Spring naar hoofd-inhoud

Cognitive effects and the character of Frisian-Dutch bilingualism among Frisian children

Meartaligens en taal learen

In dit project wordt de taal- en cognitieve ontwikkeling van Fries-Nederlandse tweetalige kinderen onderzocht. Uit ander onderzoek blijkt dat tweetalige kinderen zich beter kunnen concentreren dan eentalige kinderen. Ook zijn er aanwijzingen dat tweetalige kinderen meer kunnen onthouden dan eentalige kinderen. Het doel van ons onderzoek is om te ontdekken hoe tweetalige een kind eigenlijk moet zijn om cognitief voordeel te hebben. Om dat te onderzoeken wordt naast de cognitieve ontwikkeling van de kinderen ook hun Nederlandse en Friese taalverwerving in kaart gebracht. Er wordt gekeken naar woordenschat, grammatica en de vertelvaardigheid van de kinderen. De groep die onderzocht wordt, bestaat uit kinderen van 5 tot en met 8 jaar oud.

 

 

Promovendus (AiO)
Evelyn Bosma MA

Promotor
prof. dr. Arjen Versloot

Co-promotor
dr. Eric Hoekstra, dr. Elma Blom

Onderzoeksthema
Meertaligheid en taal leren

Looptijd
01/05/2013-30/04/2017

Samenwerkingsverband met
UCF/UCL, Universiteit van Amsterdam

 

 

Onderzoek op de kleine school van Woudsend, mei 2014. Foto: Dick Manshande

Fryslân als meertalig laboratorium

Hoe tweetalig moet je eigenlijk zijn om cognitief voordeel van je tweetaligheid te ondervinden? Moet je beide talen heel goed beheersen of levert ‘een beetje’ tweetalig ook al een voordeel op? Fryslân is een bijzonder geschikte plek om deze vragen te beantwoorden. Ongeveer de helft van de kinderen in Fryslân groeit op met het Fries als eerste taal. Natuurlijk leren ze op school en in contact met Nederlandstaligen ook Nederlands. Daarnaast zijn er een heleboel Nederlandstalige kinderen die Fries leren als tweede taal. In Fryslân is dus een verscheidenheid aan tweetaligheid te vinden.

In dit project onderzoeken we de tweetalige taalontwikkeling van vijf tot en met acht jaar oude kinderen in Fryslân en de verbanden tussen hun taal- en cognitieve ontwikkeling. De kinderen worden drie jaar lang gevolgd en doen ieder jaar een aantal spelletjes met ons waar taal, geheugen en concentratie een grote rol in spelen. Daarnaast worden de ouders geïnterviewd om de taalachtergrond van de kinderen in kaart te brengen.

 

Tweetalige taalontwikkeling

Op taalkundig gebied wordt er in dit onderzoek gekeken naar de woordenschat, grammatica en vertelvaardigheid van de kinderen. Er is een Friese passieve woordenschattaak ontwikkeld waarmee onderzocht wordt hoe goed de kinderen verschillende soorten cognaten kennen. Dat zijn woorden die overlappen met het Nederlands.

Verder wordt er onderzocht hoe de kinderen Friese en Nederlandse werkwoorden verbuigen en hoe goed ze in beide talen een verhaaltje kunnen vertellen. Ook wordt er in dit project gekeken naar de ontwikkeling van werkwoordclusters.

 

 

Samenwerking en begeleiding

Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit Utrecht, waar Mona Timmermeister en Tessel Boerma onderzoek doen naar de cognitieve effecten van tweetaligheid bij culturele minderheidsgroepen in het kader van het NWO-Vidi project CoDEmBi van Elma Blom. Daarnaast is er een samenwerking met de Universiteit van Amsterdam, waar Arjen Versloot, de promotor van dit onderzoek, werkt. De begeleiding op de Fryske Akademy wordt verzorgd door Eric Hoekstra.

 

Publicaties

Blom, E., Boerma, T., Bosma, E., Cornips, L., & Everaert, E. (2017). Cognitive advantages of bilingual children in different sociolinguistic contexts. Frontiers in Psychology, 8:552.

Bosma, E., Blom, E., & Versloot, A. (2017). Language balance and cognitive advantages in Frisian-Dutch bilingual children. In F. Lauchlan & M. C. Parafita Couto (Eds.), Bilingualism and Minority Languages in Europe: Current trends and developments. Cambridge Scholars Publishing.

Bosma, E., Blom, E., Hoekstra, E., & Versloot, A (2016). A longitudinal study on the gradual cognate facilitation effect in bilingual children’s Frisian receptive vocabulary. International Journal of Bilingual Education and Bilingualism.

Blom, W.B.T. & Bosma, E. (2016). The sooner the better? An investigation into the role of age of onset and its relation with transfer and exposure in bilingual Frisian-Dutch children. Journal of Child Language, 43, 581-607.