Skip to main content Skip to page footer

Willem van der Velde - Schepen op een kalm water (1658). Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis, Den Haag.

Alle hens aan dek! Het leven aan boord van de Friese scheepvaart

Hoe was het dagelijkse leven aan boord van de vrachtvaarders en walvisjagers tussen 1600 en 1900? Op vrijdag 27 maart organiseert de Werkgroep Maritieme Geschiedenis van de Fryske Akademy, in samen werking met het Fries Scheepvaart Museum en Tresoar, een symposium over het dagelijks leven van Friese scheepsbemanningen, zowel op land als op zee.

Friese scheepvaart

In de 17de- en 18de eeuw waren de Friezen in groten getale betrokken bij de vrachtvaart over zee. Zij bouwden voort op het handelsnetwerk dat sinds de middeleeuwen het Noord- en Oostzeegebied verbond met de Europese Atlantische kusten en de Mediterrane havens. Friese vrachtvaarders ontwikkelden zich tot specialisten in het transport van bulkgoederen, levensmiddelen en grondstoffen. Nadat rond 1580 een fase van langdurige groei was ingezet, namen Friese vrachtvaarders in de 17de- en 18de-eeuw tussen de 40% en 55% van de Oostzeevaart uit de Republiek voor hun rekening. Het maakte van de Friese vrachtvaart een grote lokale werkgever die veel verder reikte dan alleen de maritieme sector.

De toenemende vraag naar traan gaf vanaf de vroege 17de-eeuw impulsen aan de walvisvaart. Deze richtte zich eerst op Spitsbergen en later op Groenland tot rond 1750 de sector in verval raakte. Onderschat en ook deels onbekend is het belang van de binnenvaart die, vaak verbonden met routes over de Zuiderzee naar Holland en Noord-Duitsland, een belangrijke sector uitmaakte. Vooral de turfgraverij zorgde voor een levendige vaart op de afzetmarkten in Holland.

Het dagelijks leven aan boord


De afgelopen twee decennia is er veel aandacht geschonken aan de routes, goederen en het belang van de Friese havens. Dit symposium richt zich op het dagelijks leven aan boord en aan de wal van de schippers en hun bemanningen. Vragen die aan bod komen betreffen bijvoorbeeld de organisatie aan boord, de samenstelling van de vaak internationale bemanningen, onderlinge hiërarchie en de risico’s op zee uiteenlopend van averij en schipbreuk tot kaping en gevangenschap. 

Egodocumenten, scheepsjournalen en boekhoudingen bieden inzicht in persoonlijke ervaringen, aanmonstering, orde, navigatietechnieken of in de lonen en kosten van levensonderhoud. Vanuit de archeologie kunnen daaraan vragen betreffend materiële cultuur worden gekoppeld. Zo ontstaat er meer inzicht in de inrichting en gebruik van het schip en de objecten die door de handen van de bemanning gingen. Waar nodig wordt de blik verbreed tot de scheepvaart in Republiek.

Programma

De organisatie heeft, net als andere jaren, weer een divers programma samengesteld:

- Rein de Lange, "Aanmonsteren op de Bataafse vloot in Harlingen (1797-1808)"
- Wouter Waldus, "Leven aan boord van turfschepen, een archeologische benadering"
- Geke Burgers, "Leven aan boord van een koopvaarder omstreeks 1600"
- Jurjen Leinenga, "Het dagelijks leven van een walvisvaarder (17de-19de eeuw)"
- Hanno Brand, “Friese Prize Papers over het leven aan boord aan het einde van de 18de eeuw”

Het evenement markeert tevens het afscheid van Hanno Brand als onderzoeker bij de Fryske Akademy, hij gaat met pensioen.

Kaartverkoop

De entree fan het symposium bedraagt €20,- per persoon, inclusief lunch en koffie/thee. U kunt online, via onze ticketshop, kaarten kopen. Het is niet mogelijk om bij de entree nog een kaart te kopen.