leven van binnenschippers naar voren.

Geke Burgers
Leven aan boord van een koopvaarder omstreeks 1600

In 1984 werd nabij Texel een eeuwenoud scheepswrak gevonden. Het werd de naam Scheurrak SO1 gegeven naar de vindplaats, de geul Scheurrak Omdraai. Het ging om een middelgrote koopvaarder die geladen met Oostzeegraan op de rede van Texel was vergaan, kort na 1590. Door de jaren heen werd de scheepsconstructie in kaart gebracht en werden er duizenden vondsten uit het wrak geborgen. 

Tussen 2020 en 2025 voerden twee promovendi aan de Universiteit Leiden in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nieuw onderzoek uit. Oude resultaten werden gebundeld en opnieuw tegen het licht gehouden, nieuwe data werd verzameld en voor het eerst werd er grondig historisch onderzoek naar het schip gedaan. Door de wrakvondsten met archiefbronnen over vergelijkbare schepen te combineren, ontstaat er een uniek inkijkje in het leven aan boord van een graanschip omstreeks 1600 en de dagelijkse context van de zestiende-eeuwse zeeman op de Europese vaart.

 

Het dagelijks leven op een walvisvaarder (17e-19e eeuw)

Het dagelijks leven tijdens een walvisvangstseizoen speelde zich in duidelijk te onderscheiden periodes af: de voorbereiding en heenreis, de vangstperiode, terugreis en tenslotte de afmonstering. De informatie daarover komt uit allerlei bronnen, zowel schriftelijke - zoals monsterrollen, scheepsjournalen, levensbeschrijvingen en krantenartikelen - als ook beeldmateriaal, museale objecten en archeologische vondsten. Bij de Arctische walvisvaart van de 17e tot de 19e eeuw ging het vooral om één walvissoort, de Groenlandse walvis, en twee vangstgebieden: in de termen van die tijd "Groenland" (tegenwoordig noemen we dat Spitsbergen) en Straat Davis (de zee tussen Oost-Canada en West-Groenland). 

Walvisvaarders uit verschillende Europese landen maakten hier jacht op dezelfde walvissoort, die uiteindelijk bijna uitgeroeid werd. Tussen die vangstgebieden waren er verschillen, zowel geografisch als ook qua mogelijkheden voor sociale contacten. Dat bepaalde wat de walvisvaarders aan het eind van hun reis mee naar huis namen qua inkomsten, bijzondere voorwerpen en verhalen. 

Om erachter te komen wat er van die verhalen waar is, hebben we ter controle informatie uit de alpha- en bèta-wetenschappen nodig. Is het mogelijk om daarmee het dagelijks leven van Friese walvisvaarders in een algemene context te plaatsen? En waar kwamen zij vandaan?

 

Hanno Brand
‘Friese Prize Papers over het leven aan boord aan het einde van de 18de-eeuw’.

In de 17de en 18de eeuw was de High Court of Admirality een maritiem gerechtshof ingesteld om door de Engelsen verrichte kapingen van buitenlandse schepen aan een definitief oordeel te onderwerpen. Kapingen moesten in oorlogstijd gerechtvaardigd worden zodat neutrale machten gespaard konden blijven en alleen de vijand schade werd toegebracht. Het impliceerde dat de High Court veel invloed had op de spelregels voor de neutrale vaart op de wereldzeeën. 

In de 18de-eeuw was er een zeer omvangrijk ambtenarenapparaat ontstaan met een archiefvorming die zijn weerga niet kende. De archieven bestaan uit vele tienduizenden processtukken en scheepspapieren die als bewijsmateriaal dienden. Daaronder bevinden zich de papieren van tientallen Friese schepen die tijdens de Amerikaans Onafhankelijkheidsoorlog, de Vierde Engelse oorlog en de Franse continentale oorlogen werden opgebracht. De scheepspapieren, inclusief logboeken, journalen, boekhoudingen en zakelijke- en privécorrespondentie bieden inzichten in het leven aan boord onderweg, in vreemde havens en tijdens de detentie in Engeland. 

Deze lezing is gebaseerd op vonnissen en scheepspapieren afkomstig uit de kisten van Friese schippers op schepen die in de jaren 1780 en 1790 van het water werden gehaald.

Toespraak van Nelleke IJssennagger-van der Pluijm, directeur-bestuurder van de Fryske Akademy, in verband met het afscheid Hanno Brand als onderzoeker van de Fryske Akademy.

Hapjes en drankjes
Afsluiting en nazit


Kaartverkoop

De entree fan het symposium bedraagt €20,- per persoon, inclusief lunch en koffie/thee. Er is maar beperkt plek, dus wacht niet te lang met de aankoop van een toegangskaart.

U kunt online, via onze ticketshop, kaarten kopen. Het is niet mogelijk om bij de entree nog een kaart te kopen.


Contact

Heeft u vragen over het symposium of over de kaartverkoop? Mail dan naar wurkmienskip@fryske-akademy.nl

Let op: Grand Café De Koperen Tuin kan geen vragen beantwoorden over het symposium. 

 

Steun

Dit symposium is mede mogelijk gemaakt door financiële steun van de Stichting Kingma en stichting De Grote Zuidwesthoek.