Skip to main content Skip to page footer

Mark Raat (foto: Marchje Andringa)

Promotie Mark Raat: historische landschapspolitiek in Friese Veenweidegebied, breuk met verleden

‘Hoe droger het land, hoe beter’ was altijd het uitgangspunt als het ging om het Friese Veenweidegebied. Het verhogen van het waterpeil, een maatregel waartoe een paar jaar terug is besloten, betekent dan ook een breuk met de eeuwenlange inspanningen om het land te ontwateren en droog te houden.

 

Mark Raat (Medemblik, 1988) dook voor zijn promotieonderzoek in de geschiedenis van de politieke besluitvorming over de inrichting en het gebruik van het waterrijke Lage Midden van de provincie Fryslân. Naast inzichten over de regionale historie werpt het onderzoek ook licht op de voorgeschiedenis van de moderne landbouw in Nederland. Op 15 oktober verdedigt de onderzoeker van de Fryske Akademy zijn proefschrift aan de Rijksuniversiteit Groningen.

 

Er werd veen ontgonnen, turf gewonnen, meren en veenplassen drooggemalen, polders aangelegd en landbouwgrond verkaveld. Weinig landschappen zijn zo ingrijpend veranderd als de veenweidegebieden. Mark Raat herkent in Friesland een langdurige polderambitie: een eeuwenlang streven om de veenbodem droog te maken én te houden. Het initiatief tot inpolderen lag bij landeigenaren, maar hun streven kreeg geleidelijk vorm in overheidsbeleid. Zo stelden de Staten van Friesland in 1633 een onteigeningsmaatregel in die het mogelijk maakte om grond te verwerven voor het droogmaken van meren. Daarmee erkenden de Staten droogmaking als een algemeen belang, waaraan persoonlijke belangen ondergeschikt konden worden gemaakt.

Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond er debat over wie er gezag had over het landschap. Later gingen Friesland en het Rijk ook steeds meer regelgeving implementeren. Vanaf 1874 kon de provincie particuliere polders zelfs verplicht onderbrengen in een waterschap en zo sturend optreden. Toch werd de inzet van die maatregel daarna vooral door boeren zelf afgedwongen.

In zijn promotieonderzoek beschrijft Raat de wisselwerking tussen de Staten van Friesland, boeren en de wetenschap in de periode tussen ca. 1600 en 1875. Zij hielden zich onder meer bezig met de gevolgen van bemaling, turfwinning en waterbeheer. Raat: “Steeds moest men de landschappelijke gevolgen op korte en lange termijn afwegen en een balans vinden tussen botsende belangen. Cruciaal was de vraag in hoeverre het overheidsgezag de autonomie van landeigenaren mocht beperken. Deze dilemma’s spelen ook in het hedendaagse debat over het landschap.”

Breuk

In de wijze van besluitvorming over het landschap constateert Raat een groot verschil tussen heden en verleden: “Ondanks de steun aan het polderideaal was de Friese overheid tot ca. 1875 relatief terughoudend in haar bemoeienis met het landschap. Zij was vooral faciliterend, niet zozeer dwingend. Tegenwoordig is er sprake van het tegenovergestelde, en zeggen bewoners en gebruikers van het landschap dat ze weinig grip hebben op de ontwikkelingen.”

De verhoging van het waterpeil in het Friese Veenweidegebied is zo’n veelbesproken nieuwe ontwikkeling. Vernatting van het veen moet bodemdaling afremmen en daardoor schade aan funderingen en het milieu beperken, maar de landbouwsector kan daardoor minder intensief boeren. De historicus stelt daarom dat de huidige waterpeilverhoging niet slechts een beleidskeuze is, maar ook een wezenlijke culturele breuk met het verleden: “Achter de huidige technische discussie over nut en noodzaak gaat een historische dimensie schuil die we niet moeten onderschatten. Meer aandacht voor het verleden kan de discussie over de toekomst van het Veenweidegebied in perspectief plaatsen.”

Modern

Naast inzichten over de geschiedenis van de Friese landbouw in het veenweidegebied werpt het onderzoek van Raat ook licht op de voorgeschiedenis van de moderne landbouw. Innovaties als stoomtechniek, elektrotechniek en kunstmest konden succesvol worden toegepast vanwege de politieke voorwaarden die in de eeuwen daarvoor waren ontstaan. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw werkten overheden, boeren en wetenschappers bijvoorbeeld steeds nauwer samen en vormden het traditionele boerenbedrijf om tot een moderne landbouw.

Promotie

Mark Raat hoopt op 15 oktober 2026 om 14:30 uur te promoveren aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn promotors zijn professoren A.M. (Marijn) Molema en J.A. (Hans) Mol. De ceremonie is online te volgen via de website van de RUG.